Ademen, het voeren van treingesprekken en een hond die reageert op de bewegingen van zijn baasje. Allemaal zijn dit simpele en toegankelijke beelden. En allemaal zijn dit kunstwerken. Kunst? Jazeker, kunst. Allemaal experimentele artistieke werken die in één museum samenkomen.

Museum Hilversum toont van 21 oktober tot en met 10 december voor het eerst een videokunsttentoonstelling. Jaarlijks exposeert het museum mediakunst die gekoppeld is aan het tegenwoordige tijdperk. Zo is dit jaar Classic Video Art aan de beurt, een tentoonstelling over de ontwikkeling van de Nederlandse videokunst.

De geselecteerde kunstwerken liggen normaal gesproken verborgen in de digitale archieven van musea en LIMA (digitale mediakunstcatalogus) en worden zelden publiekelijk vertoond. Maar volgens museumdirecteur Stef van Breugel is het een ‘must’ om deze iconische mediakunstwerken te tonen. “Deze werken zijn van groot belang voor de kennis en waardering van mediakunst,” aldus Van Breugel.

De expositie telt zeventien werken die gemaakt zijn vanaf de jaren 70 tot nu. De werken worden op twee verschillende manieren gepresenteerd. De presentatiewijze die bij binnenkomst meteen te zien is, is de televisiemonitor. “Dit is een bewuste keuze om de presentatie van de geschiedenis van de mediakunst in ere te houden,” vertelt Van Breugel.
Een tweede manier waarop de kunstwerken tentoon worden gesteld, is het tonen van de beelden via screens. Een beamer die een beeld projecteert op de witte muur van het museum. Deze modernere manier van videopresentatie laat zien dat de videokunst in de loop der jaren veranderd is.

Wanneer je het museum binnenstapt, zie en hoor je meteen de eerste videowerken afspelen. Het geadem van videokunstenaar Marinus Boezem treedt bij binnenkomst meteen op de voorgrond. Het enige beeld is het gestaar van de kunstenaar naar de kijker. Als het geadem verdwijnt, begint ook het beeld te vervagen. Een hoop museumbezoekers kijken vragend naar het scherm. Want wat ís nou eigenlijk de kunst aan dit beeld? Volgens Stef van Breugel is dit kunst omdat het een experimentele uiting is. “Een fysieke ervaring wordt verknoopt op een beeldscherm.”

Verderop in het museum is Kitchen (1997), een werk van kunstenaar Aernout Mik te zien. Het gaat hier om een geluidloze video die wederom vragen opwekt bij de bezoekers. Met gefronste wenkbrauwen en dichtgeknepen ogen staren twee vrouwen naar de drie bejaarde mannen op de witte muur. Op het ene moment lijken de mannen met elkaar te vechten en een paar tellen later lijkt het alsof ze elkaar omarmen.

De video Train (2001) van Julika Rudelius roept bij veel bezoekers dezelfde vraag op: is dit in scène gezet? Het kunstwerk toont gesprekken van een groep jongens in de trein. De gezichten van de jongens zijn ingekaderd door de rugleuning en de hoofdsteun van de banken, waardoor ze onherkenbaar zijn. De groep heeft het over ‘lekkere’ meisjes, over ‘lelijke’ meisjes. “Zou je haar doen?” vraagt een van de jongens in de video aan de anderen. En zo gaat het gesprek een paar minuten door. “Ik hoop dat het gespeeld is, maar ik ben bang van niet,” zegt bezoekster Renée van Marrewijk (18).

Naast de werken van Mik en Rudelius zijn er nog vijftien andere kunstvideo’s die alledaagse beelden tonen. Video’s die bij alle kijkers een hoop vraagtekens oproept. Dat was ook precies de bedoeling van directeur Van Breugel. Hij wist van tevoren al dat het publiek deze werken moeilijk zou vinden. “Ik bedenk me altijd of een tentoonstelling leuk is voor het publiek. Deze valt onder de categorie ‘op het randje’.”