HILVERSUM – Een frisse wind waait en het voelt koud aan. Het is een drukke straat. Auto’s rijden af en aan en elke minuut komen er mensen voorbijlopen. Op basisschool Villa Nova in Utrecht is er ondanks de herfstvakantie, jeugd (12 tot 15 jaar) binnen. De tweede editie van het bahá’ìse jeugdkamp is in volle gang. Een jeugdgroep uit Hilversum is hier ook bij aanwezig. Staat het kamp wel volledig in het teken van het Bahá’í?

Bij binnenkomst zijn de deelnemers aan het eten. Het is namelijk lunchtijd. Er zijn een paar tafels neergezet en op de tafels staan schalen brood, bakjes hagelslag, vruchtenhagel, kaas en boter. 25 jongeren zitten te genieten van de lunch. Tijdens de lunch hebben de jongeren het over van alles. Over een vrouw die Raphael een vreemd berichtje had gestuurd over een parfumflesje. Later ging het over de politie. Op de achtergrond wordt de hele tijd muziek gespeeld door een paar deelnemers en er wordt gerapt door Nadim, één van de begeleiders.

Als de lunch afgelopen is, gaan de jongeren naar hun groep. De hele groep is in tweeën gesplitst. Elke groep zit in een apart klaslokaal. Het studeren kan beginnen. Het studeren staat in het teken van het geloof. Ze leren over behulpzaam zijn en ze leren dat ze elkaar altijd moeten helpen.Op deze manier zijn de jongeren bezig met het geloof, maar dan op een leuke manier. Het grootste deel van de dag zijn de jongeren aan het studeren. Het lijkt precies op een klaslokaal. De jongeren zitten achter een tafel en ze zitten op hun telefoon tot één van de begeleiders zegt dat ze gaan beginnen. Ze beginnen met het opzeggen van gebeden. Tijdens het opzeggen van de gebeden, is het helemaal stil. Na de gebeden gaan ze verder met het boek ‘Denken Over Getallen’. Het boek laat de jongeren nadenken over getallen. Wat is het nut van getallen?  Na het lezen van het verhaal worden er opdrachten gemaakt.  Nadat de jongeren klaar zijn met het make van de opdrachten, spreken de jongeren de opdrachten na. De groep raakt snel verveeld en begint op hun telefoon te zitten. Na drie kwartier wordt er een spel gespeeld. De jongeren zijn zichtbaar vermaakt. Ze zijn allemaal heel erg fanatiek.

De jeugd danst de 'Sad Shuffle'.

De jeugd danst de ‘Sad Shuffle’.

Na het studeren gaan de jongeren sporten. De jongeren zijn niet blij wanneer ze moeten dansen. Veel van de jongeren staan langs de kant en klagen. ”Is dit sporten?” Is een opmerking die meerdere malen voorbijkomt. Zelfs het enthousiasme van begeleiders Aaron en Nadim lijkt niet te werken. Zelfs wanneer de jongeren de shuffle van Sid uit Ice  Age dansen , zijn de jongeren niet enthousiast te krijgen.

Na het dansen is kickbal aan de beurt. Het is een soort slagbal, maar nu moet je de bal schoppen en niet slaan. Een paar jongeren doen heel fanatiek mee. Iedereen wil graag het spelletje winnen. Toch overheerst de verwarring. Veel van de jongeren weten niet wat de bedoeling is. Nog steeds is niet iedereen tevreden. Iedereen wilt voetballen. Aan het eind gaat een deel van de groep toch voetballen.

Juliet Bos is 12 jaar en zit bij de jeugdgroep in Hilversum/Hollandsche Rading. Juliet is 12 jaar en is opgegroeid met het Bahá’í. Ze komt naar het kamp omdat ze het leuk vindt om een heel boek te behandelen.”Het geeft een prettig gevoel als je een boek af hebt.”

Tussen de activiteiten door maken de begeleiders met een paar jongeren muziek. De hele tijd hoor klinken er gitaren, een jambe en de ze zijn niet bang om hun stem te laten horen door middel van zang en rap. De begeleiders en de deelnemers gaan goed met elkaar om er is geen sprake van een duidelijke scheiding. Het Bahá’í staat voor eenheid. Eenheid van de mensen, religies en voor gerechtigheid. Het studeren heeft alles met het Bahá’í te maken en de kleine dienstbaarheid projecten horen daar ook bij. Met de dienstbaarheid projecten doet de jeugd iets voor de buurt waarbij ze de buurt beter kunnen maken. Maar er is ook veel ruimte voor plezier en het maken van vrienden. Er is een balans tussen het bezig zijn met het geloof en de activiteiten die niets met het geloof te maken hebben.