Vrijwilliger Ria Evenhuis (71) opent de deur van De Buurtkamer. Ze klikt de lichten aan een begint meteen met het maken van koffie en thee, want over enkele minuten zal De Buurtkamer veranderen in een heus taalcafé. Sinds het begin van dit jaar opent iedere woensdagochtend het taalcafé haar deuren in ‘Buurtkamer Ons Huis’ in het kleine winkelcentrum Riebeeck aan de Oosterengweg. In dit ‘café’ kunnen buurtbewoners, die moeite hebben met de Nederlandse taal, oefenen door in gesprek te gaan met vrijwilligers. “We zitten nog in de opstartfase, maar het loopt zeker goed”, vertelt initiatiefnemer Mert Kilickaya (23).

Nadat de deuren geopend zijn, komen de eerste mensen binnen, een aantal vrijwilligers en buurtbewoners. “Goedemorgen”, klinkt het door de kamer. In de kamer stijgt er gelijk een geroezemoes op. De vrijwilligers en de buurtbewoners nemen plaats aan de grote tafel, die in het midden van de kamer staat, en beginnen met elkaar te praten. Er stapt een nieuwe gast het café binnen. Het is een Indonesische jongen en hij stelt zich voor in gebrekkig Nederlands: “Hoi ik ben Barkoesh”. Evenhuis heet hem welkom, “fijn dat je er bent!” De aanwezigen vormen gelijk groepjes en luisteren naar elkaar.

Mert Kilickaya voor het Taalcafé
Camiel Beekers

Het taalcafé is begin dit jaar geopend door welzijnsorganisatie Versa Welzijn in samenwerking met buurtbewoners. Het taalcafé zit nog in de opstartfase. De vrijwilliger moeten daarom kijken hoe ze structuur aan het café gaan geven. “Dat is lastig, omdat je met grote niveauverschillen te maken hebt. Sommige mensen wonen al langer in Nederland en spreken de taal al erg goed, waardoor ze vooral in de grammatica geïnteresseerd zijn. Anderen spreken bijna geen woord Nederlands, zoals statushouders en vluchtelingen”, vertelt Kilickaya, sociaal werker van Versa Welzijn.

Evenhuis is gelijk druk in de weer om iedereen van koffie en thee te voorzien. “Rob, een pittig bakkie hè?”, roept ze naar vrijwilliger Rob van Kampen (68). Wanneer iedereen is voorzien van thee en koffie kan de Nederlandse les beginnen. Er druppelen nog een aantal vrijwilligers binnen, waardoor er uiteindelijk zes vrijwilligers en twee taalgasten om de tafel zitten. Iedereen mag het café in- en uitlopen, volgens Evenhuis. “Dit is erg vrijblijvend. Dat zorgt voor een echte cafésfeer, een beetje rommelig. Maar we hebben één vaste regel en dat is dat we tussen 10.30 tot 11.30 uur alleen maar Nederlands praten.”

Het valt op dat er meer vrijwilligers zijn dan gasten die Nederlands willen leren. Volgens Kilickaya zegt dat dit komt door de Ramadan. “Tijdens de ramadan is 10.00 uur eigenlijk te vroeg en onze doelgroep, want die bestaat grotendeels uit islamitische allochtonen. Normaal is het hier veel drukker.” 

Kilickaya heeft het Taalcafé opgezet met een reden. “Ik merkte dat er in het Riebeeck veel anderstaligen en daarnaast veel eenzame ouderen wonen. Deze groepen wilde ik met elkaar in contact brengen, zo kwam het taalcafé naar voren. Het gaat hierbij vooral om het verbinden van deze twee werelden, waardoor de anderstaligen tegelijkertijd de Nederlandse taal leren.” Hij heeft voor een cafésetting gekozen om het evenement zo toegankelijk mogelijk te maken.”Een café is vaak gezellig druk, dat willen we hier ook bereiken. Het taalcafé is daarom laagdrempelig zodat buurtbewoners sneller naar binnen stappen en kennis maken met de Nederlandse taal. Om zo mogelijk de taalbarrière te verminderen en sociale verbinding te versterken.”

