Terwijl de wind buiten door de takken giert klinkt in Theaterzaal 2 van museum Beeld en Geluid een zacht geroezemoes. In het kader van de tentoonstelling “Nieuws of Nonsens: #demediamindfuck” geeft onderzoeksjournalist Griselda Molemans hier vandaag, op 11 januari, een expert lezing over de Indische repatriëring. Was de komst van deze staatsburgers en loyalisten uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië echt zo’n geruisloze integratie als de media het liet lijken? Volgens Griselda Molemans ligt het anders.

Het is druk, de kleine zaal is vrijwel helemaal vol. De gekleurde lichten, die het plafond en de muren bedekken, verspreiden een warme gloed over de ruimte. De vooral oudere, Indisch ogende aanwezigen zoeken een plekje uit tussen de rijen stoelen die voor een beamer zijn opgesteld en kijken naar de foto die op het scherm wordt afgebeeld: twee Indische vrouwen met een baby in het doorgangskamp Westerbork, middenin de sneeuw.

Nadat iedereen zijn plaats heeft ingenomen en Tomas Ponsteen, creative producer bij Beeld en Geluid, de vloer betreedt, valt er een doodste stilte. De aanwezigen worden welkom geheten en er volgt een korte introductie over Griselda Molemans, haar boeken, documentaires en de lezing die ze vandaag gaat geven. Vervolgens worden de gekleurde lichten gedimd en verschijnt op het grote scherm een fragment uit de zwart-witreportage “Fremden ins Heim”. Het is begonnen.

“Hartelijk welkom allemaal!” Onder een luid applaus stapt Griselda Molemans naar voren nadat het korte filmfragment is afgelopen. “Het fragment waar u net naar keek, heeft voor een heel groot gedeelte de beeldvorming over de repatriëring tussen 1950 en 1970 bepaald”, begint zij haar verhaal. De documentaire, gemaakt door een Duitse filmproducten, laat zien hoe ontheemde Indische gezinnen opgevangen zijn na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949. Volgens Molemans bleek uit haar research dat deze documentaire uit 1958 was gemaakt op basis van een draaiboek dat was geschreven door de RVD (Rijksvoorlichtingsdienst). “Je kunt dus zeggen dat dit volledig gescript is. De vraag is dan: is dit een documentaire? Nee, het is een voorlichtingsfilm.”

“Laten we even focussen op het begrip ‘repatriëring’. Direct na de bevrijding van Nederland van de Duitse bezetting in mei 1945, was dit al een behoorlijk ingeburgerd begrip”, vertelt Molemans, “en dat kwam omdat veel Nederlanders toen elders verbleven. Dan heb ik het over de overlevende van de vele Duitse vernietigingskampen en de dwangarbeiders die in de Duitse industrie te werk werden gesteld. Al deze mensen moesten terug gehaald worden naar Nederland. En de zorg daarvoor werd geregeld door de repatriëringsdienst. Zij beschikte dus al over een hoop locaties om al deze mensen op te vangen en goede zorg te bieden.”

Doordat Hiroshima en Nagasaki waren verwoest door atoombommen moest ook de Japanse bezetter capituleren op 15 augustus 1945. “En de verwachting in Nederland was dat het in Nederlands-Indië net zo zou gaan als in Nederland: grote feesten en drinken op een goede toekomst. Maar dat is niet het geval. De Inheems-Indonesische ziet haar kans om de onafhankelijkheid uit te roepen en te stellen Nederland niet langer de baas is. “En de consequentie daarvan was, dat er letterlijk op alles en iedereen wat Nederlands was gejaagd werd”, vertelt Molemans. “Dus ook op Indo-Europeanen die Nederlands staatsburger zijn.”

“Stukje bij beetje dringt in Nederland door hoe ernstig deze kwestie is. Dat er Nederlanders worden vermoord in Indonesië. De Repatriëringsdienst wordt aangestuurd door de Nederlandse overheid en krijgt als opdracht om zo snel mogelijk de blanke, uitgezonden Nederlanders terug naar Nederland te halen.” Aangekomen in Nederland werden de repatrianten op kosten van de overheid tijdelijk opgevangen in badhotels, pensions, landhuizen en barakkenkampen die na de oorlog leegstonden.

Vanaf het voorjaar van 1950 verandert de situatie volledig wanneer blijkt dat duizenden Indische Nederlanders niet in de nieuwe republiek Indonesië willen blijven, maar gedwongen naar Nederland komen. Als gemengd bloedige Nederlanders houden ze vast aan hun staatsburgerschap, waardoor ze ongewenst zijn in Indonesië.

