In Hilversum staat sinds 1928 landgoed Zonnestraal. Sinds 2010 staat dit landgoed op de lijst met nominaties voor het Unesco-werelderfgoed. Maar waarom toen pas, en waarom is het nog steeds niet gekozen?

Stel je voor: je bent een mijnwerker rond het jaar 1900. Iedere dag ga je de mijnschacht in, het is donker, heet en je bent de hele dag met een pikhouweel aan het zwaaien. Het is misschien geen leven waar de meeste mensen van dromen, maar het is jouw leven en jij en je familie kunnen ervan eten. Maar dan op een dag begin je te hoesten. En je houdt niet meer op met hoesten. Je hoest zo erg dat de andere mijnwerkers om je heen naar je toe komen om te zien wat er aan de hand is, en je zelfs naar buiten helpen omdat je maar niet op kan houden. Als je buiten bent wordt het iets beter, maar dan merk je dat er bloed op je kleding zit. Je weet wat dit betekent, je hebt al vaak gehoord dat het mensen overkomen is maar je dacht niet dat jou ooit zou gebeuren. Je bent een van de vele slachtoffers van Tuberculose, en vanaf hier gaat je leven er heel anders uit zien.

Tuberculose is vandaag de dag nog steeds een van de meest dodelijke infectieziektes ter wereld, maar is nu veel beter te behandelen. Aan het begin van de twintigste eeuw was behandeling nog in de beginfases. Patiënten werden, als ze het geld of de connecties hadden, in sanatoria gezet. Hier werden ze zo goed mogelijk behandeld, en kregen ze, als de behandeling niet werkte, een plek om in vrede te kunnen sterven. Eén van deze sanatoria was Landgoed Zonnestraal.

Zonnestraal is een unieke plaats in de geschiedenis van zowel Nederland als Europa. Voordat Zonnestraal gebouwd werd, waren alle sanatoria in Nederland nog verzuild. Hierdoor behandelden ze alleen Protestanten of Katholieken, maar nooit mensen van andere geloven. Zonnestraal veranderde dat. Hier maakte het niet uit of je Protestants, Katholiek of zelfs Joods of Atheïstisch was. Niet alleen de manier waarop ze patiënten aannamen was revolutionair, maar het gebouw zelf ook. De meeste andere sanatoria waren krap en gesloten, zonder veel ramen en openingen. Bij Zonnestraal werd de manier van bouwen compleet omgegooid, en werd het gebouw ontworpen om zo open mogelijk te zijn, en zoveel mogelijk licht binnen te laten. Naast dat het gebouw op meerdere manieren zo uniek is, heeft het ook een grote emotionele waarde. In de tijd dat Zonnestraal gesticht werd was tuberculose een enorm besmettelijke ziekte waar de meeste mensen niet van konden genezen. Plekken als Zonnestraal gaven deze mensen toch een sprankje hoop. En als je het mij vraagt, maakt dit sprankje mijnwerkershoop Landgoed Zonnestraal meer dan geschikt voor de lijst van Unesco.