HILVERSUM – Gerben van Voorden is momenteel gemeenteraadslid in Hilversum namens het CDA. Het in Zeist opgegroeide raadslid is christelijk opgevoed en heeft nu twee jonge kinderen. Maar hoe gaat hij het geloof overbrengen op zijn kinderen? Hij vertelt over hoe dat bij hem zelf is gebeurd, wat hij daaruit meeneemt en hoe hij dat gaat overbrengen op zijn kinderen.

Hoe bent u zelf opgevoed met betrekking tot het geloof?

“Ik ben in een hervormd christelijk gezin opgevoed. We baden thuis, gingen naar de kerk en ik ben ook naar een christelijke school gegaan. Het stond bij ons ook altijd voorop er te zijn voor je naasten en anderen te helpen, wat een belangrijke boodschap is van het geloof. In mijn jeugd was mijn hele omgeving ook christelijk en dat klinkt misschien een beetje alsof het uit het boek Knielen Op Een Bed Violen komt, maar zo was het ook weer niet, hoor.”

Wat vond u van die opvoeding?

“Als je hele omgeving ook christelijk is en je vrienden ook christelijk zijn dan stel je jezelf ook nog geen vragen. Het hielp ook dat ik op een opgewekte christelijke manier ben opgevoed en niet op een zwaarmoedige manier. Die vragen komen dan ook pas een stuk later. Als je naar de hogere scholen gaat of een keer uitgaat. Daar word je ook meer geconfronteerd met mensen die niet christelijk zijn. In die tijd was het geloof voor mij ook meer een cultureel iets dan iets persoonlijks van mezelf. Dat persoonlijke aspect is pas later gekomen.”

Welke vragen die gesteld werden over het geloof vond u zelf het moeilijkst?

“Vooral de vragen over als er iets ergs of verdrietigs gebeurd. Bijvoorbeeld als er een aanslag is, want waarom overkomt dat de ene persoon wel en de andere juist weer niet? En met ziektes is dat precies hetzelfde. Waarom krijgt de ene persoon wel te maken met een ziekte en waarom heeft een ander er geen last van? Dat zijn wel de moeilijkste vragen eigenlijk.”

Probeert u de religie ook aan uw kinderen mee te geven?

“Onze kinderen Eva en Thom zijn nu nog heel klein, namelijk twee en één jaar oud. Maar omdat het geloof in mijn en ons leven een belangrijke rol speelt, krijgen de kinderen daar onbewust vanzelf wel iets van mee. Ik vind het wel lastig om te bedenken hoe dat in de komende jaren zal gaan, want zeker in de puberteit is het een hele taak. Tegenwoordig moet een kind ook weerbaarder zijn, want in deze tijd komen kinderen eerder in aanraking met mensen die niet gelovig zijn. Ze zullen midden in de samenleving opgroeien. Bij mij is die weerbaarheid er pas later gekomen, omdat ik in mijn jeugd veelal mensen om me heen had die op dezelfde manier waren opgevoed.”

Is er iets wat u uit uw eigen opvoeding meeneemt daarbij?

“Bij ons thuis was minder aandacht voor de persoonlijke relatie met God. De aandacht daarvoor is pas later gekomen bij mezelf. Dat is iets wat ik uit mijn eigen opvoeding meeneem.”

Is het overbrengen van het geloof een onderwerp dat u met uw vrouw besproken heeft?

“Ja, aan het begin van onze relatie hebben we het daarover gehad. Mijn vrouw Lenneke is zelf ook christelijk en het geloof is ook een belangrijk fundament in onze relatie. Naast de liefde uiteraard. Maar het is wel iets wat we meteen hebben besproken, zodat voor ons duidelijk is wat het geloof precies voor ons betekent.”

Bent u van plan om over andere religies ook voorlichting te geven en waarom?

“Ja, want ik zie het geloof ook als een dialoog. Mijn kinderen Eva en Thom zullen samen opgroeien in een multiculturele samenleving. Een samenleving waarin het christelijke geloof niet vanzelfsprekend is. Ik denk dat het goed is dat ze op de hoogte zijn van de wezenlijke verschillen tussen de religies. Doordat je weet wat een bepaalde religie inhoud, kun je beter het gesprek met elkaar aangaan. Om dezelfde reden vind ik het ook belangrijk dat ouders, die zelf niet gelovig zijn, wel aan hun kinderen laten zien wat het betekent.”

Hoe zou u het vinden als één van uw kinderen besluit om later niks met het geloof te doen?

“Dat zou ik wel jammer vinden, omdat het geloof ook een belangrijk deel van mezelf is. Ik probeer uiteraard ze wel het geloof mee te geven en te laten zien wat het betekent. Het geloof is een persoonlijke relatie met God. Als ouder kun je dat niet geven.”