‘’Gewoon uit de kast komen is al moeilijk, maar bij ouderen komt er meer bij kijken.’’ De 70-jarige, Hilversumse Monique Buijs is twintig jaar geleden uit de kast gekomen als transgender.

Laat uit de kast
‘’Ik ben van net na de oorlog, 1948. Diversiteit was in die tijd niet zichtbaar, homo zijn kon niet en transgender zijn al helemaal niet. Ik wist er daarom ook niet veel van. Tegenwoordig weten kinderen veel meer over de LHBTI, sommigen kinderen hebben dan ook twee vaders of moeders. Over mijn kinderjaren weet ik niet zo veel meer. Ik had nooit echt interesse gehad in herenmode, maar wel in vrouwenmode. Ik keek dan ook naar wat andere vrouwen om mij heen droegen.
Toen ik vijftig was kwam er een travestieshow op tv, daar had ik interesse in. Mijn ex-partner vond dat natuurlijk niet zo fijn. Toen voelde ik al dat ik anders was dan anderen.
Ik ben 23 jaar getrouwd geweest en ik heb kinderen. Toen ik het voor mezelf kon accepteren werd het tijd om uit de kast te komen voor de familie.

Onbegrepen
Toen ik het mijn partner van toentertijd vertelde, begreep ze me wel. We zijn gescheiden en daarmee ben ik mijn kinderen kwijt geraakt. Ze accepteerden mij niet. Mijn kinderen hadden me laten vallen. Met mijn zoons heb ik helemaal geen contact meer. Dat deed op het begin wel pijn, maar ik ben er uiteindelijk sterker van geworden. Ik heb sinds kort weer contact met mijn dochter en haar kinderen, hier ben ik heel erg blij mee.

Dubbel leven
Na mijn scheiding heb ik een rottijd gehad, maar ik kreeg wel de kans om als travestiet te leven. En daarbij vond ik het heerlijk om de kleren van een andere sekse te lopen. Ik had ook vriendjes, dit vond ik fantastisch.

Het was wel lastig, want ik leefde een tijdje een dubbel leven. ’s Morgens was ik Wim en ’s avonds was ik Monique. Dat ging bijna niet. Zoals die keer dat ik ’s avonds thuis kwam als Monique. Ik wilde de deur openen met mijn sleutel, maar die kwam vast te zitten dus moest ik aanbellen. Mijn dochter deed open, ze was 14 en zag mij voor het eerst als Monique. Ze schrok zich wezenloos. Ik ging gelijk de badkamer in om mijn make-up te verwijderen en me om te kleden. Ik moest weer ‘normaal’ doen. Dat was haast geen leven.

Acceptatie op het werk
Ik heb vijf jaar als vrijwilliger in het ziekenhuis gewerkt. Ik werkte er als Wim. Wim is nu dood, hij bestaat niet meer. Op gegeven moment mocht ik er als Monique komen, maar er waren een aantal patiënten die er moeite mee hadden of er zelfs fel tegen waren. De leidinggevende vertelde me toen dat ik er wel mocht blijven werken, maar niet met een rok aan. Ik snapte niet waarom.

Toen ben ik gaan werken bij het verpleeghuis Gooiers Erf, hier werk ik al zes jaar als vrijwilligster. Hier ga ik ook met ouderen om, de een heeft er wel moeite mee en de ander niet. Dat laten ze ook wel blijken, af en toe word ik ook nog steeds meneer genoemd. Maar het raakt me niet want een aantal ervan zijn dementerend.

Mezelf zijn, Monique zijn
Ik kan tegenwoordig helemaal mezelf zijn, Monique, een vrouw. Vrouw-zijn betekent voor mij dat ik me echt een vrouw voel, wanneer ik echte vrouwen dingen doe, ik draag vrouwelijke kleding, ik doe make-up op en ik word door vele geaccepteerd als vrouw.

Er kwamen wel een aantal dingen bij kijken om volledig Monique te worden. Ik moest veel regelen bijvoorbeeld mijn naam en geslacht op mijn legitimatie, rijbewijs en gemeentebelasting aanpassen. Ik heb logopedie gedaan, hier trainde ik mijn stem, zodat het vrouwelijker werd. Wanneer ik opgefokt ben komt mijn mannenstem nog wel eens naar voren en dat is vervelend. Ik moet in het verkeer bijvoorbeeld goed opletten dat ik in bepaalde situaties niet uithaal. Vaak denken mensen aan de telefoon ook dat ik een man ben. Dit is iets waar ik vaker tegen aan loop, maar ik kan er wel tegen.

Ook moet ik als vrouw beter op mijn gewicht letten, door de hormonen word ik namelijk sneller zwaar. Ik ben als vrouw een aantal kilo’s aangekomen, maar uiteindelijk gaat het erom hoe je je voelt, dat je lekker in je vel zit.’’