Het is dinsdagmiddag 31 oktober iets voor tweeën. Buiten vallen de bladeren in groten getale van de bomen en de acht tafels middenin de hal zijn verdeeld over 36 bejaarden die binnen de warmte gevonden hebben. Het onlangs bekendgemaakte regeerakkoord van Rutte III is veelbelovend voor veel Nederlandse huishoudens. Het kabinet steekt ruim 2 miljard euro in de ouderenzorg. Toch laten ze het sociale aspect buiten beschouwing. Daar geeft de Trefpunt-soos invulling aan door verschillende activiteiten te organiseren, zoals bingo op elke laatste dinsdag van de maand in het zorgcentrum de Egelantier, in Hilversum.

Iedereen heeft €2,50 betaald voor een bingo schuifplank, sommigen zelfs het dubbele voor twee planken. “Test, test,” klinkt het ondertussen door de hal. Een opvallende vrouw met lang rood haar en een panterprint-vest heeft de microfoon in haar handen. Haar hoge, doch vriendelijke stem ontvangt ons hartelijk met het inzetten van het refrein van “Alle Duiven op de Dam”, waar ze snel weer van afziet. Het drukke gepraat neemt af.

Als alle bingo schuifplanken uitgedeeld zijn en Sylvia, de spelleider, heeft uitgelegd dat de eerste ronde bestaat uit het verzamelen van de getallen op de vier hoeken van het plankje, de tweede ronde uit een L-vorm en de derde ronde uit een volle plank, begint het geratel van de bingomolen. “Bernard 15, Nico 56, Otto 73,” klinkt het door de microfoon. Het geluid van de schuifvakjes op de planken klettert door de hal.

Beb, een vrijwilliger, checkt na elke “Bingo!” of er wel eerlijk gespeeld is en kent de prijzen toe aan de desbetreffende winnaars. Na het weggeven van een houten paardje en een doos chocola aan de winnaars van de eerste twee rondes, begint het échte werk, de volle schuifplank. “Heb ik, heb ik, heb ik!”, klinkt het van een bepaalde tafel na elk nummer dat Sylvia opnoemt. “Bingo,” klinkt er zachtjes. De vrouw moet het drie keer herhalen, voordat Beb erop af loopt om de plank te checken. “Correcte bingo!”, aldus Sylvia en de hoofdprijs van het eerste potje van de middag is voor Johanna (Joke) Tukker, een mevrouw van 78 jaar. De prijs bestaat uit een pak soep, ontbijtkoek, zilvervliesrijst en koekjes. “Voor m’n zoon, voor als hij weer thuiskomt,” is haar reactie. Na nog twee potjes gespeeld te hebben, is het een half uur later tijd voor een pauze. De spelers voeren druk gesprekken onder het genot van een softijsje, dat ze massaal bemachtigen in het restaurantje naast de hal.

Als iedereen weer zit en zijn schuifplank in handen heeft, begint het volgende potje. Dit keer is er heel snel bingo, hetgeen tot verbazing van de andere spelers leidt. “Ja ja, volgens mij heb jij al drie keer bingo gehad Nel!”, roept een dame met een zware stem lachend. “Correcte bingo,” klinkt er door de microfoon, Beb kent de sierpompoen toe aan de winnaar en Sylvia draait verder.

Na afloop van ronde vijf om 15:30, is het mogelijk om voor €1,- mee te doen aan de superronde: één laatste ronde om de volle schuifplank, waarmee je een cadeaubon van €15,- kunt winnen. Iedereen doet mee, behalve de mensen wier taxi’s buiten staan te wachten. “Bingo!”, klinkt er luid en duidelijk. De prijs wordt in de wacht gesleept door een kleine vrouw met grijze haren, die zelf bijna schrikt van haar eigen reactie. Glunderend gaat ze weer zitten nadat de hoofdprijs in haar bezit is.

Onder het opruimen door, vertelt Sylvia dat ze elke bingomiddag leidt en zelf altijd meedoet met de kaartmiddagen op zaterdag. Mevrouw Tukker vertelt aan een tafelgenoot waarom zij het leuk vindt om aan dit soort activiteiten deel te nemen: “Als je zo eenzaam en alleen bent als ik moet je wel. Ik zit nu tijdelijk in het huis van m’n zoon en dat is hier vlakbij, maar ikzelf woon een stuk verder weg. Eerst ging ik naar de Lelie, maar die is afgebrand, dus zit ik hier.” Aangezien de bingo eens in de maand georganiseerd wordt, vult ze haar week ook met andere activiteiten in. Zo gaat ze vaak naar het Leger Des Heils, waar ze dan een kopje koffie drinkt. “Je kunt je ook opgeven voor warme maaltijden op dinsdag en donderdag, maar daar doe ik niet aan. Ik kan prima zelf koken.”

Waar mensen buiten, voor de hoofdingang, met tot hun neus omgeslagen sjaals wachten op hun taxi’s en elkaar gedag zeggen, rijdt Sylvia weg op haar felgekleurde fiets. De straat verdrinkt inmiddels in bladeren en er spettert af en toe een druppel op de grond. Over vier weken weer.