BUSHALTE HET MELKPAD – Lijn 107 richting Hilversum Centraal, vrij aardige buschauffeur, blond, vrij jonge gast; wat ik observeer vanuit mijn stoel. Wat ook in het rijtje ‘standaard verschijnselen’ in de bus hoort, is dat de buschauffeur om de paar minuten op steeds dezelfde manier zijn hand omhoog doet. Ondanks dat ik nog eindeloos over jullie, mijn medereiziger kan doorschrijven, is mijn laatste slachtoffer voor deze reeks treinchlichés de buschauffeur van lijn 107.

Dit fenomeen speelt zich af als de bus een andere bus tegenkomt. Er zijn meerdere manier om te zeggen ‘Hee collega! Jij ook toevallig in een bus?’. Mijn buschauffeur, vrij lang, steekt steeds zijn hand vrij hoog in de lucht, maar besluit telkens niet te zwaaien. De ene collega doet met zwaai of steeds ook zijn hand in de lucht, maar een enkele, schijnbaar een iets wat chagrijnige buschauffeur tilt alleen een paar vingers van t stuur of rijdt stug door. Snap ik aan de andere kant ook wel, als je de hele tijd door een centrum moet rijden ‘wat het mooiste en modernste’ centrum van Nederland moet voorstellen.

Ik voel enige sympathie voor de man achter het stuur. Hij heeft een oortje in, en een mondhoek schuin naar beneden. Omdat ik toch, zonder enige kennis over de man te hebben, een lichte steek van medelijden krijg, en ik me sterk afvraag wat die ‘buschauffeurgroet’ nou te betekenen heeft, loop ik naar de man toe.

Op de vraag ‘Is er een verband tussen of je iemand mag en hoe hoog je je arm in de lucht steekt’ was de arme man niet voorbereid toen hij vanochtend de bus instapte. Na wat los proberen te peuteren over dit fenomeen ben ik tot de conclusie gekomen dat het een beetje te vergelijken is met ‘de wenkbrauwgroet die je doet als je je collega voor de derde keer in een uur tegenkomt onderweg naar de koffieautomaat’. Veel meer informatie wil de buschauffeur niet over de geheime taal met zijn collega’s loslaten, dus besluit ik maar weer op mijn plaats te gaan zitten.

Als we (we, als in; de buschauffeur, ik en de rest van de busgangers) halverwege mijn reis zijn, is er een buschauffeurwissel. Ik weet niet of de huidige buschauffeur er geen zin meer in heeft of dat hij klaar met werk is. Een beetje ov-reiziger weet hoe zo’n wissel eruit ziet, ene chauffeur doet z’n jas uit, de andere aan. De opvolger is een iets wat oudere man, maar als hij de bus instapt, doet hij helaas geen grote handgebaren of chauffeurgroet. Als ik zie dat de huidige chauffeur een jas aandoet met een gele cap, begin ik enorm te lachen. Het lijkt erop dat mijn eerste woorden tegen mijn ‘NS hartklopping’ over wenkbrauwgroeten zijn gegaan. Ik kijk achter me de bus in, ik zie dat ik de enige ben die nog in de bus zit. Ik kleur net zo semi rood-groen als de vieze stoel waarop ik zit. Hij kijkt nog een keer de bus in. ‘Ik kijk uit naar de column, en fijne reis nog hé, Marie.”
Ik stap nu over van Hilversum richting Leidse Rijn, Vleuten en de Meern te Utrecht, reis je met me mee?