Terwijl het buiten miezert en binnen de verwarming aanstaat, neemt hij plaats op de bank, voorzien van een kopje koffie. Wim Moehn (52) is als predikant verbonden aan de Protestantse Gemeente Hilversum. Hij is getrouwd met Henny en samen hebben ze drie zonen. Naast zijn ambt is hij werkzaam als bijzonder hoogleraar Geschiedenis aan de Protestants Theologische Universiteit Amsterdam (PThU). In zijn huis in Hilversum vertelt hij over zijn beroep en privéleven.

Jeugd

“Nou, ik kom oorspronkelijk niet uit Hilversum,” begint hij “maar ben opgegroeid in Ouderkerk aan den Ijssel.” De telefoon gaat. “Met Moehn. Ja ik zit even in een interview. Ik bel je later even terug.” “Ouderkerk aan den Ijssel dus”, wil hij verder. De telefoon gaat weer. “Met Moehn goedemorgen. Ja dat is goed, maar ik bel je straks even terug.” Hij vertelt dat die telefoontjes gaan over het verdelen van preekbeurten.  “Ouderkerk aan den Ijssel,” vervolgt hij zijn verhaal “is een klein dorpje waar je wel van kunt zeggen dat het in de biblebelt ligt. Het ligt vlakbij Gouda, waar ik vwo gedaan heb.” Hij vertelt dat hij al vroeg wist dat hij dominee wilde worden. “Ik ben gelovig opgevoed, mijn ouders hingen de hervormde kerk aan en ik ging naar een christelijke basisschool. Mijn klasgenootjes gingen naar dezelfde kerk als ik, namelijk het Wijkgebouw aan de Lageweg”, vertelt hij. Echte vriendschappen uit deze tijd heeft hij niet, die heeft hij meer aan zijn studententijd overgehouden. “Op mijn zestiende heb ik op de middelbare school een half jaar wis- en natuurkunde gedaan in plaats van de klassieke talen. Ik wilde een beetje weglopen van het toekomstbeeld dat ik altijd al voor mezelf uitgetekend had. Ik merkte echter dat dat voor veel onrust zorgde en dat ik toch echt heel graag de klassieke talen wilde doen. Toen ik achttien was ben ik Theologie gaan studeren aan de Universiteit Utrecht. Als spoorstudent ging ik heen en weer van mijn ouders naar Utrecht.” Na zijn studie is hij in Reeuwijk begonnen als predikant.

Werk

Moehn is verbonden aan de Grote Kerk in Hilversum als predikant, maar ook bijzonder hoogleraar in Amsterdam. Hij vertelt hoe hij dit combineert: “Nou, je treft het slecht qua telefoontjes. In het eind van het jaar is het altijd erg druk, dat komt doordat we de preekbeurten rond inplannen. We werken per jaar met een preekrooster. Die telefoontjes van net, gaan over de preekbeurten van 2019, we lopen dus een jaar vooruit. Ik ga zelf ongeveer 40 keer voor per jaar in mijn eigen kerk in Hilversum. De overige diensten kan ik in andere gemeenten voorgaan. Het is pas echt spitsuur ‘s morgens op 2 januari,” zegt hij  “dat is echt gekkenhuis. In totaal ga ik per jaar ongeveer 105 dagen voor.” Ook december is een drukke maand volgens hem, maar hij vertelt dat er door zijn parttimerschap een aantal taken uit zijn takenpakket zijn gehaald “om niet de hele mikmak te hoeven draaien.” Hij rekent in totaal acht uur voor het maken van zijn preek. Hij trekt er niet één dag voor uit, maar laat zich inspireren door het nieuws en gebeurtenissen die doordeweeks plaatsvinden, of dingen die leden van de bijbelkring bespreken. “Vrijdagmiddag om 15:00 is de deadline en verander ik er niets meer aan”, zegt hij.

Kijk op het ambt

Moehn kijkt verschillig naar zijn werk als predikant: “Ik beleef het als een ambt dat ik draag. Het is geen ‘9 to 17 job’, als ik snachts gebeld word en ik moet naar het ziekenhuis komen, dan is het binnen 5 minuten kleding aan en de auto in. Dat gebeurt wel eens”, vertelt hij. “Ik moet wel in mijn systeem waken voor mijn vrije tijd, maar als het er op aankomt moet ik beschikbaar zijn. Afgelopen 5 december om half zes ‘s avonds, vond een gemeentelid zijn vrouw dood thuis. Ik ben daar toen heengegaan van kwart voor zeven tot half acht, en daarna kom je thuis en vier je pakjesavond. Daar moet ik schakelen en kan ik niet zeggen ‘jongens leuk en aardig, maar heb geen zin meer om Sinterklaas te vieren’, dus op dat moment moet je werk en privé toch scheiden”, aldus Moehn. Hij is niet de enige thuis, die met emoties te maken heeft op het werk. “Mijn vrouw Henny werkt in de thuiszorg en zij komt natuurlijk veel in aanraking met zieke mensen, ook dat kan heel heftig zijn. Maar dan komt ze thuis, gaat haar witte pak uit en dan is ze ook echt thuis. Het zou emotioneel ook niet handig zijn om je werk mee te nemen naar huis. Als je niet kunt switchen is het geen beroep voor jou”, verklaart hij. Zijn emoties helemaal afsluiten kan hij echter niet, zegt hij er nog even bij. “Het is gewoon belangrijk om een bepaalde grens te trekken”, voegt hij toe.

