Twaalf kinderen met gele veiligheidshesjes lopen de bibliotheek binnen. Ze staan twee om twee in een lange rij, met voor en achteraan een begeleider. Vandaag komt de Buitenschoolse opvang het Spektakel de voorleesmiddag bijwonen. “Sshht”, één van de begeleiders tikt twee meisjes voor in de rij op hun schouder en gebaart dat ze zachter moeten praten. De groep loopt het trapje af richting de kinderafdeling. Jongens en meisjes schuiven aan aan de grote, ronde tafel in het midden van de ruimte en beginnen met elkaar te praten. Sommigen trekken hun jas uit, terwijl anderen de veiligheidshesjes aanhouden.

Ondertussen maakt Miriam Bakker (45) de leeshoek klaar. Een knus hoekje in de bibliotheek, waar twee grote voorleesstoelen staan met daar omheen bankjes en kussens voor de kinderen. Bakker leest al meer dan tien jaar lang wekelijks boeken voor aan kinderen. “Op de woensdagmiddag lees ik boeken voor aan kinderen van 4 tot 7 jaar, maar jonger of oudere kinderen zijn natuurlijk ook welkom”, vertelt ze. Op woensdagochtend kiest ze vijf verschillende boeken uit. Meestal zijn dat nieuwe prentenboeken met weinig tekst, maar de voorwaarde is wel dat Bakker ze zelf ook leuk vindt. “Anders is het een stuk lastiger om het boek enthousiast voor te lezen aan de kinderen”, legt ze uit.

Miriam Bakker leest al meer dan tien jaar boeken voor aan kinderen.
Rochèll Mebius

‘Beste bezoekers, over een paar minuutjes is het half 3 en weer tijd voor de voorlees op de kinderafdeling’, klinkt het door de speakers. Een meisje loopt samen met haar moeder langs de hoek en klimt over de banken en stoelen. Ze zoekt een plekje uit, waarna de kinderen van de BSO haar volgen. Wanneer iedereen een plekje heeft gevonden, wurmt Bakker zich door de groep om plaats te nemen op de grote voorleesstoel, bedekt met panterprint. Ze haalt vijf boeken tevoorschijn uit haar blauwe voorleesmand en stalt ze een voor een uit op de rand van de verwarming. “Wat ontzettend gezellig dat jullie er allemaal zijn. Hebben jullie er zin in?”, de kinderen knikken hevig op en neer met hun hoofd. “Goed, dan gaan we beginnen met het eerste boek.” Op de vraag welk boek ze als eerste moet voorlezen is iedereen het met elkaar eens. Het boek ‘Wat eet een miereneter?’ is als eerste aan de beurt.

Het idee voor de voorleesmiddag is jaren geleden begonnen tijdens een Kinderboekenweek en sindsdien niet meer weg te denken bij Bibliotheek Hilversum. “Er wordt op scholen steeds minder voorgelezen aan kinderen, terwijl dit juist heel belangrijk is voor een goede basis. Voorlezen draagt veel bij aan de taalontwikkeling van een kind”, legt Bakker uit. Meestal wordt er voorgelezen in de voorleeshoek, maar wanneer er echt veel kinderen zijn verschuift het voorlezen naar het kleine theater, achterin de bibliotheek. Bakker: “De hoek is veel knusser, waardoor het makkelijker is om kinderen mee te laten doen aan het voorlezen. Als kinderen interactief mee kunnen doen blijven ze veel langer geboeid. Ook is het voor kinderen makkelijker om later aan te sluiten, of eerder weg te gaan bij het voorlezen in de hoek.”

Terwijl Bakker de kinderen voorleest, sluit een jongen zich twijfelachtig aan bij de groep. Hij staart naar de kinderen, kijkt over zijn schouder naar zijn moeder en zoekt een plekje. De kinderen kijken en luisteren aandachtig. ‘In het theater is over een paar minuten een nieuwe voorstelling te bekijken’, klinkt het door de speakers. Alle aandacht voor het boek is weg en de kinderen kijken onrustig om zich heen, zoekend naar waar het geluid vandaan komt. Bakker blijft doorlezen. Na twintig seconden zijn alle gezichten weer naar voren gericht en is de focus terug. Met een kleine lach slaat de Bakker de volgende bladzijde om. 

Voorlezen draagt veel bij aan de taalontwikkeling van een kind

Het is alweer tijd voor het derde boek. “Jij,” Bakker wijst naar een blond meisje in het midden van de groep “Jij met die mooie ketting, welk boek wordt de volgende?”. Zodra ze voor het boek ‘voertuigen in de stad’ kiest, juicht de rest van de groep haar toe. Bakker klapt het boek uit. “Hoe kan dat?”, reageren de kinderen geschokt. Het boek bestaat uit 3D-plaatjes. Op de pagina is een rode brandweerwagen te zien, die als het ware uit het boekje ‘popt’. “De brandweer!”, schreeuwen de kinderen in koor. “En welk geluid maakt de brandweerwagen? Weten jullie dat?”. “Tatuu tatuu tatuu”, lacht het jonge publiek.

De vijf boeken zijn uitgelezen en de voorleesmiddag is ten einde. “Ik vond het ontzettend leuk dat jullie er allemaal waren”, spreekt Bakker het publiek toe. De kinderen staan op en trekken hun gele veiligheidshesjes weer aan. Ondertussen pakt Bakker haar blauwe voorleestas weer in en vertrekt weer richting een andere afdeling. Onderweg naar de uitgang van de bibliotheek worden de kinderen afgeleid door een grote televisie, met daarop een virtueel spel. Gefocust kijken de kinderen toe naar de twee oudere jongens die dansende bewegingen maken voor het televisiescherm. “Kom jongens en meisjes, we gaan weer verder”, één van de begeleiders steekt zijn hand omhoog en wijst met zijn hand richting de uitgang. Hand in hand vertrekken de jonge bezoekers van de voorleesmiddag in tweetallen weer naar buiten.