Hij kwam binnen op nummer één in de Bilboard 200 en er werden 320.000 exemplaren verkocht in de eerste week. Het album ‘Voodoo’ van neo-soul zanger en multi-instrumentalist D’Angelo (echte naam: Michael Eugene Archer) was razend populair. Maar toen verdween D’Angelo voor veertien jaar.

Carine Bijlsma, Nederlandse fotografe en filmmaakster, was al jaren fan van D’Angelo. Ze wilde zijn verhaal maar al te graag vastleggen. Ze verstuurde een brief en werd uitgenodigd om de studio-opnames voor zijn nieuwe album bij te wonen. Ze ging ook mee tijdens The Second Coming Tour in 2015.

Ook tijdens deze tour blijft het zwaar. “Op het podium word je high van alle aandacht, maar in de kleedkamer ben jij weer alleen”, vertelt D’Angelo.
Hij vindt het logisch dat veel artiesten aan de drank en drugs gaan, want die omslag naar ‘het gewone leven’ is heel lastig.
Dit ging ongeveer negentien jaar geleden ook fout bij hem. Hij vertelt over zijn optreden bij het North Sea Jazz festival in 2000. “Ik was als een wilde aan het rennen op het podium. Wanneer ik mijn armen van links naar rechts zwaaide, volgde het publiek van 15.000 man dat meteen op. Ik voelde me extreem machtig.”
Alan Leeds, manager van D’Angelo en in het verleden van onder anderen Prince, heeft het moeilijk met vertellen over de periode dat D’Angelo afwezig was, “Hij gedroeg zich heel roekeloos en er kwamen veel drugs bij kijken.”

Michael Archer is geboren in de staat Virginia, Verenigde Staten. Hij werd christelijk opgevoed. Al vroeg werd zijn muzikale talent ontdekt. Dit kwam tot uiting in het bandje van zijn kerk. In archiefbeelden van zijn familie zie je hoe de gebeden in de kerk met veel dans en zang gepaard gaan.
Dit geloof zorgde volgens Leeds dan ook voor verwarring. “Zijn alter ego was een sekssymbool, dit is zo anders dan hoe hij opgevoed is.”
Er werd op een gegeven moment zelfs voor gezorgd dat D’Angelo kleding ging dragen tijdens concerten die makkelijk kapot kon gaan, zo kon zijn vrouwelijke publiek dit makkelijk van zijn indrukwekkende spierbundels scheuren.

Devil’s Pie is een goede documentaire. De afwisseling van door Bijlsma gemaakt materiaal en archiefbeelden van zijn familie zorgen voor een duidelijke verhaallijn. Je voelt ook dat Bijlsma bij de groep gaat horen. En dit wordt bevestigd wanneer D’Angelo na een optreden de deur voor haar open houdt.

De documentaire is op 7 juni om 16.55 te zien in het Filmtheater Hilversum