Deze enorme groep ontheemde gezinnen, die geen repatrianten waren, wordt in dezelfde pensions en hotels als voorheen opgevangen, maar belast met een hoge schuld aan de Nederlandse overheid voor de opvangkosten. Voor de opvang in grotendeels dezelfde oude badhotels en pensions ging de Nederlandse overheid contracten aan met de eigenaren: het fenomeen contractpension was geboren.

Een kort fragment uit een reportage van de VARA verschijnt waarin Nederlandse beheerder Willem Reimers wordt geïnterviewd over zijn contractpension. 485 mensen verbleven er op dat moment in zijn pension. “Met 485 mensen in zijn contractpension verdiende meneer Reimers 1940 gulden per dag, dus 58.000 per maand. En hoe goedkoper er ingekocht werd, des te meer winst er gemaakt werd. Daar ging het in dit gesprek niet over en het ging ook niet over de enorme schuld die ieder Indisch gezin werd opgelegd”, vertelt Molemans gepassioneerd.

“Door gebrek aan overheidscontrole sloop er grote corruptie in het opvangsysteem. Het was een opvang waar steeds meer werd ingezet op winstgerichtheid. Hoe meer mensen er achter elkaar geplaatst worden, waarbij er bezuinigd werd op het eten en verwarmingskosten, des te meer geld er verdiend kon worden.”

Wanneer een Indisch gezin eenmaal naar een huurhuis kon vertrekken, hadden de gezinsleden voor de kosten van het transport, het verblijf in een contractpensions en de ontvangen kleding (die vaak verouderd of tweedehands was), al een hoge schuld opgebouwd: gemiddeld zo’n 15.000 gulden. “Maar de Indische mensen praatten niet over hun schuld. We hebben het over mensen die de trauma’s van de Japanse bezetting en de ellende van de burgeroorlog achter de rug hadden. Zoveel onverwerkt verdriet. En dan kom je in een opvangsysteem met zoveel moeten, regels en betalen: dat er gezwegen werd. Dat is eigenlijk de reden dat de achterkant van die opvang heel erg achter de mat geschoven is.”

“Het was allemaal een buitenkantverhaal: de Hollandse bevolking heeft nooit geweten met hoeveel schuld de Indische gezinnen opgezadeld zijn. En in de notulen van de overheid kom je ook behoorlijk wat vooroordelen tegen. ‘Toch niet helemaal intellectueel genoeg uitgerust voor onze hoogwaardige maatschappij’: zo werden Indische mensen neergezet.” Op basis van dit oordeel is bepaald dat alle behaalde diploma’s ongeldig waren, waardoor de Indische kostwinners gedwongen werden om laagbetaald werk in fabrieken en mijnen te accepteren.

Maar er is veel meer aan de hand. “De Indische Nederlanders zijn geofferd voor grotere belangen”, zo stelde Marga Klompé, Minister van Maatschappelijk Werk van 1956 tot 1971. “Wat voor belangen bedoelde Klompé eigenlijk? Langzamerhand kwam ik erachter dat ze financiële belangen bedoelde. Onder deze opvang, dit compleet gestroomlijnde jubelverhaal, ligt een beerput die haar weerga niet kent”, vertelt Molemans. “Het gaat om al het geld dat vertegenwoordigd wordt door deze groep van 380.000 ontheemde Nederlanders.”

“Uiteindelijk kwam ik uit op een reeks van negen claims.” De stichting Task Force Indisch Rechtsherstel, opgericht door Molemans, houdt zich bezig met het aanhangig maken van deze claims. Waaronder het weggesluisde goud van de Javaasche Bank, dat bank- en spaartegoeden plus verzekeringspolissen vertegenwoordigt, en het smartengeld dat toekomt aan de 18.000 Nederlandse dwangarbeiders aan de beruchte Birmaspoorlijn, ook wel de ‘dodenspoorlijn’ genoemd.

“Je kan het verhaal over de ‘Indische repatriëring’ brengen als een juichverhaal over een ideale bevolkingsgroep die geruisloos is geïntegreerd. Maar je moet eerlijk zijn: je moet je met name realiseren hoezeer deze ontheemde gezinnen gediscrimineerd, achtergesteld en bestolen zijn”, concludeert Molemans. “Dus laten we gezamenlijk het glas heffen en proosten in de hoop dat dit jaar deze grote onrechtvaardigheid eindelijk rechtgezet gaat worden.”