In de buurtkamer wordt inmiddels gezellig gepraat. Er zijn een aantal nieuwe bezoekers binnengekomen, waaronder de Marokkaanse Achmed Ouchrif (78), die erg geniet van de activiteiten in De Buurtkamer. “Ik vind het leuk, ik ben gepensioneerd en ik zoek hobby. Anders zit ik de hele dag thuis, dat is niks.”  Evenhuis zorgt goed voor de aanwezigen. “Wie wilt er nog koffie?”, roept ze. 

Ik heb geen contact met niemand. Zeg ik dat zo goed Rob, geen contact met niemand? - Bircan Tokbay (56)

Kees Reijn (73) is een van de vrijwilligers. Hij vindt het fijn om anderstaligen te kunnen helpen. “Ik heb mijn hele leven al met taal gewerkt en als wijkbewoner en doe ik graag iets voor de maatschappij. Ik kan nu niet meer heel goed lopen, daarom is dit werk fijn, zeker omdat het voor mij lekker dichtbij is.” Ook voor Farah van Bommel (40) speelt taal een belangrijke rol in haar leven. “Ik ben altijd omringd geweest door verschillende nationaliteiten, dat heb ik van huis uit meegekregen. Mijn vader was dan ook een tolk.” Van Bommel is jonger dan de andere vrijwilligers, maar ze geniet ervan om met haar oudere collega’s wat te kunnen betekenen voor anderstaligen. “Ik vind het mooi om de interactie te zien tussen de verschillende culturen. Ze doen echt hun best om elkaar te verstaan.”

Alledaagse onderwerpen
In het café gaat het over alledaagse dingen. Ook Barkoesh probeert een gesprekte voeren met de vrijwilligers, Kees Reijn (73) en Hannie Reijn (68) (geen familie). Ze hebben het over de situatie in Indonesië, het thuisland van Barkoesh. Het gesprek verloopt stroef, omdat hij nog maar vier maanden in Nederland woont. Barkoesh zegt: “Ik vind het lastig om te praten in het Nederlands. Verstaan lukt ook niet goed, want Nederlanders praten zo snel.” Maar hij wordt gerustgesteld “Nederlands is een moeilijke taal, maar het lukt je al erg goed om te praten.”

Aan de andere kant van de tafel praat vrijwilliger Rob van Kempen (68) met de Turkse Bircan Tokbay (56), die vanwege haar gezondheid niet mee doet aan de ramadan. Dit gesprek gaat vooral over de Nederlandse grammatica, want Tokbay beheerst de Nederlandse taal al goed. “Ik wil gewoon goed Nederlands kunnen praten. Ik ken de woorden, maar ik wil ook goede grammaticale zinnen kunnen maken.”

Tokbay praat samen met Van Kempen over taal
Camiel Beekers

Tokbay heeft naast het café weinig contact met Nederlanders. “Ik heb geen contact met niemand. Zeg ik dat zo goed Rob, geen contact met niemand? Omdat ik Nederlands niet goed beheers, durf ik de straat niet en spreek zodoende niet met mijn buren.” Geëmotioneerd vertelt ze dat ze dit wel heeft geprobeerd. “Ik heb mijn buren gevraagd of ze bij mij langs willen komen om koffie te drinken. Ze zijn twee keer gekomen, maar daarna niet meer. Iedereen in Nederland gaat zijn eigen weg en ik heb het gevoel dat ik daarin achterblijf.”

Langzaamaan vertrekken de bezoekers en de vrijwilligers weer huiswaarts. Evenhuis begint met opruimen en Ouchrif helpt haar met de afwas. Evenhuis vraagt nog voor de laatste keer: “Wie wil er nog koffie?”, maar het lijkt erop dat ook deze ochtend het taalcafé zijn sluitingstijd heeft genaderd.