“We moeten uitkijken voor paranoïa en een censuur zoals in Rusland.” Het Koninklijk Instituut voor Massaproductie (KIM) organiseerde donderdag 25 januari het KIM-nieuwjaarsdebat in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Met het thema “Help, de Russen komen!” spraken kenners over de rol van nepnieuws in de wereld waar we in leven.

Hans Laroes, hoofdredacteur KRO-NCRV, brengt een skype-gesprek tot stand met Eva Hartog Skorobogatova, hoofdredacteur van de Moscow Times. Door haar situering in de hoofdstad van Rusland heeft ze goed zicht op de “trollenfabriek”, een organisatie in Sint-Petersburg die actief nepnieuws de wereld inzendt. Skorobogatova: “Het werk dat de trollenfabriek doet is niet amateuristisch, ze werken van 09:00 uur tot 18:00 uur. Maar niet alleen de trollenfabriek werkt mee aan de verspreiding van nepnieuws, bijna alle kranten in Rusland ook. Rusland gebruikt het internet steeds meer als oorlogsgebied. Het is een oorlog met informatie in het belang van Russische binnenlandse en buitenlandse politiek.” Het speelt ook in Nederland en Europa een grote rol. Ondanks dat Nederland zich moet realiseren dat die invloed bestaat, pleit Skorobogatova toch ook voor relativering.  “We moeten niet zo paniekerig doen hierover. Rusland is gewoon een pestkop. Hoeveel invloed kan het in Nederland hebben? In Rusland bestaat er geen onafhankelijk medium, maar in Nederland is er kwaliteitsmedia en je mag toch hopen dat die het rechtzetten.” De vraag die voor haar overblijft is of het eerlijk is dat we alleen maar naar Rusland kijken als het gaat om nepnieuws. “Fake news is overal, we moeten ook kijken naar de sociale media en de rol die zij hebben. Is het oké dat Facebookberichten die niet gefactcheckt worden meer invloed hebben dan de NRC?”

Reinier Kist, mediaredacteur bij NRC Q, neemt de zaal in sneltreinvaart mee door de ontwikkelingen van nepnieuws. Door het vele gebruik van de term sinds Trump aan de macht is, zou je haast denken dat hij de eerste was die hierover sprak. Toch sprak Geert Mak in 1994 al over nepnieuws. Vanaf dat moment werd de term nepnieuws sporadisch gebruikt, tot twee jaar geleden. Vanaf het jaar 2016 staan de kranten er ineens vol mee, waaruit blijkt dat Trump de term groot heeft gemaakt. “Vorig jaar nodigde het KIM René ten Bos uit om een lezing te geven en daarin zei hij: ‘Je kunt fact-checken tot je een ons weegt, maar daar zit het publiek niet op te wachten.’” In januari 2018 kwam zijn artikel in Vrij Nederland met de titel ‘Nepnieuws in een wereld die geen feiten wil’. Volgens hem moet je in een wereld waar mensen alleen maar op zoek zijn naar bevestiging van hun gevoelens en ideeën als journalist partizaan zijn. Het onderwerp groeit in dagbladen en kranten en ook in de politiek. “De problematiek is complex en daar proberen we vandaag een beetje grip op te krijgen.”

Peter Burger, docent aan Universiteit Leiden, legt in een korte lezing uit hoe nepnieuws vorm krijgt en hoe het door mensen gebruikt wordt. Nepnieuws past soms in het wereldbeeld dat mensen hebben. “Een voorbeeld daarvan is deze foto van Venetië met een dikke laag ijs. In werkelijkheid is dit het werk van een Duits kunstenaar: gefotoshopt beeld. Maar mensen gebruiken het dus om hun punt te maken. Dat het nog wel meevalt met de opwarming van de aarde.” Hij wijst erop dat de politiek eerst moet kijken naar wat de feiten over de gevolgen van nepnieuws zijn, voordat ze er regels over opstelt. Soms zijn de gevolgen namelijk niet zo groot en zijn ze ook te bestrijden zonder censurerende regels. Het vertrouwen in de journalistiek neemt af door politici die de klok hebben horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. “Voordat we maatregelen nemen, moeten we eerst kijken hoe het écht zit. Op dit moment zijn er geen duidelijke aanwijzingen voor Russische inmenging.” Ook Skorobogatova denkt dat er uitgekeken moet worden voor paranoïa en voor censuur zoals in Rusland. “Ga niet zonder bewijs maatregelen nemen tegen Rusland. Hoe meer je paniek zaait, hoe meer je Rusland in de kaart speelt.”