Om de jarenlange overlast van jongeren in Hilversum-Oost aan te pakken moet er een hangplek komen en moeten sociaal werkers naar scholen. De hangplek zodat de jongeren niet overal hangen en opstootjes veroorzaken. De sociale werkers moeten naar scholen zodat jongeren geholpen kunnen worden zonder hen het gevoel te geven dat er iets “mis” met de hangjongeren is.

Dat advies geven vier studenten Social Work aan de Hogeschool Utrecht na een onderzoek. De studenten analyseerden de situatie in Hilversum-Oost en spraken daarvoor met onder andere jongerenwerker Melvin Westerbeek en bewoners aan het Ooievaarplein. Na de analyse bedachten zij oplossingen voor de problemen.

De jongeren zijn op zoek naar een plek om te hangen. Bewoners in Hilversum-Oost hebben vooral last van afval en geluidsoverlast. Al jaren is er veel overlast in Hilversum-Oost. Om de overlast aan te pakken zijn er de afgelopen jaren camera’s opgehangen en zijn er jeugdboa’s in Hilversum. Ook zijn er gedragsregels op stoeptegels gezet en is er een buurtpreventie-app. Uit de analyse van de studenten blijkt dat de overlast verspreid is over heel Hilversum-Oost en dat er ongeveer vijftig jongeren zijn die de problemen veroorzaken. De jongeren vervelen zich. De groep bestaat gedeeltelijk uit vroegtijdig schoolverlaters, sommigen komen uit probleemgezinnen. De jongeren beseffen dat ze een probleem voor de buurt vormen.

“Vaak komen de gemeente en de politie pas in actie wanneer er al veel overlast is. Scholen hebben daarentegen de mogelijkheid om preventief te handelen. Scholen kunnen vaak eerder signaleren wanneer een leerling het moeilijk begint te krijgen. Toch missen scholen de deskundigheid die een sociaal werker heeft.” Sociaal werkers moeten daarom naar scholen zodat leerlingen niet het gevoel hebben dat er iets “mis” met hen is. Het idee is dat de jongeren de sociaal werkers gaan zien als vertrouwenspersoon. De sociaal werker moet de jongeren ondersteunen en aandacht geven wanneer ouders en leraren dat niet meer kunnen.

Een andere oplossing is een hangplek waar het minst overlast voor buurtbewoners wordt veroorzaakt. Bij voorkeur een plek met bankjes en overdekt. Voor jongeren is het namelijk belangrijk dat ze hun eigen plek hebben waar ze samen met vrienden kunnen zijn. De jongeren kunnen zo samen komen zonder dat de buurtbewoners daar last van hebben. De studenten raden aan om een BOA (buitengewoon opsporingsambtenaar) af en toe te laten kijken.

Daarnaast is een goede samenwerking tussen BOA’s en jongerenwerkers volgens de onderzoekers belangrijk. BOA’s houden toezicht op de openbare orde en veiligheid. De jongerenwerkers organiseren activiteiten, hebben contact met ouders en jongeren kunnen bij hen terecht voor vragen over bijvoorbeeld alcohol en drugs. Door de samenwerking ontstaat er een beter beeld van de situatie. Als een BOA bijvoorbeeld ziet dat een jongere een terugval heeft, kan de BOA dit melden aan de jongerenwerker die weer in gesprek kan gaan met de jongere.