HILVERSUM – GroenLinks ontstond in 1989 uit vier kleine linkse partijen. Iede de Vries (65) is een geboren Zaankanter, maar nu al dertig jaar Hilversummer. Hij is GroenLinks lid van nog voor het eerste uur en ex-gemeenteraadslid.

Die vier linkse partijen, dat waren de PSP (Pacifistische Socialistische Partij), de PPR (Politieke Partij Radicalen), de EVP (Evangelische Volkspartij) en de CPN (Communistische Partij van Nederland). De Vries was eind jaren 80 actief bij de CPN.
“Ik heb toen altijd al gepleit voor de fusie van wat ze toen noemden, de vier linkse partijen.” Dit gebeurde, na een aantal jaren van duwen en trekken, uiteindelijk in 1989: GroenLinks was geboren.
“Hier in de stad, in Hilversum, was ik al een hele tijd politiek actief op plaatselijk niveau. Hier hadden we die samenwerking van die vier partijen al.”
Het samenvoegen van de partijen haalde belemmeringen weg, merkte Iede. “Zo’n partij die al heel lang bestaat, die raakt toch een beetje vastgeroest in zichzelf.” Sommige dingen waren bij bepaalde partijen niet bespreekbaar, “ze wilden alleen maar dit of dat”, maar  “De fusie haalde bepaalde belemmeringen weg, en creëerde nieuwe mogelijkheden. Daar kwam eigenlijk een veel leukere partij uit voort!” De gefuseerde partij was een progressievere maar vooral bredere partij dan de vier apart. “GroenLinks was meer dan een samenvoeging van de vier partijen, er ontstond een nieuw, vijfde element.”

En het sterk opkomende populisme? Wat vindt hij daarvan? “Dat vind ik walgelijk. Daar heb ik maar één woord voor, walgelijk. Dat egocentrische ik-gedoe, ‘alles moet maar kunnen en alles is zogenaamd leuk’, daar heb ik een hekel aan. Veel mensen zeggen, ach Iede, maak je niet zo druk. Maar tegenwoordig vind ik het populisme dermate doordrijven, dat ik de politiek steeds meer om poppetjes en ego’s zie draaien dan om plannen en ideeën. Ik vind het afleiden van de inhoud van de politiek.”

Maar wat is er volgens De Vries nou zo fijn aan de lidmaatschap van een partij? “Ik voel me daar emotioneel en inhoudelijk mee verbonden. Het is een soort richtingaanwijzer, een soort anker.
Natuurlijk, het helemaal honderd procent eens zijn met alles wat een partij doet of zegt, kan bijna niet. “Maar als je bij die partij een goed gevoel hebt, de mensen spreken je aan, de ideologie spreekt je aan, het geeft je een beetje een nestgevoel, of sfeergevoel, dan vind ik dat je op die partij moet stemmen.” Tuurlijk kijk je als stemmer naar de plannen van een partij, maar het gevoel wat je erbij krijgt is volgens De Vries net zo belangrijk. “Als ze alleen maar 60plussers hebben met een chagrijnige smoel, zo iemand wil ik misschien wel helemaal niet in de gemeenteraad.”
Steeds minder mensen worden lid van een politieke partij. Iede vindt dat “vervelend, maar wel verklaarbaar. Dat ligt niet zozeer aan de politiek, maar aan de samenleving op zich. Als je kijkt naar de generatie van mijn ouders, de jaren 60 en 70, was het gebruikelijk dat je lid was van iets, zoals een omroepvereniging of een partij. Toen namen de mensen genoegen met de grootste gemeenschappelijke deler. Als deze voor driekwart op jou van toepassing was, en een kwart niet, dan accepteerde je dat evengoed. Maar sinds de jaren 70 zijn we steeds individualistischer geworden – ik zeg niet egoïstischer, individualistischer. We wilden het leven meer op onszelf toesnijden. Ons individuele domein werd steeds belangrijker.” Dit fenomeen staat ook wel bekend als de ontzuiling: mensen gingen meer focussen op wat ze zélf belangrijk vonden. Het liberalisme, de D66 bijvoorbeeld, stelt dan ook dat het individu het belangrijkst is. “Ik vind dat het is doorgeslagen. Ik zeg niet, elk individu maakt uit wat hij of zij wilt.” Sinds de opkomst van Fortuyn, ‘Ik zeg wat ik denk, en doe wat ik zeg’, staat De Vries er zo in. “Er zijn dingen die je zeggen kunt, die voor anderen beledigend of kwetsend zijn. Je mag het juridisch wel zeggen, maar sommige dingen, dat doe je niet, dat hoort niet. Ik vind dat je als mens, als individu, rekening moet houden met de individuen om je heen.”