Robert Grijsen is de eerste stadsdichter van Hilversum. In die functie neemt hij de stad, waar hij zelf geboren en getogen is, op een poëtische manier onder zijn hoede. Zijn tweejarige stadsdichterschap zit er bijna op. In die twee jaar heeft hij veel mooie dingen mogen doen. Zijn werk wordt meestal in de krant gepubliceerd en hij treedt regelmatig op. Elke week verschijnt er een poëzie-tweet online, waarin hij schrijft over een actueel onderwerp.

Op welke leeftijd heeft u uw liefde voor poëzie ontdekt?
“Ik schrijf sinds mijn zestiende jaar. Op de middelbare school hadden wij een lerares Nederlands die erg bevlogen lesgaf en gek was op poëzie. Ik maakte toen kennis met poëzie, en ben eigenlijk als vanzelf gaan schrijven en dichten. Ik dichtte soms over hele gewone dingen die ik buiten zag. Over een duif, over een boom. Ook wel over gevoelens, maar dat probeerde ik dan te vatten in een metafoor of op een symbolische manier te verwoorden. Het is mooi om een bepaald beeld te zoeken om bijvoorbeeld verdriet of vreugde te verwoorden.”

Dan is het eigenlijk mooi dat u uw gevoelens op zo’n manier kwijt kunt. Dat zullen niet veel jongens van die leeftijd doen of kunnen.
“Nee, maar ik vond het leuk en ik wilde er ook graag humor in verwerken, dus dat deed ik ook. En dan nam ik een stapeltje van mijn gedichtjes, dat waren vaak hele korte, mee naar een grote avond en dan ging ik daar een kwartiertje staan voordragen.”

Is humor een belangrijk aspect in uw poëzie?
“Ik vind van wel. Lichtheid en luchtigheid, laat ik het zo zeggen. Humor moet je niet zien als ‘een grap vertellen’, maar wel dat er een bepaalde hoeveelheid lichtheid in een gedicht zit. Zodat het niet loodzwaar of quasi diepzinnig wordt.”

Hoe zou u uw eigen dichtstijl omschrijven?
“Ik ben redelijk vrij in mijn vormen. Ik pas mij aan op wat in mij opkomt en wat past bij het onderwerp. Als ik over het Raadhuis moet schrijven, dan bedenk ik me: wat schiet mij te binnen? Wat is hier de beste vorm voor? Heel staccato of juist heel abstract? Op basis daarvan kies ik er een passende vorm voor. Mijn poëzie is zeer toegankelijk. Ik schrijf niet in moeilijke, lange, loodzware zinnen. Het is goed te begrijpen, voor elke Hilversummer eigenlijk.”

Is dat ook uw doel, dat iedereen uw poëzie kan begrijpen?
“Het is mooi meegenomen als dat kan. Ik kan wel ingewikkeld en onbegrijpelijk schrijven, maar dat zou niet bij mij passen. Het ligt dicht bij mij om op een eenvoudige manier gevoelens en dingen te beschrijven. Maar daarachter ligt een zekere diepte, je moet net iets verder kijken. Ik probeer vaak een beetje verhuld de diepgang weer te geven. De goede lezer pikt er wel uit wat nodig is.”

Wat maakt Hilversum volgens u zo bijzonder?
“Het mooie van Hilversum is dat het omringd is door natuur, er is veel groen hier. Er is veel bijzondere architectuur. Hilversum heeft ook een goede verbinding met andere plaatsen, het ligt heel centraal. De inwoners zijn heel gemengd, maar dat is eigenlijk overal zo. Er zijn zeker mensen die van cultuur houden. De kunstwereld, en dan vooral de beeldende kunst, is hier ook goed vertegenwoordigd.”

U heeft onlangs een gedicht van uzelf onthuld op een plaquette in stadstuin De Hof. Heeft u meer van dit soort initiatieven?
“Op het marktplein staat een gedicht van mij op een muur. Op het GAK-gebouw hangt ook een gedicht van mij. Dat gedicht gaat, net als dat gebouw, weg. Het wordt gesloopt. Dit wist ik wel van tevoren, het gedicht gaat ook over de sloop van het gebouw.”

Vindt u het belangrijk om poëzie dichter bij de jongere generatie te brengen?
“Ik heb 1 project gedaan met leerlingen van een middelbare school, zij hebben een korte animatie bij mijn gedichten gemaakt. In die zin hebben we wel samen gewerkt met jongeren en hebben zij er kennis van genomen. Maar het had voor mij wel meer gemogen. Ik heb wel geprobeerd om zoiets zelf te organiseren, maar daar kwamen maar heel weinig aanmeldingen voor.”

Als u nog iets mee mag geven aan de jongere generatie, wat zou dat dan zijn?
“Poëzie is niet ingewikkeld. Probeer eens van verschillende dichters gedichten te lezen, niet alleen van Nico Dijkshoorn of Tim Hofman. Het hoeft absoluut niet zwaar of ingewikkeld te zijn. Gewoon uitproberen, sta ervoor open en ga zelf schrijven en ontdekken. Schaam je er niet voor om dat naar buiten te brengen. Veel lezen en zelf dichten, gewoon dóen. Laat je niet tegenhouden.”