Hotel Mumbai, een film van Australische regisseur Anthony Maras, is een biografische verfilming van de aanslagen in 2008 in de Indiase miljoenenstad Mumbai. Het Taj Hotel, waar vrijwel de hele film zich afspeelt, kende meer dan de helft van alle slachtoffers. De film is een realistisch en meeslepend stukje kunst, die niet is weggelegd voor de zwakke maag.

Hotel Mumbai is de eerste lange speelfilm van regisseur Anthony Maras. Zijn drie voorgaande films waren allen korte films, waarvan de laatste film, The Palace, dateert uit 2011. Voor het maken van Hotel Mumbai sprak hij met veel van de getuigen en overlevenden van de aanslagen. Sommigen van de acteurs waarmee hij tijdens Hotel Mumbai mee mocht samenwerken, zijn niet bepaald de bekendste, maar wel perfect geschikt voor de dramafilm die Hotel Mumbai is. Hoofdrolspeler Dev Patel, die de rol van hotelmedewerker Arjun vertolkt, kende zijn doorbraak in de film Slumdog Millionaire. In Hotel Mumbai laat Patel duidelijk merken dat hij perfect is weggelegd voor het acteerberoep.

De eerste scene van de film is een van de weinigen waarin de spanning beperkt blijft. De tien terroristen die de aanslag uiteindelijk plegen, komen met een rubberboot de vervuilde kust van Mumbai ingevaren. De tien jongens splitsen op in drie groepen, en nemen taxi’s richting drie doelwitpunten in de miljoenenstad. Het treinstation wordt als eerste beschoten. Vanaf deze scene, die begint wanneer de film nog geen vijftien minuten bezig is, begint de meeslepende spanning die de gehele film blijft aanhouden.

Terwijl de chaos en explosies je om de oren vliegen op de straten van Mumbai, lijkt niemand in het Taj Hotel nog maar enige hoogte te hebben van de situatie die zich buiten afspeelt. Het hotel staat bekend om zijn uitzinnige luxe en de logés kunnen niet anders dan met een dikgevulde portemonnee het dure gebouw binnenkomen. Door de kollossale omvang van het hotel vluchten velen vanaf de straat richting het hotel. De eigenaar bedenkt zich geen seconde wanneer er talloze mensen in paniek voor de deur staan en laat iedereen naar binnen. Echter zitten twee van de terroristen vermomd in deze groep en weten bijna iedereen in de lobby neer te schieten. Het bloed dat over de marmeren vloer van de ruimte vloeit is allesbehalve een prettig gezicht. Vol verbazing is te zien hoe koelbloedig de terroristen te werk gaan en zonder enige genade iedere levende ziel afschieten.

Arjun (Patel) is op het moment van de schietpartij aan het werk in het restaurant van het hotel en moet in zijn eentje zorgen voor de veiligheid van ruim vijftig gasten. De medewerkers van het hotel werken onder het motto “Guest is God” en handelen gedurende de hele film op deze manier. Op een gegeven moment krijgen medewerkers de keuze om het gebouw te verlaten, of om de gasten gedurende de aanslag te beschermen. Twee van hen kiezen het hazenpad, de rest blijft. Wat mooi is om te zien is dat tijdens de chaos en drama van de schietpartij de gasten nog steeds op handen worden gedragen door de medewerkers. Het toont een vorm van kalmte en professionaliteit waar de medewerkers over beschikken.

Wanneer je de bioscoopzaal verlaat, duurt het even om te beseffen wat je zojuist allemaal hebt gezien. Het gevoel dat je zelf een getuige bent van de aanslag is tegelijkertijd indrukwekkend en angstaanjagend. Je leeft mee met de slachtoffers die in de film worden neergeschoten, terwijl je even later pas bedenkt dat dit zich allemaal echt heeft voorgedaan. Het meest bizarre is misschien nog wel dat het merendeel van de mensen geen weet heeft van de echte gebeurtenissen. De verfilming van deze terreur moet zorgen voor meer bewustzijn onder de Westerse bevolking, een terreur die in het rijtje 9/11 en Sri Lanka past.