In het leven van Jan Duitman (64) staat het geloof centraal. Als voorzitter van de Kerkenraad is hij actief binnen de Grote Kerk in Hilversum. Met de Week van Gebed in het vooruitzicht vertelt hij over zijn leven waarin een belangrijke rol is weggelegd voor eenheid, troost en zingeving.

“Ik ben opgegroeid in een christelijk gezin, waarin het geloof iets vanzelfsprekends was. Toen ik acht was, verhuisde ik met mijn ouders naar Hilversum. Geloof meekrijgen vanuit je ouders is één ding, maar het moet ook vanuit jezelf gaan leven. Dat is bij mij relatief jong al ontstaan, ik was aardig gedreven. Ik deelde het evangelie met anderen door erover te praten. God legt het geloof in je hart, en dan groeit er iets. Het verloopt niet altijd op dezelfde manier en via dezelfde weg. Als we de Bijbel lezen zijn er voorbeelden van mensen die in eerste instantie helemaal niet wilden geloven, maar die God ineens in de kraag greep en hen op die manier tot het geloof bracht.

Mijn vrouw en ik hebben vier kinderen gekregen. Geloof is binnen ons gezin heel erg belangrijk en we hebben dit ook altijd met onze kinderen gedeeld. Onze oudste dochter is overleden toen ze 21 jaar was. Zij was zelf ook bezig met het geloof en het sprak haar echt aan. Dit geeft ons troost in het verlies. Die lege plek is er natuurlijk altijd, het gemis blijft. Maar het feit dat je mag geloven dat ze bij God is, geeft ons troost en kracht.

Voor mijzelf is het geloof het belangrijkste in mijn leven. De relatie met mijn vrouw en mijn gezin vind ik wezenlijk, maar ze staan op nummer twee. In die zin, dat ik het plaats in het kader van het geloof, omdat ik denk dat het geloof voor ieder mens op aarde het allerbelangrijkste is. Dat geeft mij rust. We leven in een tijd met terroristen en aanslagen en dit maakt mensen bang. Toch kan ik het met een zekere rust tegemoet treden omdat ik geloof dat God uiteindelijk ook mijn leven in zijn hand heeft.

Ik ben nu bijna twee jaar voorzitter van de kerkenraad. Ik doe dat met heel veel liefde en plezier. Je maakt met elkaar beleid over praktische dingen, bijvoorbeeld de invulling van de diensten. Ook ethische zaken komen aan bod; hoe gaan wij respectvol en met liefde om met vragen als euthanasie, homofilie en echtscheiding? Wat zegt de Bijbel erover? Hoe houd je de verhouding zo optimaal mogelijk en de lijn naar God zo goed mogelijk open voor iedereen?

We merken de afgelopen jaren zeker iets van de ontkerkelijking. Ook bij ons lopen de aantallen bezoekers en leden terug. Onze welvaart is van grote invloed, we denken dat we God niet meer nodig hebben. Tijdens de oorlog zaten de kerken vol en na de oorlog liepen ze snel weer leeg. Daarnaast speelt individualisering een rol. We zijn steeds meer gericht op onszelf. Mensen denken vaak ‘haal ik er voldoende uit? Zo niet, dan stop ik ermee.’ Aan de andere kant is er toch ook nog steeds vraag naar zingeving.

Er zijn zeker ook jongeren geïnteresseerd. Het is niet precies aan te wijzen waarom het geloof bij de een wel en de ander niet aanhaakt. Binnen de kerkenraad zitten twee mensen die specifiek aandacht hebben voor de jongeren. We hebben onlangs een jeugdwerker aangesteld, die zich met name richt op kinderen en jongeren tot een jaar of 23.

De Week van Gebed vind ik persoonlijk een mooi initiatief. Mensen vanuit verschillende kerken zoeken samen naar eenheid. Geloven is voor mij een relatie hebben met God, zoals een man en een vrouw in een huwelijk met elkaar communiceren. Bijbellezen en gebed zijn twee manieren waarmee je die communicatie in stand houdt. In gebed spreek je met God en door het Bijbellezen spreekt God tot ons. Daarom ben ik blij dat we er tijdens deze week samen inhoud aan kunnen geven.

Als ik iets mag meegeven aan de jongere generatie… Schuif het geloof niet te gemakkelijk aan de kant, sta ervoor open. God heeft ons in Jezus Christus zoveel moois te bieden.”