Toen ik aan het begin van dit jaar begon aan mijn studie journalistiek, zag ik het helemaal zitten. Mooie verhalen schrijven, mensen interviewen, gave items draaien. Daar, in dat klaslokaal op de Uithof, kregen we te horen dat wij komend halfjaar over Hilversum moesten gaan schrijven. Hilversum, de grote mediastad. Ik had het slechter kunnen treffen. Maar toen ik eenmaal onderweg was, de trein door het landschap gleed en de regen al drie dagen met bakken uit de lucht viel, stemde Hilversum me toch een beetje treurig. Het komende halfjaar zou ik hier moeten overleven. In de gure kou, met wind en regen. En mensen uit het Gooi. En een lelijk station.

Toen ik mijn eerste artikel over Hilversum schreef, was ik al iets positiever gestemd. Het artikel ging over een tuinderij en het was mooi weer. De zon deed goed haar best en de grauwe luchten waren verdreven. Nadat ik door de bus was gedropt in een één of ander bos en uiteindelijk mijn weg had gevonden, kwam ik op een rustieke plek terecht. Naast een drukke weg met gillende kinderen die naar school gebracht werden, was een oase van rust. De tuinderij sloot ik in mijn hart, en daarmee ook een stukje Hilversum.

Een tijdje later mocht ik naar een concert in de Vorstin. Ik was nog nooit in de Vorstin geweest, en toen ik mezelf door de stromende regen een weg baande door alle mensen die met mij het station uitliepen, bedacht ik me dat het handig was om de route op te zoeken.
Wat bleek, de Vorstin zit zo ongeveer naast het station. Wat ideaal. Goed gedaan, Hilversum.
Toen ik in de Vorstin aankwam, werd ik daar enthousiast begroet door de medewerkers. Mijn jas en hoed, druipend van de regen, werden met liefde opgehangen aan de kapstok. Mijn zware tas, met mijn laptop, aantekeningenblok en berg aan mentale issues omtrent mijn studie werden liefdevol onderin een hoek gelegd. In de zaal begroette iedereen me vriendelijk. Het concert zelf was een groot succes. Mensen gingen aan de kant als ik erlangs wilde en als iemand met een paar biertjes langsliep, ging er niets verloren omdat iemand zo nodig lomp met een elleboog moest doen. Toen ik eerder naar huis ging werd gevraagd waarom ik zo ongezellig moest doen en toen ik uiteindelijk, na 10 minuten babbelen met degene in de garderobe, toch écht ging, werd ik uitgezwaaid totdat ik de hoek om was.
Hilversum, je bent en blijft een beetje een rare plek voor een meisje uit de polder. Maar ik heb jou, de Vorstin en je inwoners tóch een beetje in mijn hart gesloten. Blijf maar zo lief voor alle aanstormend journalisten, die de eerste weken van het nieuwe collegejaar een beetje onwennig door de stad lopen. Ze verdienen het.