Een tafel gevuld met koffiekannen, thee en een schaal koekjes staan klaar in de wachtruimte van de Internationale school van het Rozenkruis in Hilversum. Het is dinsdag 23 januari, halfacht ’s avonds en langzaam stroomt de ruimte vol. De Rozenkruisers schenken koffie en thee voor elkaar in en maken een praatje. Vanavond geeft Rozenkruiser Hans Manson een lezing over de vraag: “waarom leef ik?”

Op de tweede verdieping van het Lectorium Rosicrucianum, het pand van de Internationale school van het Rozenkruis in Hilversum, is een spreekruimte ingericht. Om acht uur begint de lezing en de Rozenkruisers en vrienden van het Rozenkruis nemen plaats. Hans staat achter de spreektafel en bedankt de aanwezigen voor hun komst. Hij kondigt zijn lezing aan en vertelt dat hij vanavond de vraag ‘waarom leef ik?’ gaat verwoorden. Hij geeft aan dat hij met zijn lezing deze vraag niet zal beantwoorden, maar dat hij de gelegenheid wil creëren om de vragen over het leven uit te spreken en de verwarring hierover met elkaar te delen.

“Als ik de vraag ‘waarom leef ik’ vanuit mezelf stel, is dit een vraag die je vanuit het diepste van je wezen bezighoudt. Dit is een vraag waar je zowel overdag als in je slaap mee bezig bent”, vertelt hij. “Ik hoop dat het vanavond niet overkomt alsof het Rozenkruis het antwoord op deze vraag in pasklare woorden aan u wil geven, of om deze vraag weg te nemen. Ik hoop dat het vanavond helpt om met elkaar hierover te spreken en dat er in ons zelf een antwoord klinkt. En niet omdat ik dat zeg, of omdat dit in een boek staat, of dat het Rozenkruis ons dit leert, maar omdat het iets is wat u al lang resulteert en al lang bij u droeg.”

Hans vraagt zijn toehoorders zich voor te stellen dat in de kern van hun wezen een ander leven besloten ligt. Achter het masker van hun ‘ik’ en de uiterlijke mens, zit volgens hem in het diepste innerlijk een hele andere bron van leven. “Misschien dat iedereen soms op de aller stilste momenten van het leven dat innerlijke leven kan proeven”, aldus Hans. “Als we wakker breken uit ons slaapleventje waarin alles een beetje verdoezelt. Als het ons werkelijk lukt om stil te worden en wakker te zijn, dan kunnen we misschien dat andere leven in ons voelen.”

Hans spreekt de vraag ‘waarom leef ik?’ op een geheel eigen wijze uit. Het is stil in de zaal. Zijn luisteraars nemen de woorden van Hans tot zich.

Na een uur is het tijd voor een pauze. De aanwezigen nemen iets te drinken en bespreken de lezing met elkaar. Ze vinden het zichtbaar fijn om bij de lezing te zijn en dat ze zich kunnen openstellen voor de vraag en het gevoel dat daarbij komt kijken.

Na de pauze beantwoordt Hans vragen van zijn luisteraars. Hij sluit de avond af met de woorden van Hermes, een personage uit de Griekse mythologie, over de ziel: “Gij zijt voorgekomen, o ziel, uit een bepaalde stam. En van die stam zijt gij de tak. Hoe ver ook de stam van zijn tak verwijderd is, toch blijft er nog steeds verbinding en contact tussen de stam en tak. Waarlangs iedere tak nog steeds voedsel vraagt van zijn stam. In dien er echter iets geplaatst zou worden tussen de stam en de tak zou de voedselvoorziening van de tak worden afgesneden. En zo zou de tak verwelken en sterven.”