HILVERSUM – “Met Frits Vogel, goedemiddag. Ik ben fractievoorzitter van de VVD in Hilversum, hiervoor heb ik vier jaar in de gemeenteraad gezeten en daarvoor in het bestuur van de VVD. Ik ben dus altijd wel politiek actief geweest. Als fractievoorzitter ben ik bezig met het uitvoeren van het verkiezingsprogramma. Dat doe je immers in een coalitie, en wij zitten in de coalitie in Hilversum samen met de D66, de SP en het CDA. Waarom ik fractievoorzitter ben van de VVD in Hilversum? Omdat ik hier geboren en getogen ben, een liberaal ben en dan wil je dingen doen die passen bij je eigen visie daarop. De enige weg om dat te bereiken, is via de politiek. Vandaar dat ik gekozen heb om de politiek in te gaan.

Een belangrijk standpunt van mij is dat het centrum van Hilversum goed opgeknapt gaat worden. Dat is nu een beetje sleets, hè? Daarom zijn we nu met het marktterrein bezig en binnen het stedelijk gebied proberen we het aantrekkelijk te maken om daar te verblijven. Het tweede punt is de bereikbaarheid van het centrum, om ervoor te zorgen dat de mensen Hilversum in kunnen. Daarbij hoort een gastvrij parkeerbeleid en minder éénrichtingsverkeer. Ook willen we de bereikbaarheid met bussen en treinen optimaliseren. Dat soort zaken zijn voor de gemeente belangrijk om in ieder geval zoveel mogelijk mensen naar Hilversum te krijgen die hier hun inkopen te doen. We zorgen ook dat het uitgaansleven goed geregeld is. Dat doen we door culturele activiteiten te stimuleren.  Zulke dingen maken Hilversum aantrekkelijk en maken het ook aantrekkelijk om hier te komen wonen. Als wij woningen bouwen, moet het dus van hoogwaardige kwaliteit zijn. Dit allemaal zonder dat de burger te veel moet betalen en zonder dat de schulden van Hilversum oplopen. Dat vinden wij als VVD wel erg belangrijk.

We hebben al een nieuw parkterrein aangelegd en we zijn bezig met de binnenstad. We zijn een ‘gevelstad’, hè? Dus we willen zorgen dat de geveltjes van de mooie panden in Hilversum ook mooi blijven en ze zullen opgeknapt worden waar nodig. We zijn ook met de pleinen bezig, zoals meer terrasjes op de pleinen. Parkeerbeleid gaan we binnenkort bespreken. We willen kijken of we niet meer tot twaalf uur ‘s nachts parkeergeld moeten betalen, maar of we dit kunnen terugdringen tot zeven uur ’s avonds. Nou, dat komt allemaal nog ter bespreking, maar dat soort zaken gaan we allemaal realiseren. Dit zonder dat de burger daar meer voor heeft moeten betalen en daarom zijn we daar tot nu toe heel erg tevreden over.

Dat er steeds minder mensen lid worden van politieke partijen is echter een groot probleem. Dat is volgens mij niet alleen bij de politieke partijen, maar dat zie je ook bij het aantal mensen dat lid is van een omroep en er zijn zelfs dalende cijfers bij sportclubs. Dit komt door de individualiserende maatschappij. Je ziet dat er steeds minder commitment is om bij een groep te willen horen. De nieuwe netwerken werken heel anders dan de oude. Vroeger was het juist vanuit je religie of politieke overtuiging dat je op dat onderwerp je deelgenoten trof. Daar kon je ook je voordeel mee op doen. Dat heb je niet meer en dat is een heel groot probleem, want je hebt uiteindelijk wel mensen in die politieke partij nodig. Die moeten ervoor zorgen dat je ook weer een nieuwe kandidatenlijst krijgt. Ik ben er nog niet over uit hoe we dit tij moeten keren.

Wij in de partij zijn er ook mee bezig of we er niet een netwerkclub van moeten maken, waarin je niet als lid aan wordt gemeld maar waar je af en toe komt netwerken. Maar als je op de kieslijst komt te staan, moet er toch ook commitment zijn en moet je ook lid zijn van de club. Er gebeuren dus wel allemaal dingen, maar het aantal leden is dramatisch laag. Ik ga jou vragen hoeveel mensen in Hilversum, een plaats van 87 duizend mensen, er lid zijn van de VVD. Doe eens een gok? 500? Nee, slechts 200, dat is toch heel weinig? Daaruit moet je dus én een kieslijst uit opstellen én je moet dus met 200 man beslissen wat er gebeurt in Hilversum. Dat is toch gek, hè? Om het sterk te maken moet je toch wel naar de 500, maar dat lukt maar niet.”