HILVERSUM – Het is een ijskoude woensdagmiddag waarop de temperatuur niet boven het vriespunt uitkomt. Op het pleintje van wijkcentrum St. Joseph staat Chris van Doorne al te wachten met een aantal kinderen om zich heen. Met deze groep gaat hij straks een uur lang sporten. Zoals elke week, want dit hoort bij zijn taak als buurtsportcoach van Hilversum-Oost.

Als alle kinderen er zijn, begint de wandeling naar het veldje. Met een sporttas op zijn rug vertelt Van Doorne wat ze op de woensdagmiddag elke keer doen: “We verzamelen hier om ongeveer half twee en lopen dan richting het Davy Klaassen Cruyff Court. Daar doen we een paar spelletjes en na ongeveer een uurtje is het dan klaar. Vervolgens lopen we dan weer terug naar het wijkcentrum, maar soms blijven een aantal kinderen ook hangen op het veld om nog even te voetballen bijvoorbeeld.”

Lastig begin

Van Doorne werkt sinds september 2015 als buurtsportcoach. De vacature was uitgeschreven door BINK Kinderopvang en aangezien hij daar al werkzaam was, solliciteerde hij op de baan. Zo werd hij buurtsportcoach, een functie die hij tien uur per week uitvoert. Op woensdagmiddag gaat hij dus sporten met een groepje kinderen en de hele vrijdag is hij bezig met andere werkzaamheden, zoals het langsgaan bij scholen. Verder heeft hij door zijn functie regelmatig cursussen vanuit de Cruyff Foundation. Toen hij net begon als buurtsportcoach stond hij ook vaak voor bijna niks te wachten. “In het begin stond ik hier en dan kwamen er soms maar één of twee kinderen, maar ondertussen hebben we gelukkig een vast groepje ongeveer tien kinderen. Het is nu niet zulk lekker weer, maar als het warmer wordt, is er een kans dat ik hier met een groep van circa twintig kinderen loop”, aldus Van Doorne.

Het lijkt best een taak om de groep van tien kinderen bij elkaar te houden, maar het gaat bewonderenswaardig makkelijk. Eenmaal bij het veldje aangekomen, laat hij de kinderen een loopspelletje doen. Ze moeten zich over een aantal groepjes verdelen en vervolgens met een bal in de handen allemaal een drie keer naar de overkant en terug rennen. Het duurt even voordat het spel begint, want de kinderen zijn zo enthousiast dat ze allemaal proberen vals te spelen door eerder te lopen of niet achter de lijn te starten.

Na een aantal varianten op het loopspel is het tijd voor een ander spel. Een aantal pionnen fungeren als grenzen van een vak en in dit vak gooit Van Doorne een heleboel bierviltjes met een groene en een witte kant. Het ene team moet alle viltjes naar de groene kant zien te draaien en de andere groep juist naar de witte kant. Ze hebben hier een aantal minuten voor, maar als de tijd voorbij is, proberen ze nog zoveel mogelijk viltjes om te draaien in de hoop dat niemand het gezien heeft. Vervolgens is het tijd voor een potje frisbee en hierna gaan ze, tot grote vreugde van vooral de jongens, nog voetballen.

Akkefietjes

Wat wel opvalt is dat er ongeveer drie keer een ruzie ontstaat tijdens het uur. Iets dat volgens Van Doorne vrij ongebruikelijk is: “Natuurlijk is er weleens een akkefietje als ze elkaar een beetje zat zijn, maar dat is dan hooguit één keer op een middag. Nu was het echt de hele tijd door, dus ik schaam me daar eigenlijk wel een beetje voor. Ik weet niet wat het vandaag was, maar op deze manier is het dan ook minder leuk om te doen.”

Dat hij er niet zo blij mee is, laat hij ook weten aan de kinderen. Na afloop roept hij de groep nog even bij elkaar en wijst ze op ‘de 14 regels van Johan Cruijff’. Hij benadrukt vooral de eerste en de derde regel. Die regels gaan over het zijn van een teamspeler en het hebben van respect voor de ander. Wel geeft hij de complimenten aan één van de meisjes, want zij was de enige die zich wel aan die regels had gehouden.

Na de wandeling terug naar het wijkcentrum praat Van Doorne nog even met een paar kinderen. Één van hen zegt dat het toch niet zo’n leuke middag is geweest met de ruzietjes die er waren en dat hij hoopt dat het volgende week weer leuker is. De boodschap van de toespraak lijkt over te zijn gekomen. Nu moeten ze volgende week alleen nog even de regels in de praktijk toepassen.