Hij is dertien keer Nederlands, twee keer Europees en drie keer wereldkampioen ju jitsu geweest. Daarnaast heeft hij wel 24 Grand Slam medailles gewonnen. De in Hilversum geboren en getogen Ruben Assmann ontving begin dit jaar een ook niet onbelangrijke prijs: de gemeentespeld. Volgens burgemeester Pieter Broertjes draagt Ruben een grote bijdrage aan de Hilversumse gemeenschap op het gebied van sport en gezondheid. Benieuwd naar het verhaal van deze topsporter? Lees hieronder zijn verhaal.

“Afgelopen zomer speelde ik in Polen mijn laatste Wereldspelen. Bij deze en mijn andere laatste competities ben ik continu bezig geweest met het vinden van de balans tussen winnen en het hebben van plezier. Als topsporter ga je natuurlijk altijd voor de winst, maar uiteindelijk wil je ook iets doen wat je leuk vindt. De laatste jaren heb ik echter samen met mijn ju jitsu-maatje, Marnix Bunnik, het plezier opgezocht. Zelfs als we dan niet zouden winnen, hebben we in ieder geval plezier gehad.

Dat plezier gun ik anderen ook heel erg en daarom zet ik me in voor het Jeugdsportfonds en Jongeren Op Gezond Gewicht. Door deze twee goede doelen krijgen kinderen de financiële en mentale steun die ik vroeger van mijn familie en vrienden heb gehad. Voor die steun ben ik enorm dankbaar. Ook ben ik enorm dankbaar voor het feit dat ik de gemeentespeld in ontvangst heb mogen nemen voor mijn inzet voor anderen. Ik word dan ook liever beloond met een waardering voor mij als persoon dan met bijvoorbeeld de titel ‘sportman van het jaar’. Het gaat namelijk uiteindelijk om de mensen binnen de ju jitsu-wereld zelf, net als mijn familie en vrienden weten die mensen allemaal wie ik ben. Die waardering vind ik het mooist en vele malen belangrijker.

Mijn familie heeft mij geleerd hoe mooi het is om anderen te motiveren. Mijn vader is altijd voetbaltrainer geweest en heeft zich voor meerdere scholen en voetbalverenigingen ingezet als vrijwilliger. Hij zette zich altijd óveral voor in, maar áltijd voor een ander. Deze mentaliteit heb ik denk ik van hem geërfd en die neem ik ook mee in mijn sport: ik kan heel egoïstisch zijn, maar mijn beste prestaties heb ik geleverd in duo-onderdelen. Van nature neem ik al een leidende rol aan, omdat ik het idee heb dat ik die ander dan wat kan sturen, inspireren en motiveren. En dáár krijg ik dan weer motivatie van. Vroeger werd ik geïnspireerd door voorbeeldsporters of leuke leraren, nu wil ik die inspiratie zijn.

Ik vind het wel jammer dat de kampioenschappen voor mij zijn afgelopen, maar het was ook wel tijd hoor. Ik ben nu 32 jaar en ik ga nu echt niet nog vier jaar door met hard trainen. Mijn hoogtepunt heb ik gehad, het is nu tijd voor jongere jongens. Wel ben ik van plan nog lang door te gaan met het geven van ju jitsu- en judotrainingen. Ik train kinderen en volwassen vanaf 2,5 jaar oud. Het leukst vind ik om de allerkleinsten te trainen, omdat zij nog helemaal niks kunnen maar het wel altijd naar hun zin hebben.

Naast deze zelfverdedigingssporttrainingen geef ik ook training in sociale veiligheid bij scholen of andere bedrijven en instellingen die veel met mensen te maken hebben. Bij deze trainingen gaat het niet alleen om fysieke zelfverdediging, maar ook over hoe je jezelf moet opstellen wanneer je bijvoorbeeld een agressieve klant voor je balie hebt staan. Hoe de-escaleer of voorkom je zo’n situatie? Het leuke is dat ik hierbij elementen kan gebruiken vanuit ju jitsu, maar ook hele sociologische en psychologische aspecten meebreng die ik weer tijdens mijn studie criminologie heb geleerd.

Ik begin nu dus een middenweg tussen de sport en mijn studie te vinden. Het is dus toch wel erg handig dat ik criminologie heb gestudeerd. Voorheen wilde ik gewoon een mastertitel halen omdat dat mijn doelstelling als klein jongetje al was. Nu merk ik dat ik wel degelijk gebruik kan maken van wat ik die periode geleerd heb, ook al ging het studeren zelf niet altijd even vlekkeloos. Ik begon met Rechten op de Universiteit van Amsterdam en vervolgens ben ik criminologie gaan doen. Nooit heb ik een baan gehad die een directe link heeft met criminologie, maar nu kan ik het toch gebruiken met mijn trainingen. Die mastertitel is dus niet alleen goed geweest voor die jongetjesdroom!

Het is allemaal wel heel erg fijn dat ik nu wat heb aan een universitair diploma, maar een aantal jaren geleden deed ik daar nog helemaal niks mee. Toen was ik alleen maar bezig met ju jitsu. Wanneer je op een gegeven moment heel erg goed bent in een bepaalde sport en daadwerkelijk wedstrijden wint, wil je blijven winnen. Om dat te kunnen blijven doen, moet je altijd net dat ene streepje meer dan het maximale geven. Alles geven, dat is iets wat ik altijd al probeer te doen. Na een wedstrijd wil ik kunnen zeggen: ‘jammer dat het niet gelukt is, maar ik heb er wel alles aan gedaan’ of ‘ik heb er alles aan gedaan en het was het helemaal waard’.

Die positieve mindset probeer ik er wel altijd in te houden, want ik weet dat het leven niet altijd over rozen gaat. Enige tijd werd ik heel vaak tweede. Altijd was er wel één iemand beter dan ik. Dat was meestal Barry van Bommel, huidige bondscoach van de Nederlandse duo’s. Mijn doorbraak begon op mijn achttiende, bij de eerste keer dat ik Nederlands kampioen werd. Pas drie jaar later werd ik weer Nederlands kampioen, en sindsdien ieder jaar op rij. Het kan soms dus even duren, maar uiteindelijk komt het succes als je ergens hard genoeg je best voor doet. Een leerling van mij die laatst is gestopt, gaf me als bedankje een kaartje met de tekst: ‘Everything is hard before it’s easy’. Dat vind ik een hele goede. Veel mensen gaan vaak opzoek naar allerlei redenen om iets niet te doen, terwijl je juist moet bedenken waarom je het wél zou doen.”