HILVERSUM – 700 kilo pepernoten, 100 pieten, 50 andere vrijwilligers, 100 kilo mandarijnen, twaalf voertuigen en een route van 4,7 kilometer. Dat was de Sinterklaasintocht in Hilversum dit jaar. Sander Bunschoten is een van de organisatoren van dit feestelijke evenement, en hij vertelde hier graag meer over.

“Het belangrijkste is dat de intocht traditie is. Zelf ben ik natuurlijk ook jong geweest. De intocht was altijd een magistraal gegeven voor mij en het heeft nog steeds iets magisch. Dat willen we doorgeven aan onze eigen kinderen, maar ook aan andere kinderen. Dat is waarom we dat sprookje graag in ere willen houden. En het zorgt er natuurlijk weer voor dat er een feest is in de stad, dat het weer heel gezellig is, voor de winkeliers is het heel erg belangrijk- Het is natuurlijk eigenlijk gewoon een commercieel feest. Iedereen heeft zo zijn eigen ideeën erbij, iedereen doet het met volle overgave. Iedereen heeft meegewerkt om het feest een succes te maken.

Het is leuk om kinderen vol overgave te zien geloven in iets wat natuurlijk helemaal niet klopt. Om ze blij te maken: ‘Zwarte piet heeft me een handje gegeven!’, dat is natuurlijk heel mooi om te zien. Maar ook volwassenen vinden het natuurlijk nog steeds hartstikke leuk. Ouders met kinderen vinden het leuk om langs de lijn te staan en te zwaaien naar Sinterklaas, en dan pepernoten te krijgen. Het is het totaalplaatje. Het is de kinderen blij maken, ze zo nu en dan een beetje op de hak nemen. Maar ook de samenhorigheid. Om een uur of acht komen de eerste pieten binnen en dan begint het al te bruisen. Iedereen is gezellig met elkaar. En vervolgens lekker gek doen in de optocht en iedereen blij maken.

Er gaat veel voorbereiding aan vooraf. Het comité bestaat uit zes mensen, zes vrijwilligers. Ik denk dat een ieder, per persoon, zo’n 80 uur heeft geïnvesteerd om het te kunnen organiseren. Op de dag zelf beginnen we ’s ochtends vroeg om zeven uur, en we zijn ’s avonds om zeven uur klaar. Dan ben je al twaalf uur in touw met zijn zessen. Daarvoor is het, heel simpel eigenlijk, pepernoten regelen, mandarijnen, de pieten moeten allemaal hun pak aan, ze moeten geschminkt worden. Vooraf moeten ook al die pieten uitgenodigd worden, die selectie is best zwaar. We kijken van, nou, wie waren er voorgaande jaren goed, wie waren er wat minder, kunnen we daar anderen voor vinden. Welke maat hebben ze, komen ze alleen, komen ze met anderen. We hebben ook wat regeltjes: je mag onderweg niet eten als Piet, niet roken, dat soort dingen. Je moet zorgen dat dat gecommuniceerd wordt. Er is ook een pietenavond, die hebben we twee weken ervoor gehad, zodat iedereen weet wat er van ze verwacht wordt.

Dit jaar hebben we ook te maken gehad met het feit dat we anders gekleurd gingen. Bij de intocht zelf hebben we helemaal geen problemen gehad. Ik denk dat dat is voorgekomen uit het feit dat we zelf een stapje in de goeie richting hebben gezet: Zelf wat veranderen. We hadden zoiets van, nou we moeten hierin mee, wat gaan we dan doen? Het belangrijkste is natuurlijk dat het een sprookje blijft en dat de pieten met overgave daaraan meewerken. Je doet het sprookje het minste geweld aan als je roetveegpieten inzet. Alleen, als je dat doet, terwijl je met lokale pieten werkt, is er de kans dat de buurman van drie huizen verderop wordt herkend door het buurmeisje. Dan valt het sprookje in duigen.
Wij hebben er toen voor gekozen om totaal anders gekleurde pieten te nemen. Dit jaar hebben we dat gedaan. Ik denk dat het resultaat wel heel erg mooi is geworden. We hadden roze, witte, paarse, eigenlijk allerlei kleuren pieten. Ze waren heel mooi geschminkt met allemaal versierinkjes erbij. De reacties langs de zijlijn waren eigenlijk alleen maar positief. Heel veel buitenlandse expats gingen vooral met de gekleurde pieten op de foto. De kinderen maakt het uiteindelijk niet uit of het Zwarte Piet is of Roze Piet. Zolang ze maar pepernoten krijgen en cadeautjes!
Toen we doorgaven, ‘we gaan wat anders doen’, was er in de eerste instantie wel een storm van kritiek. ‘Als er gekleurde Pieten komen, dan komen wij niet.’ Eigenlijk duurde dat drie dagen en toen was het klaar.

We hebben geen problemen gehad. Er kunnen altijd dingen beter. Een ding is bijvoorbeeld waarom de Pieten al zo vroeg aanwezig moeten zijn. Dit jaar was dat dus al iets later, maar dat moet nog later kunnen. We hebben nu in een maand zoveel georganiseerd, dat ik van de dingen die misgegaan wel kan zeggen dat het eigenlijk niet de ergste dingen waren. Als we daar volgend jaar gewoon sneller en eerder mee beginnen moet dat ook goed komen. Twee jaar geleden is er wel iets gebeurd waar we gewoon geen invloed op hadden. Iemand langs de lijn kreeg een hartaanval. Toen hebben we de route moeten omgooien, maar het lukt dan niet om iedereen in die straat te informeren.

Ik vind het heel leuk om dit te doen, dit te organiseren. Ik denk wel dat er meer inzit. Het kan altijd nog mooier.”