In de Grote Kerk kwamen op woensdagavond 22 november ongeveer dertig mensen bij elkaar om te praten over werk en het geloof. Deze avond dachten zij actief na over waarom werk belangrijk is voor zichzelf en voor God.

Het is 8 uur en Dominee Klaas van Meijeren opent de avond met psalm 127:1 en 2. Deze verzen gaan over werk. Vervolgens bidt Van Meijeren dat ze blij zijn met God, die de aanwezigen bij elkaar heeft gebracht en dat God aanwezig is bij de bijeenkomst.

Wat betekent werk eigenlijk? Deze retorische vraag stelt Van Meijeren, om hem vervolgens zelf te beantwoorden: “Werk is niet alleen datgeen waar je je geld mee verdient. Werk is ook wat je op andere momenten doet. Ook als je niet in een arbeidsproces zit en vrijwilligerswerk doet. Het uitsteken van je hand naar een ander, dat vat ik ook onder het woordje ‘werk’ samen.

De kerkgangers beginnen een gesprek en stellen elkaar de vragen: “Welk werk doe je? Wat vind je mooi aan je werk? En wat vind je moeilijk aan je werk?” Iedereen zoekt een gesprekspartner van wie zij nog niet weet welk werk hij of zij doet. Ook krijgt iedereen een werkboek waarin opdrachten staan.

Vervolgens leest de dominee uit de Bijbel: Genesis 1:1-5, 26-3 en 2:1-4 en 18-23. “En God zegende de zevende dag en heiligde die, want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.” Het werk van God is ‘scheppen’, het werkboek geeft aan dat je verrassende ontdekkingen doet als je de Bijbel leest vanuit het perspectief van je werk.

Terwijl mensen hierover praten, pakken sommigen hun eigen Bijbel erbij om nog iets op te zoeken. Opvallend is dat de dominee, die deze avond leidt, geen werk doet. Dit omdat dominee zijn niet wordt gezien als werk. Klaas van Meijeren: “Dominee is geen baan; je bent dan vrijgesteld van werk.”

Ook Luther komt deze avond in de hervormde kerk aan bod. Luther had commentaar op “U verzadigt wat al leeft.” Luther: “Betekent dit dat er op wonderbaarlijke manier elke dag eten op onze tafel verschijnt?” In het werkboek staat: “Nee, achter het werk dat wij als mensen doen, zit God. Al onze werkzaamheden ‘zijn de maskers van God, waarachter Hij verborgen wil blijven en alle dingen wil doen.’ God zorgt voor mensen via ons.” Van Meijeren: “Kerk is dienen. Elk werk is waardevol. Elke roeping, is een roeping van God.”

Na de pauze ontstaan vijf groepjes, elk groepje bestaat uit leden van verschillende leeftijden. In de groepjes bespreken de deelnemers  verschillende vragen. Deze vragen worden vervolgens met de groep gedeeld en zijn heel persoonlijk: “Welke gave wil God door jouw werk aan mensen geven? Wat doet het met je dat jouw werk door God wordt gebruikt om voor mensen en de schepping te zorgen?” Sommigen vertellen dat dit zorgt voor meer eerlijkheid en betrokkenheid. Maar het legt ook een druk op je: “Doe ik het wel goed?”

De groepjes denken daarnaast na over hoe je dankbaar op elke dag kunt terugkijken. Maar ze denken ook na over het rusten: hoe kom je tot rust? En rusten is heilig, maar geld is nodig. Iedereen vult de zondag op een andere manier in, sommigen kijken bijvoorbeeld geen televisie.

Verder hebben de groepen het over identiteit: “Wat en wie kan je helpen om telkens eraan herinnerd te worden dat je identiteit in je verbondenheid met Christus ligt?” En dus niet de status, prestaties of beloning waar het in de praktijk vaak om draait.

De klok luidt tien keer en het einde van de avond nadert. De groep heeft vervolgens een heel specifiek gebed uitgesproken: “Voor een deel van het werk dat wij doen: iemand uit de zorg, het onderwijs, de ondernemershoek, of iemand die zelf niet meer actief is in het werk waar je voor betaald wordt”, aldus Van Meijeren.

Binnenkort volgt er een tweede bijeenkomst waarin “Jezus volgen op het werk” centraal staat.