HILVERSUM – Het is voor de nabestaanden van Martien van der Meijs nog steeds een open wond. Al jaren wacht de familie op het antwoord op de vraag wie hun Martien tijdens het uitlaten van zijn hondje in de nacht van 29 op 30 januari 2002 voor winkelcentrum Hoogvliet neerstak. Maar na 15 jaar op een dood spoor te zitten, lijkt er nu uit het niets een aanknopingspunt te zijn.

Martien van der Meijs was een vertrouwd gezicht in de Hilversumse Zeeheldenbuurt. In zijn flatje op de Admiraal de Ruyterlaan woonde hij al enige tijd met zijn vrouw en zijn hondje Banjer. Minstens een paar keer per dag wandelt Martien met zijn trouwe viervoeter hetzelfde rondje van zijn huis naar de Kolhornse hei en weer terug. Op 29 januari spelen Martien en zijn vrouw in de avond een potje scrabble . Als het inmiddels half 1 ’s nachts is, gaat Martien zoals gebruikelijk nog even zijn deur uit voor een wandeling met Banjer. Om ongeveer kwart voor 1 ’s nachts steek een voorbijganger Martien uit het niets in zijn rug. Strompelend en bloedend probeert hij naar zijn huis te gaan. Voor zijn huis zakt hij in elkaar en verliest hij bewustzijn. Er kan niets meer gedaan worden.

Door het late tijdstip en de slechte bewakingsbeelden is de gouden tip om de zaak op te lossen nooit gekomen. Zo’n zaak heet dan ook wel een cold case: een onopgelost misdrijf dat nog niet verjaard is, maar waar geen actief recherchewerk meer voor wordt verricht. Maar de informatie die recentelijk is binnengekomen neemt de politie uiterst serieus. Het blijkt namelijk dat de dader zijn daad had opgebiecht aan een goede vriend.

En dit is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. Uit onderzoek blijkt dat daders van cold cases aan andere mensen (familie, vrienden, medecriminelen etc.) vertellen over hun daad. In ruim 40% van de opgeloste cold cases spreekt de politie naderhand getuigen die wisten wie de dader was. Het merendeel van die getuigen heeft dit zelfs gehoord uit de mond van de dader. De politie denkt daarom dat er honderden mensen rondlopen die cruciale informatie hebben over cold cases en andere misdrijven. Een goed voorbeeld is de moord op Les Strijder op een parkeerplaats in Hilversum in 2002. Dertien jaar had de politie geen flauw benul waar ze moesten zoeken, maar na een anonieme tip uit de omgeving van de daders volgden er in 2015 een serie aanhoudingen.

Het is voor de familie van der Meijs van levensbelang dat de tip die is binnengekomen leidt tot een antwoord. Om antwoorden te krijgen op zaken zoals deze is de nationale politie deze week een campagne gestart. Door middel van het uitdelen van zogenaamde ‘cold case-kalenders’ in gevangenissen in heel Nederland hoopt de politie informatie binnen te krijgen die leidt tot het oplossen van moordzaken. De kalender bestaat uit 52 cold cases verspreid over het hele jaar, met elke week weer aandacht voor een nieuw misdrijf. Voor de familie van der Meijs komt er dus misschien eindelijk een antwoord op de vraag die hen al vijftien jaar elke dag bezighoudt.