‘Justitie heeft afgelopen week de bekende Hilversumse crimineel George van D. naar een ander huis van bewaring overgeplaatst om veiligheidsredenen. Hij zit sinds kort vast als medeverdachte van twee liquidaties.’ Op het moment dat ik zo’n bericht lees kan ik maar aan één ding denken; de discussie die is ontstaan rondom de naam van de moordenaar van Anne Faber. Ongeveer 1,5 jaar geleden werd zij verkracht en vermoord. Ten eerste wil ik mijn verdriet rondom deze tragische gebeurtenis uiten. Ik kan me niet voorstellen hoe verschrikkelijk dit voor haar en haar vrienden en familie moet zijn geweest. Helaas kreeg het ongeval zelf niet alle aandacht, maar leken mensen vooral erg bezig met de naam van de moordenaar: Michael P. Iedereen kent zijn achternaam omdat deze voordat hij werd veroordeeld wel bekend was. En toch wordt zijn achternaam niet meer hardop uitgesproken of geschreven. En dat vinden veel mensen raar. Bij bijna elke sociale gelegenheid waarin ik me die tijd bevond vroegen mensen naar mijn mening over deze kwestie; ‘Wat vinden jullie nou van dat gedoe met die naam? Ik vind het belachelijk. Iedereen weet toch hoe hij heet?’ kreeg ik vaak te horen.

Volgens de Code voor de Journalistiek door het Nederlandse genootschap van Hoofdredacteuren hoort de journaliste ‘de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.’ In andere woorden: als iemand last gaat hebben van de bekendheid door een journalistiek bericht, moet ook de privacy van verdachten en daders beschermd worden. Mits de naam natuurlijk iets bijdraagt aan bijvoorbeeld de opsporing van deze persoon.

Journalisten horen dus de privacy van verdachten en daders te respecteren en te beschermen. Ik snap dat veel mensen niet vinden dat een moordenaar als Michael P. dat recht nog verdient, maar het is met een geldige reden een journalistieke regel. Er zijn zo ontzettend veel verhalen van mensen die onterecht vast hebben gezeten; Lucia de Berk, Ernest Louwes, Olaf Hamers. Er zijn verschillende onderzoeken naar hoeveel onschuldigen er nu eigenlijk vast zitten en die zeggen allemaal wat iets anders. Echt zeker zal je het natuurlijk nooit weten, maar ik kan me voorstellen dat dit ieders grootste nachtmerrie is. Vastzitten voor iets wat je niet gedaan hebt is al een verschrikking op zich. Maar dat vervolgens de hele wereld jou kent voor de misdaden die jij niet hebt gepleegd doet de emmer voor mij wel overlopen. En dit gebeurt vandaag de dag, op dit moment, vaker dan je denkt.

Om deze mensen te beschermen is het noodzakelijk dat we de journalistieke codes nastreven en naleven. Ons rechtssysteem kent fouten en ‘de waarheid’ is niet altijd waar, hoe scheef dit ook klinkt en is. Misschien zijn de journalistieke codes voor mensen die geen kennis hebben van dit vakgebied niet altijd even logisch en daarom schrijf ik ook deze column. Om mensen te laten zien waarom wij dit doen en waarom dit belangrijk is. Want niet alleen de maker of verspreider van het nieuws is verantwoordelijk voor een goed journalistiek proces. Ook de lezer hoort, zeker in deze tijd, kritisch te zijn, vragen te stellen, en niet alles zo maar aan te nemen.