Hij groeide op in Hilversum, verhuisde in zijn studententijd naar de Bijlmer en kwam terug naar Hilversum om een kerk op te richten: Sebastiaan van Wessem (44). Samen met een Amerikaanse vriend startte hij in 2006 Thousand Hills International Church. Sinds Pasen 2006 is Thousand Hills gehuisvest in een voormalig Gereformeerd kerkgebouw aan de Neuweg. Het was een lange weg naar geloof voor Sebastiaan. Een weg van ontdekkingen, oude gewoonten loslaten en nieuwe tradities omarmen.

“Twintig jaar geleden had ik nog helemaal niets met geloof. Ik woonde in 1995 in een studentenflat in de Bijlmer, was hiphop-dj en rookte wiet. Zo’n 10 gulden per dag gaf ik uit aan wiet. Mijn vriendengroep bestond uit andere hiphopgastjes uit de Bijlmer. Ik had de tijd van mijn leven. Toch miste ik iets. Een goede vriend van mij vertelde me telkens over zijn band met Jezus. Ik vond het vreselijk, wilde er niets van weten. Het ging het ene oor in, het andere oor uit.

Op een middag, terug naar de Bijlmer, zat ik in de metro naar huis. Ik werd uitgenodigd om een kerkdienst bij te wonen. Ik zei tegen hem dat ik het zou overwegen, maar in werkelijkheid had ik andere plannen. Ik zou dat weekend naar Londen gaan, dus ik dacht bij mezelf: ‘daar kom ik mooi onderuit’. In Londen bevond ik me opnieuw in de metro. Een jongeman benaderde mij om me uit te nodigen voor een kerkdienst. Toen dacht ik: ‘Wat is nou de kans, statistisch gezien, dat binnen één week tijd, op twee totaal verschillende plekken, ik word gevraagd om een dienst bij te wonen?

Stel, God bestaat. ‘Probeert hij me dan nu iets duidelijk maken?’, ging er door mijn hoofd. Een paar maanden later maakte ik de stap: ik bezocht een kerkdienst. Ik liep de kerk binnen en was stomverbaasd. De sfeer die er heerste was totaal anders dan mijn verwachting. Ik ben niet gelovig opgevoed, waardoor het enige beeld van de kerk dat ik had de vrijzinnig hervormde kerk van mijn oma was: grijze haren, een orgel en bovenal: saai. De kerk die ik binnenstapte was een wereld van verschil. Jonge mensen, ‘hippe’ muziek en een jongen met lang haar, net als ik in die tijd. Ik bleef een aantal weken achtereen terugkomen.

Een van mijn gelovige vrienden vroeg op een middag aan mij: ‘Ben je klaar om je leven aan God te geven?’ Op dat moment voelde ik dat ik klaar was om deze beslissing te nemen. Uiteindelijk ging ik met hem mee naar de kerk. Dat voelde als thuiskomen, nog meer dan bij de kerk waar ik eerder een aantal keer heenging. Het was een multiculturele kerk van zo’n 150 man. Surinamers, Molukkers maar ook Nederlanders, ze liepen er allemaal. Net als ik hielden ze van hiphop en r&b, maar dan de christelijke variant. Het was een zooitje ongeregeld bij elkaar, maar precies goed voor mij.

Ik diende toen nog wel twee heren: God en marihuana. Het voelde scheef. Ik rookte op een middag mijn laatste joint en bad daarna tot God om mij ervan te bevrijden. Na twee weken heftige afkickverschijnselen ervaren te hebben, was ik ervan bevrijd. Ik realiseerde dat God mij hierin heeft gesteund. Het drong tot mij door dat er meer in het leven was dan een studie afronden, een geweldige carrière en veel geld verdienen.

Ik besloot Theologie te studeren aan de Continental Theological Seminary in België. De school stond net zo goed aangeschreven als de onderwijsinstituten in Amerika, maar was niet zo prijzig. Tijdens deze masteropleiding ontmoette ik een Amerikaan, inmiddels een goede vriend, met wie ik uiteindelijk Thousand Hills ben gestart.

Ik liep samen met deze vriend door Hilversum. We bespraken de mogelijkheden voor een internationale kerk in Hilversum, die was er namelijk nog niet. Ik ben hier opgegroeid, dus ik ken de cultuur en de mensen een beetje. In 2005 begonnen we in een huiskamer, niet lang daarna verhuisden we naar een kapelletje aan de ’s Gravelandseweg. Sinds 2006 zitten we in dit pand aan de Neuweg, waar we op 21 mei dat jaar een grand opening organiseerden. De afgelopen jaren zijn we gegroeid naar 600 bezoekers elke zondag verdeeld over twee locaties en drie diensten.

Ik was vroeger nooit in love met lokale kerken. Toen ik er alleen voor kwam te staan bij het vertrek van mijn vriend in 2009, zorgde dat bij mij voor nog meer onzekerheid. Toch heb ik het leiderschap omarmd en nu zie ik in dat onze lokale kerk echt een verschil maakt in het leven van onze bezoekers, maar ook in Hilversum.”