Op een koude oktobermiddag is er in een volle raadszaal een vergadering over de begroting van Hilversum in 2020. Een punt van discussie is de herbouw van buurthuis De Kleine Lelie. Vanuit verschillende fracties komen er vragen over de kosten en het maatschappelijk belang van de herbouw van het buurthuis.

Het is al 2,5 jaar geleden dat buurthuis De Kleine Lelie in vlammen op ging. Inmiddels is er al een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar de herbouw. Uit dit onderzoek bleek dat het gebouw multifunctioneel gebruikt moet gaan worden. Wethouder Arno Scheepers vertelde in een eerder stadium al hoe dit er in de praktijk uit zou moeten komen te zien: “Bijvoorbeeld overdag als speellokaal en ’s avonds en in het weekend als activiteitenruimte voor de buurt. Ook een keuken en vergaderruimtes zijn gezamenlijk te gebruiken. Voor het buurthuis zou dit betekenen dat er iets meer dan het oude oppervlak terug gebouwd kan worden. Door het samengaan met andere functies zijn er wel extra ruimtes mogelijk. Die worden dan multifunctioneel gebruikt.” Ondanks de mogelijke plannen is er nog geen investeringspost opgenomen in de begroting.

Jan Slingerland, raadslid en fractievoorzitter van Hart voor Hilversum, stelt dat zijn fractie in het hoofdstuk verbindende stad een niet opgenomen activiteit mist. Hij zit als een van de weinigen niet in pak in de raadszaal en stelt: “De langverwachte herbouw van de Lelie en het in stand houden van wijkcentra en buurthuizen dragen bij aan het ontmoeten van mensen en het in stand houden van sociale contacten in de buurt.” Terwijl er nogmaals wordt rondgegaan met een schaal koekjes en koffie, krijgt Jan Slingerland een vraag van Jacqueline Kalk (PvdA): “Bent u het met de partij van de arbeid eens dat de kosten voor de herbouw van het buurthuis onder hetzelfde financiële regiem vallen?” Als reactie volgt: “Ik vind op voorhand van niet.” De vraag om het kort en bondig te houden door de voorzitter wordt gehonoreerd en de fractievoorzitter van Hart voor Hilversum voegt nog toe: “Idealiter zou het zo moeten zijn dat buurthuizen voor en door bewoners moeten worden gerund.”

Ook komen er vanuit verschillende partijen vragen over hoe het nieuwe buurthuis eruit zou moeten komen te zien. Annemarie den Daas (D66) spreekt zich uit over deze kwestie: “Met enige zorg volgen wij het stroperige proces om een nieuwe Lelie te bouwen. Het lijkt maar niet te lukken om met elkaar tot een goede invulling van dit buurthuis te komen.”