In de Kapel aan de ’s Gravenlandseweg in Hilversum wordt op 18 januari de nieuwjaarsbijeenkomst gehouden van het Humanistisch verbond, afdeling Hilversum en Humanitas. Een bijeenkomst waar Hilversummers genieten van muziek, mooie woorden en vooral: verbonden worden.

Bij de inloop wordt al snel duidelijk dat de opkomst groot is, iedereen drinkt koffie en thee en na de opening speelt Jan-Harmen Baljet pianomuziek van Grieg en Beethoven. De rust die hij op het publiek overbrengt is zichtbaar, mensen luisteren met hun ogen dicht. Dat wordt anders wanneer Herman Pleij, emeritus-hoogleraar historische Nederlandse letterkunde, gespecialiseerd in de Middeleeuwse literatuur, zijn lezing begint. Enthousiast vertelt hij over de betekenis van geluk in de vroege en de late middeleeuwen tot nu, 2018. Hij zwaait met z’n handen en met z’n stem zorgt hij dat niemand de ogen dicht doet. Hij zegt zijwegen in te slaan, maar dat maakt niemand uit. Wat hij vertelt is allemaal interessant en steeds keert Herman Pleij weer terug naar het thema geluk.

“In de middeleeuwen”, vertelt Pleij, “had geluk te maken met levensbeschouwing, met godsdiensten als het protestantisme en de katholieken. In de literatuur en de schilderkunst werd geluk afgebeeld binnen het boerse bestaan. Praten over geluk op aarde was erg lastig, door de zondeval. Waarbij Adam en Eva, door te eten van de appel, die de duivel hen gaf, het geluk van de mens voor de eeuwigheid verspilde. Sterfelijkheid, lijden en ziekten brachten de hap uit die appel met zich mee. Waren ze er maar van af gebleven…”

Pleij vertelt over de rol van Eva, die tot misschien in onze tijd, een model is voor hoe mannen naar vrouwen kijken. “Vrouwen waren uit een rib geboren, hadden leiding nodig, zijn altijd labiel, noem ze gewoon ‘niet afgebakken’. Zo dachten de artsen in de klassieke oudheid al. In de middeleeuwen en late middeleeuwen dachten theologen en medici er nog steeds zo over.’’ In de zaal hoor je soms ‘ah’ of ‘ooh’ en ook wel een beetje gelach. Herman Pleij gaat door.

“Maar er is een troost,” zwaait hij met zijn handen in de lucht. “Alle religies zijn troostapotheken. Waarom komt een kind om het leven? Is dat volstrekt toeval? Het is moeilijk aanvaardbaar. Er moet een reden zijn! Vele religies in het westen lijken op elkaar. De meesten beginnen met de gouden tijd. Een ideale tijd die niet meer bestaat. De mens heeft iets verkeerds gedaan. God of de goden namen wraak met ziekte en ellende. En de troostgedachte is nu: je kunt geluk herwinnen door boete te doen. Dan kun je het geluk terugwinnen in het hemels paradijs! De wegen van God zijn niet te volgen. En daarmee is het plaatje rond. Een opmerkelijk plaatje!” lacht Pleij. Het publiek lacht mee. Hij vertelde over de volkspreken, waarin werd gezegd dat je dus boete moest doen om gelukkig te worden. Als je dan in de hemel komt, staan in het paradijs dag en nacht tafels gedekt met heerlijke maaltijden. “Elk moment van de dag mag je ervan eten. Heel anders dan op aarde waar je maar op twee momenten per dag mocht eten.”

Voor wie de aandacht er niet bij hield, zei hij opeens: “Misschien hadden jullie iets anders over geluk verwacht dan dit, maar dan heb ik nog iets interessants. Geslachtsgemeenschap bij gehuwden was verboden op vrijdag, op zondag, op vastendagen en in de tijd van de communie. Daar heeft niemand zich aan gehouden. Dan was de mensheid voor de achttiende eeuw gestopt, nog voor de Verlichting.” De zaal lacht weer.

“Gelukkig kwam er een tegenstroom”, vertelt Herman Pleij, “van mensen die in de bijbel lazen dat God geluk op aarde wil. Dat er blijheid is. Waarom gaf God ons anders die lichaamsdelen? Je mag ervan genieten, dat zei ook Luther.” De tijd van de lezing is inmiddels voorbij, maar Herman Pleij zegt nog lang niet klaar te zijn. Hij heeft het nog over geluk in de achttiende eeuw, waarbij het in de grondwetten van de nieuwe staten wordt opgenomen. En dan noemt hij het blad Happinez. “Geluk kun je nu aanschaffen, in onze tijd. Ze halen de wetenschap erbij. Er zijn geluksprofessoren. Ik vind dat allemaal zeer dubieus. Geluk moet je overkomen! Het zijn de momenten dat opeens alles klopt. Zoals ikzelf heb ervaren in Italië bij een ochtendzon met een kop cappuccino.”

De laatste woorden zijn gesproken en iedereen begint enthousiast te klappen. Er klinkt geroezemoes door de Kapel en mensen staan rustig op. Lege koffie- en theekopjes worden opgeruimd en iedereen vertrekt naar de volgende verdieping waar met hapjes en drankjes de avond nabesproken kan worden.