Functie in Amsterdam

“Ik ben bijzonder hoogleraar aan de PThU in Amsterdam. Mensen hebben ergens een bachelor Theologie gehaald en dan doen ze hier een master Gemeentepredikant van drie jaar. Daar kom ik in het spel”, vertelt hij. Vervolgens legt hij uit hoe hij tot bijzonder hoogleraar benoemd is: “Je hebt een staf van gewoon hoogleraren die aan de PTU verbonden zijn, maar ook een staf van bijzonder hoogleraren vanuit een bepaalde groep in de protestantse kerk. Vanuit deze Gereformeerde Bond ben ik aangesteld bijzonder hoogleraar te worden. Ik heb ruimte om colleges te geven en begeleid studenten bij het schrijven van hun scripties. Ik doe dit werk nu twee jaar en zal studenten in de toekomst begeleiden met promoveren.”

Reformatie

“In de loop van mijn studie is mijn passie voor de reformatie ontstaan”, begint hij. “Ik kwam in contact met een predikant die nogal veel had met Johannes Calvijn. Hij was bezig met een 16e eeuws manuscript over Handelingen. Het was een oud Franse tekst die uitgegeven moest worden. Hij zocht iemand die daarbij zou kunnen helpen. En het klikte. Ik vond het leuk, want ik was bezig met teksten die bijna niemand nog gelezen had.” De predikant spoorde Moehn aan om hierin te promoveren, hetgeen hij ook gedaan heeft. “Het is een soort hobby geworden. Mensen verklaarden mij soms voor gek als ik de eerste week van vakanties dagen in de bieb zat te studeren”, zegt hij lachend. “Je ziet in het dagelijks leven, naast de kerken natuurlijk, helaas niet zoveel meer terug van de reformatie in concrete zin. Je begint een tendens te zien van een 24/7 samenleving. De inkleuring van het Christendom in de samenleving vervaagt in rap tempo. De zondag is eigenlijk al een tijd geen rustdag meer. Het begint een beetje een neutrale staat te worden, waarin haast en onrust de overhand neemt. Die eeuwenlange markering van de tijdsindeling van de week is dus losgelaten en dit heeft dus aanzienlijke gevolgen voor de samenleving.”

Gezin

Hij probeert de zaterdagen vrij te houden voor het gezin. “Zondag preek ik natuurlijk twee keer en verder is dat óók een rustdag, maar zaterdag is echt privé”, aldus Moehn. Hij is getrouwd met Henny en samen hebben ze drie zonen waarvan twee nog thuis wonen (21) en (23). “De oudste van 25 woont in Rotterdam.” Hij vertelt dat hij zijn zonen wel op dezelfde manier wilde opvoeden als zijn ouders hem opvoedde, maar dat dat niet helemaal haalbaar bleek. “Met name op christelijk gebied is dit gelukt, maar mijn kinderen hebben aanzienlijk meer vrijheid gekregen dan ik had vroeger. Dat heeft ook wel met de tijd te maken waarin zij zijn opgegroeid. Uitgaan en digitalisering is voor hen heel normaal. Daarnaast is Hilversum natuurlijk ook heel anders dan een klein dorpje als Ouderkerk aan den Ijssel. De oudste twee hebben belijdenis gedaan, dus die zijn actief in de kerk. De jongste zien we duidelijk worstelen met het geloof. Hij gaat in ieder geval één keer mee op zondag en een enkele keer twee, maar het hoeft voor hem niet zo. Goed, hij woont natuurlijk thuis en wij bidden bij het eten, lezen uit de bijbel en hebben een dagelijks zangmoment, daar doe je aan mee, dat is de gewoonte”, vertelt hij. Aan de ene kant vindt hij het jammer dat zijn jongste zoon moeite heeft met het geloof. “Maargoed het is ook mijn zoon,” zegt hij “dus ik geef hem de ruimte en bedenk me dat het niet vanzelfsprekend is dat hij ook gelooft. Ik bespreek het wel in mijn vriendenkring en dan zie je dat zoiets in elk gezin wel speelt. Je kunt het voorleven, maar niet dwingen. Je trekt een grens. Het geloof dring je niet op.”

Geloof

Hij vertelt wat het geloof in God hem geeft: “Rust, vrede met God. God is mijn verlosser. Ik weet dat ik geaccepteerd ben en Hij mij draagt.”