HILVERSUM – Een koud gebouw met een sfeerloze sportzaal en niemand in de buurt. Het algemene beeld? Nogal slecht, maar zoals de juf op de basisschool zei: oordeel niet te snel. Pencak silat is een sport die niet zomaar vergeten zal worden.

Iedereen komt één voor één de kleedkamer binnen wandelen en groet elkaar. Mannen met zoon, mannen zonder zoon en meiden in de andere kleedkamer. Ze zijn blij elkaar weer te zien. Hier en daar lachen ze, een grapje wordt gemaakt en iedereen komt eerlijk aan de beurt. Iedereen trekt zijn witte pak aan met een band in allerlei verschillende kleuren. Als het omkleden gedaan is loopt iedereen de zaal binnen, de les begint. Allereerst mediteren de leerlingen, iedereen gaat in de geoefende opstelling zitten en sluit zijn ogen. Ondertussen valt de wereld even weg en is iedereen uit de zaal alleen in zijn eigen wereld. “Een broederlijke sport, waar mentaal net zo belangrijk is als fysiek. Het één kan niet zonder het ander,” aldus Perry Coppiëns hoofdtrainer van de school waar pencak silat wordt gegeven in Hilversum.

Pencak silat, een Indonesische verdedigingskunst waar een dier na wordt gedaan. Bijvoorbeeld een vogel die je ogen uitprikt, of een tijger die je bespringt. Vroeger gebruikte bewoners het in de ruige jungles gebruikt als zelfverdediging. Een sport waarbij het voornaamste doel is de filosofie van het leven over te dragen. Perry Coppiëns: “Het gaat niet alleen om de technieken leren, het gaat om geduldig zijn en elkaar beter maken. Als iemand bijvoorbeeld beter of sterker is houdt diegene daar rekening mee, maar zorgt er wel voor dat de ander van hem of haar leert.”

Volgens Perry heeft de Islam geen sporen achtergelaten in zijn school: “Pencak cilat is toegankelijk voor iedereen. Iedereen mag hier komen sporten, of je nou in de Koran of de Bijbel gelooft maakt hier niks uit.” Echter zijn er wel overeenkomsten met de Islam: een broederlijk gevoel, de ‘zwakkere’ worden geholpen en als er gasten in de school komen zorgen de leerlingen voor eten en drinken. “Wij doen niet aan religie of politiek, wij hebben een levensbeschouwing die zegt dat iedereen gelijk is daar houden wij ons binnen deze sport en in het dagelijks leven aan.”

Na het mediteren oefenen de leerlingen de technieken. Ze beelden zich een aanval in en zullen zich moeten verdedigen op de manier die hen is aangeleerd. Zo draaien ze van links naar rechts en stoten daarmee alle ‘aanvallen’ af. Na het oefenen wordt er gespard, maar hier wordt erg op elkaar gelet. Van te groeten de tegenstanders elkaar waarbij de handen naar de hemel wijzen, daarna worden ze rustig naar beneden geleid en voor de borst tot stilstand gebracht. Linkerhand boven de rechter en de tegenstander wordt bekeken. Het groeten heeft als betekenis: Ik heb respect voor je en sorry als ik je pijn doe. Het sparren gebeurd intensief, echter raakt niemand gewond of geblesseerd. Volgens Perry komt dit door de manier van trainen: “Je agressie kan je kwijt tijdens de oefeningen met de bokszak, maar tijdens het sparren houden we rekening met elkaar.”

De leeftijden verschillen enorm in de klas. Een oude Indonesische man staat aan de ene kant van de zaal, terwijl een jongen van een jaar of 12 zijn oefeningen doet aan de andere kant. “Bij onze vorm van pencak silat kan iedereen trainen en kan iedereen altijd beter worden. Het is voor 90% een mentale sport. Een oude man kan bijvoorbeeld minder de fysieke oefeningen uitvoeren, maar kan zich altijd blijven ontwikkelen op filosofisch gebied.”
Aan het eind van de les mediteren de leerlingen nog een keer. Na een paar minuten is de zaal leeg. Iedereen loopt naar buiten en begroet de kou als een oude vriend. De eerste indruk zegt toch niet alles. Een kille sportzaal zonder sfeer was de eerste gedachten. Echter was dit vooroordeel niet juist, de verdedigingskunst die hier beoefend is, is bijzonder. Dat komt niet door de sport zelf, maar door de levensbeschouwing die pencak silat met zich meebrengt. De basisschool had inderdaad gelijk: oordeel niet te snel.