HILVERSUM - De overheid gaat samen met de gemeente Hilversum het Metropole orkest subsidiëren. Deze besteding is mogelijk vanwege de nieuwe plannen die uit de troonrede naar voren zijn gekomen. Het extra geld redt het orkest voorlopig van hun ondergang.

Er is een gezamenlijke aanvullende subsidie van een miljoen euro gereserveerd voor 2019, 750.000 euro uit de 50 miljoen euro die de overheid in 2019 extra aan cultuur gaat besteden, en 250.000 euro vanuit de gemeente Hilversum.  

In 2012 ging het niet goed met het Metropole Orkest. In het regeerakkoord was opgenomen dat de financiering van het Muziekcentrum voor de Omroep, waar het Metropole Orkest deel van uitmaakte, zou stoppen. Na grote publieke steun werd het orkest met een halvering van het budget in leven gehouden, middels een motie van VVD en PVDA. De jaarlijkse overheidsbijdrage ging van 7 naar 3,5 miljoen euro.

In 2017 werd het orkest toegelaten tot de cultuurbegroting, wederom met een budgetkorting. Dit keer van 15 procent. Het totale subsidiebedrag kwam hiermee op 3 miljoen euro per jaar.

In mei 2018 liet het Metropole Orkest weten dat door de bezuinigen in de jaren daarvoor, ondanks hoge eigen inkomsten de internationale toppositie niet volgehouden kon worden. Musici hadden slechts een 50% aanstelling waardoor de kwaliteit in gevaar kwam. Zij zagen deze noodkreet als hun laatste hulpmiddel.

Het Orkest heeft de minister laten weten dat zij al grotendeels uit de zorgen zijn als 75 procent kan spelen in plaats van 50 procent. Hiervoor is 1,5 miljoen euro nodig. “Met deze impuls zijn wij heel blij, het is een grote stap in de goede richting. Ik wil ook benadrukken hoe indrukwekkend de gemeente Hilversum heeft bijgedragen”, zegt Pieter Hunfeld (hoofd marketing/development en hoornist van Het Metropole Orkest).

Ondanks de positieve berichten op prinsjesdag en de blijdschap van het Orkest, is er nog ruimte voor verbetering, aangezien zij nog een half miljoen te kort komen.  

“Wij hebben nog wel wat klussen te klaren om een stap verder te komen, maar het neemt niet weg dat dit zonder twijfel al een forse stap is”, besluit Hunfeld.