Fysieke en/of verbale agressie tegenover ambulancepersoneel komt steeds meer voor. Verpleegkundige Mirjam de Ruijter (44) werkt bij de ambulance en vertelt haar meningen en ervaringen over het dagelijkse leven bij de ambulance.

Hoe ziet een dag bij de ambulance eruit?

“Ik doe zestien uur per week kantoorwerk. Dan houd ik me bezig met educatie zoals: lessen voorbereiden, het inplannen van stages en cursisten begeleiden. Daarnaast rijd ik mee in de Ambulance als verpleegkundige. In de praktijk is nooit een dag hetzelfde. ’s Ochtens weet je alleen in welke auto en met welke chauffeur je rijd; elke dag is anders. We hebben twee soorten ritten, namelijk besteld vervoer en spoedvervoer. Als je besteld vervoer moet doen, dan weet je het soms wel van te voren. De rest is allemaal spoedvervoer, dit is op oproepbasis. Tussentijds zitten we dan in een soort huiskamer op de ambupost. Daar wacht je totdat je een melding krijgt. Gedurende de dag hebben we meestal zeven ritten. Elke rit duurt ongeveer een uur, maar als het echt helemaal mis is met de patiënt dan kan een spoedrit heel snel gaan.”

Welke kwaliteiten zijn nodig om dit werk te kunnen doen?

“Allereerst moet je goed prioriteiten kunnen stellen. Communicatie is ook heel belangrijk. Je kennis en kunnen moet je up to date houden. Stressbestendigheid is ook belangrijk, maar dat is een ruim begrip natuurlijk. Je moet snel kunnen schakelen, flexibel zijn in je denken. Als ‘A’ gezegt wordt in het verhaal en het blijkt ‘B’ te zijn, dan moet je snel kunnen omschakelen en overal op voorbereid zijn.”

Hebben jullie een psycholoog binnen het team waar jullie mee kunnen praten na een heftige ervaring?

“Nee, we hebben geen psycholoog, maar wel het bijzonder-ondersteuningsteam (BOT team). Als je tijdens je dienst een heftige casus hebt. Bijvoorbeeld een kinderreanimatie of iemand die van het dak springt. Dan kan het zijn dat je daar hulp voor nodig hebt. In dat geval komt er een medewerker, die ook een collega van ons. Hij gaat dan met jou en het team waar je samen mee hebt gewerkt praten over wat er gebeurt is. Na zoveel dagen bellen ze je terug om te vragen hoe het gaat.”

Neemt u wel eens gebeurtenissen mee naar huis?

“Nee niet echt, kijk sommige dingen blijven meer bij je dan andere dingen. Bijvoorbeeld wanneer je een pasgeboren baby gelijk moet reanimeren. Dan ga je toch denken: ‘Hoe gaat het nu verder?’ en ‘Hebben we het goed gedaan?’ Dat is ook logisch, want je bent ook maar een mens. Als je echt alles mee naar huis neemt, dan kan je dit werk niet doen.”

Wat is het mooiste aan deze baan?

“Het is heel afwisselend en je weet nooit wat je gaat doen. Je hebt te maken met kinderen, volwassenen en ouderen. Daarnaast ben je heel zelfstandig, je bent eigen baas over wat je gaat doen. Het is dus eigenlijk een hele vrije baan, zolang je er maar voor zorgt dat je patiënt de juiste zorg krijgt. Dat is ook juist wel spannend.”

Welk moment zal u nooit meer vergeten?

“Een paar jaar geleden belde iemand met oud en nieuw. Hij zei pijn in zijn hart te hebben. Dat is altijd een spoedmelding, dus wij gingen gelijk op de melding af. Eenmaal daar aangekomen bleek dat hij niet echt last had van zijn hart, maar dat hij heel erg eenzaam was. Hij zat daar in een grote witte onderbroek met een paar knakworstjes in een pannetje. Hij zei: ‘iedereen heeft hier een kerstboom en ik zit hier maar’. Dus toen dacht ik wel: ‘Ach, dat is toch wat’. Toen heb ik daar met mijn collega gezeten en oud en nieuw gevierd.”

Bent u wel eens gehinderd tijdens uw werk?

“Niet fysiek, maar wel verbale agressie. Mensen die onder invloed zijn van drank en drugs beginnen soms te schelden en te roepen je moet dit of dat doen. Het is gewoon vervelend als ze in de weg staan. Je moet wel zorgen dat je snel weggaat wanneer  je een beetje dreiging voelt. Daarnaast hebben we ook altijd wel de politie achter de hand.”

Hoe zal de kwaliteit van de ambulanceverpleegkundige eruit zien in de toekomst?

“Ik maak me een beetje zorgen over de kwaliteit van de verpleegkundigen die nu op de auto komen. Toen ik de opleiding ging doen, moest je heel veel jaren ervaring op doen. Ook moest je gespecialiseerd zijn. Daarna de opleiding voor ambulance verpleegkundige doen. Je was dus echt lang bezig. Tegenwoordig kunnen jongeren de Bachelor Medisch Hulpverlener (BMH) opleiding doen, ze krijgen vier jaar lang alleen maar theorie. Natuurlijk moeten ze wel stage lopen, maar wij moesten echt in het ziekenhuis ervaring op doen. Na die opleiding mogen ze gelijk de auto op. Ze missen dan nog de clinische blik uit de praktijk. Je moet wel je mannetje kunnen staan. Soms sta je tussen weet ik veel wat voor gasten en er ligt iemand dood te gaan. Of als je bezig bent met een kinderreanimatie en je moet ook de moeder troosten, hoe ga je dat doen? Je hebt dan totaal geen ervaring, dan ben ik blij dat ik gewoon de oude opleiding heb gedaan. Het is ook vooral voor je zelf, het is fijn als je weet wat je moet doen.”