“Door jezelf binnenstebuiten te keren, wordt alles anders, wordt alles mooier.” Voormalig stadsdichter Robert Grijsen is ervan overtuigd dat schoonheid binnenin de mens zit. Deze filosofie heeft hij de afgelopen twee jaar als stadsdichter op Hilversum willen overbrengen. Nu is het tijd voor hem om het stokje over te dragen.

De Avond van de Stadsdichter begint met een praatje van cabaretier Robert-Jan Proos. Hij begint met een grap: “Wanneer er iets nieuws is in Hilversum, zijn er twee dingen zeker: Robert Grijsen moet een gedicht voorlezen en Wimar Jaeger moet het openen.” Wethouder Wimar Jaeger is volgens Robert-Jan altijd degene die aanwezig bij een opening en degene die de lintjes doorknipt. Al gauw krijgt Jaeger dan ook het woord om iets te vertellen over de man waar het vanavond allemaal om draait, Robert Grijsen.

“Poëzie geeft kleur aan dat wat we zien. En dat was ons doel om met het benoemen van een stadsdichter”, aldus Jaeger. Hij geeft aan blij te zijn met Grijsen als eerste stadsdichter van Hilversum. “Als je een traditie start, moet het goedgaan, anders is de stadsdichter voor altijd verloren.”

Dan krijgt de stadsdichter zelf het woord: “Ik heb twee jaar lang met veel plezier mijn gedichten voorgedragen op allerlei soorten evenementen in bijvoorbeeld het raadhuis en in het museum.” Hij vertelt dat hij graag mensen wil inspireren met poëzie en het mooi zou vinden als er daadwerkelijk mensen zijn die door hem zijn aangezet te gaan dichten. Volgens Grijsen kan iedereen in poëzie alles kwijt, wat normaal gesproken moeilijk te verwoorden is. Een van zijn inspiratiebronnen is Herman Finkers, die ooit het volgende gedichtje voordroeg: “Poëzie is makkelijk. Ik kijk om me heen, en zie poëzie in alles.”

Herman Finkers is niet zijn enige inspiratiebron. De stadsdichter vertelt dat zijn docente Nederlands op de middelbare school ook een grote bijdrage heeft in zijn liefde voor poëzie. Zij liet hem in de vijfde klas kennismaken met Neeltje Maria Min. “Mijn moeder is mijn naam vergeten. Mijn kind weet niet hoe ik heet. Hoe moet ik mijn geborgen weten?” luiden de eerste zinnen van een van haar stukken.

Na meerdere werken van andere dichters voor te hebben gedragen, is het nu tijd voor een van Grijsens eigen gedichten. Deze draagt hij niet zelf voor, maar wordt gezongen door het jeugdkoor van het Murmelliusgymnasium uit Alkmaar onder begeleiding van pianist Jan van Zelm en met muzikale bijdragen van Nicolaas Duin (accordion), Mirjam van der Maas (dwarsluit) en Janneke Vis (zang). “Verhalen, verhalen, ze nemen je mee… en voor je het weet, zie je er minder meer”, luidt het eerste gedicht op de muziek.

Wanneer Robert Grijsen weer zelf een gedicht voordraagt wordt het nóg stiller in de zaal (en je kon al een speld horen vallen). Met een brok in de keel en tranen in de ogen zitten een aantal bezoekers te luisteren naar het gedicht over ramp-MH17. “De bloemen die ooit mensen waren, ze staan er voor ons, ze zoeken de zon”, klinkt een van de regels van het gedicht.

Om de sfeer maar weer om te zetten start Grijsen een wat luchtiger gedicht: “Laaggeletterdheid? Moeilijk woord.” Eindigt het na een aantal “moeilijke woorden” als “ingewikkeld” en “uitgesloten”.

Nu de stadsdichter het publiek weer heeft kunnen laten lachen, is het tijd voor iets nieuws, iemand nieuws, een nieuwe stadsdichter: Mieke van Zonneveld. “Morgen draag ik pas écht het stokje over, want helaas kon Mieke er vandaag niet bijzijn”, zegt Grijsen. Zijn laatste woorden als stadsdichter klinken: “Neem mij niet voor lief” en heel Hilversum klapt voor hem.