Het is bijna kerst en ook nu weer veel dingen die je geloof aan het wankelen kunnen brengen. Bijbelse verzen geven een boodschap van hoop, menselijkheid en vergiffenis. Zoals elk jaar is burgemeester Pieter Broertjes ook aanwezig om deze verzen van een stem te voorzien.

Het is koud en ik ben te laat. Ik vraag me af of het überhaupt wel done is, te laat komen in de kerk. Goed, bij binnenkomst kan je de bijbelse liederen horen die zoveel mensen als muziek in de oren klinkt, verzorgd door het Gospelkoor Edoza, onder leiding van David Niemeijer. Naar schatting ongeveer driehonderd mensen bezitten een plek in de Sint-Vituskerk, die, buiten zijn unieke bakstenen interieur, ook heel veel prachtige wanddecoraties en schilderijen heeft. Een echte Katholieke kerk.

Burgemeester Pieter Broertjes verzorgt de bijbellezing. Hij vertelt de verhalen van Lucas, ”Jozef en Maria gaan naar Bethlehem”, ”Herders horen het goede nieuws” en ”De herders gaan naar Bethlehem”.  Om beurten vergezellen het Gospelkoor en het Gooisch Fanfare Orkest, onder leiding van Joop Nijholt, de verzen. Tevens  is het Gooisch Fanfare Orkest de organisator van de avond. Het speelt echt in op het kerstgevoel. Het zijn natuurlijk bijbelse liederen, maar ook zonder die kennis zou je dat warme gevoel krijgen, alsof je van elke kant om je heen knuffels krijgt. Een warm gevoel. Voor mensen die bekend zijn met de verzen is het misschien wat banaal, wat alledaags, maar voor mij niet. Zelf ben ik niet religieus opgevoed. De verhalen die uit de mond van burgemeester Broertjes kwamen, gaven een heel ander gevoel. Spontaan geloven in God? Nee, dat niet. Wel mooie verhalen. Puur uit interesse pak ik de bijbel straks uit de boekenkast van mijn ouders. Het geeft een gevoel dat er echt een gemeenschap is bij de Volkskerstzang. Mensen die allemaal samen willen zijn en genieten van de liederen, composities en verhalen.

Pastoor Wim Vlooswijk vertelt tijdens de meditatie over kerst als tijd van ontmoeten. Een jongeman, die onderweg naar Santiago de Compostella een geestelijk beperkte jongen tegenkwam die aan het bedelen was. Iedereen liep hem voorbij, behalve deze jongen. Hij gaf een aalmoes, een simpele daad van liefdadigheid. De jongen stond op en omhelsde hem. Het was meer dan slechts die aalmoes. Een jongen achter mij vroeg aan zijn vader: ‘’Papa, was de jongen Jezus?’’ ”Ja, ik denk het wel”, zei de vader met een glimlach op zijn gezicht. Het deed ook wel wat met mij. Dit is de gedachte die zo veel mensen nastreven. Het heeft iets naïefs, maar toch wel heel puur. Na het prachtige gedicht van Mirjam Visscher, klinkt het enige lied dat ik ken: ‘Stille Nacht’. Een ouder stel komt naast mij zitten. Ze vroegen waarom ik helemaal alleen zit, achterin de kerk. ”Je hoeft niet alleen te zijn, het is bijna kerst nota bene.” Het sluit perfect aan op de woorden van pastoor Jules Dresmé. Tijdens kerst wil iedereen geven en samen zijn, maar na de kerst verdwijnt deze gedachte als sneeuw voor de zon: ”Hebben we dat ook weer gehad.” Gelukkig had ik dit gevoel niet bij dit stel.

Het is nog maar een week tot kerst, maar de stemming is goed tijdens dit samenzijn Bij de uitgang vraagt men om een kleine bijdrage, twee of drie euro. Door het gevoel wat ik heb gekregen deze avond, is weigeren niet mogelijk. Gelovig of niet, iedereen kan wel zo’n avond gebruiken.