HILVERSUM – Om toch even cliché te doen: treinen inspireren. Of is dat eigenlijk helemaal geen cliché? In ieder geval, als je een boek aan het schrijven bent en je hebt ‘het nare type’ nog niet helemaal af, moet je in de stiltecoupé van Hilversum naar Bussum gaan zitten. Sterker nog, ik denk dat nog meer dan een derde van de personages van het boek wat je nu aan lezen bent ook echt bestaat.

Ik zit in een vierzit in de stiltecoupé. Tegenover mij zitten een jongen en een meisje van rond de dertien, die overduidelijk voor het eerst met de trein gaan. Ze discussiëren over of ze deze of toch de volgende halte eruit moeten. Omdat ik, als nog onervaren eerstejaars, vergeten ben om een foto te nemen op locatie voor mijn artikel, besluit ik de twee te fotograferen. Het meisje, dat ik als lief had ingeschat, opent haar mond, maar zegt niets. Je mag toch in openbare ruimtes fotograferen? 

Het is spits en er is alleen naast mij in de coupé een plaats vrij. We zijn ondertussen bijna in de Hilversumse Meent aangekomen. Er lopen verschillende mensen langs, die even naar de lege plaats naast mij kijken. Op zulke momenten begin ik me dan toch af te vragen: ‘’Bijt ik echt?’’

Als er uiteindelijk toch iemand zo dapper is om naast me te komen zitten, is het een vrij oude man. Terwijl ik mijn observaties aan het typen ben, krijg ik sterk het gevoel dat hij aan het meelezen is. Ik ben van mening dat er niets erger is dan als iemand meeleest. Ik heb de neiging om te zeggen: ‘’Over een paar uur kunt u het op onze site lezen hoor..’’ Maar ik laat het toch maar. Om de drie seconden haalt hij hevig maar vooral schaamteloos zijn neus even lekker op. Hij heeft in de ene hand zijn tijdschrift, en in de andere hand een halfvol pakje dubbelfris. Dat ik halfvol zeg, en niet halfleeg, zegt iets over mijn persoonlijkheid. Althans, dat heb ik meegelezen in het tijdschrift van de man naast me.

Dus, misschien zit ik volgende week wel tegenover jou in het openbaar vervoer van Hilversum. Kom erachter in de volgende column:  Treinclichés.