Met het internet als grote concurrent van winkelcentra wordt het voor consumenten steeds minder aantrekkelijk om winkels in de winkelstraten te bezoeken. Kjeld Vosjan (44) is de centrummanager van Hilversum en werkt in opdracht van stichting Hilversum aan een aantrekkelijk en goed functionerend centrum.

Wat houdt uw baan als centrummanager in?

Ik zeg altijd: makelen, schakelen en verbinden. Je kunt mij zien als een tussenpersoon van de gemeente en Hilversumse ondernemers. Mijn rol is om de belangen van deze twee groepen bij elkaar te brengen en zo goed mogelijk met elkaar af te stemmen. Het gaat er om dat je als centrummanager zo veel mogelijk mensen naar het centrum brengt en hen hier verliefd op laat worden. Dit doe ik nu al vier jaar in Hilversum en ik ben ook centrummanager in Assen.

 Wat is het grootste verschil tussen Hilversum en Assen?

Hilversum is qua aanpak en samenwerking al iets verder dan Assen. Dat komt omdat we hier al drie jaar met elkaar werken in een groepsverband. In Assen is dit verband er nog niet en zijn we het nog een beetje aan het aftasten met elkaar. De overeenkomsten tussen de twee steden zijn dat ze allebei een middelgrote stad zijn en te maken hebben met leegstand. Beide steden hebben een opgave om daar iets aan te doen. Ze moeten een compact centrum creëren waar de nadruk meer ligt op beleving, dan alleen een verzameling van winkels.

Hoe wordt die beleving gecreëerd?

Je moet het centrum als een merk beschouwen. Hilversum heeft een heel duidelijk profiel, namelijk de mediastad. Dat zouden we dus eigenlijk bij alles wat we doen, moeten vertalen in een aangenamer centrum. Wij proberen die beleving te creëren door middel van evenementen, het juiste aanbod aan winkels en goede parkeerplekken. Ook moet er gekeken worden naar hoe we de Hilversumse bewoners kunnen betrekken bij deze beleving en een leuk evenementenaanbod.

Wat is de grootste verandering tussen het Hilversum van nu en dat van vier jaar geleden?

De samenwerking hebben wij nu veel beter op orde. De basis voor het hele centrum is namelijk dat de samenwerking goed georganiseerd is. Wij doen dit door te werken in ‘de gouden driehoek’. Dat zijn de ondernemers, mensen uit het vastgoed en de gemeente die met elkaar samenwerken.  Een andere verandering is dat je de verbeteringen in de fysieke omgeving terugziet. Er is gelukkig veel geïnvesteerd in het Hilversumse centrum en dat is bijvoorbeeld terug te zien in het nieuwe marktplein.

 Is het centrum nog wel relevant voor de consument met het internet als grote concurrent?

De vraag naar fysieke winkels wordt alleen maar minder, dus dat betekent dat je het centrum compact en klein moet maken. Dat is een grote uitdaging voor alle middelgrote steden. Je moet kijken naar de andere functies die je het centrum kan bieden, dus bijvoorbeeld ook culturele functies.

Hoe onderscheidt het centrum zich met het online winkelen?

We hebben gelukkig het voordeel dat je in het centrum fysiek contact met elkaar kan hebben. De gastvrijheid die we nastreven, die we overigens nog niet hebben, moet ons onderscheidende vermogen zijn. Mensen kunnen net een stukje meer beleving en persoonlijke aandacht krijgen, die online niet te krijgen is. Producten kunnen we online wel kopen, maar daar krijg je geen beleving of verhalen voor terug. Die voorsprong hebben we als centrumgebieden dus weer wel.

Wat zijn verbeterpunten voor het Hilversumse centrum?

We slagen er nog niet echt in om het centrum compacter te maken. We moeten heel kritisch naar het centrum gaan kijken en beslissen waar we nog wel winkels willen hebben en waar niet. We zijn wel bezig met grote projecten, waarmee we de binnenstad kunnen versterken. We zijn namelijk een mediaplein aan het ontwikkelen, waarbij we meer willen inspelen op de culturele functies van het centrum. Een ander verbeterpunt is het stationsgebied waar nu een beperkte gebruikskwaliteit is. We willen daar veel meer kwaliteit aan toevoegen.

 Denkt u dat er over tien jaar nog een centrummanager nodig is?

 Ja, de behoefte blijft er nog steeds, maar ik zie wel een verschuiving in de invulling. De vraag naar productverkoop in het centrum zal alleen maar minder worden en er is veel leegstand in het centrum. Bijna elk centrum zal hetzelfde probleem hebben en daarom moeten we iets extra’s blijven bieden. Iets wat niet op het internet te vinden is, dus bij ons zal dat dan de beleving moeten zijn.