HILVERSUM – Religie, het is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij sport. Waar zondagsrust in de Evangelische kerk nog altijd een leidend begrip is, sporten tegenwoordig veel mensen op zondag. Bij HSV Wasmeer, die als enige voetbalclub uit Hilversum op de zaterdag èn zondag uitkomt, zijn er zowel gelovigen als ongelovigen op zondag op het sportpark te vinden.

De geur van versgebakken friet, juichende mensen langs de lijn en scheldende trainers in de dug-outs. Het is een stereotype beeld van de gemiddelde voetbalclub die ook voor HSV Wasmeer geldt. Toch zijn er ook minder typische dingen te zien op en rond het voetbalveld van de voetbalclub uit Hilversum: spelers die een kruisje slaan voor de wedstrijd, biddende spelers in de kleedkamer of een supporter die aan het eind van een voetbalwedstrijd God bedankt voor de winst. Een wat ouder uitziende supporter die langs de lijn in het aangename herfstzonnetje staat stelt: “Sporters zeggen denk ik niet graag dat ze geloven in god en uiten dit dan ook graag op hun eigen manier. Het is een persoonlijke manier van het bedanken van God.”

Een stukje verderop staat een meneer van rond de 50 met een baard. Bij de vraag of hij gelooft schrikt hij even. Met grote ogen antwoordt hij: “Ja, ik ben katholiek. Ik ga alleen niet naar de kerk en ik vind de zondagsrust zoals die in de bijbel gesteld wordt onzin. Sommige mensen vinden mij vast een slechte gelovige, maar ik vind dat iedereen z’n eigen draai aan het geloof mag geven.” Vlak nadat de man dit zegt scoort de thuisclub een doelpunt. Met een knipoog zegt de man: “Kijk, God staat ons nog steeds bij.”

De voetbalclub is het resultaat van de fusie tussen E.M.M ‘15 en HV&AV DONAR. In het clubhuis is niks te merken van de aanwezigheid van een bepaald geloof. En dit terwijl het voormalige E.M.M een Rooms-Katholieke vereniging was. Zo hangen er bijvoorbeeld geen religieuze schilderijen aan de muren en staan er geen Mariabeeldjes op de vensterbanken. Volgens een van de vriendelijk uitziende vrijwilligers van de club is hier niet bewust voor gekozen. De korte man met een baard van middelbare leeftijd zegt: “We dragen als voetbalclub niet een religie uit. De zoals in de bijbel beschreven zondagsrust is al een langere tijd aan het vervagen en dat merk je ook hier. Ik ben zelf christelijk en ik vind dat het een keus voor jezelf is.”

En dan is er uit het niets een enorme kans voor de thuisploeg. De speler mist en baalt flink. Hij laat dit duidelijk merken; met zijn gezicht op onweer scheldt hij hardop zichzelf en de bal uit. De mensen aan de kant schrikken duidelijk van het harde gescheld dat uit de mond van de aanvaller komt. Een vrouw slaat haar hand voor de mond. Een oudere toeschouwer met een petje op roept: “Hé, let op je woorden! We zijn een Rooms-Katholieke club, hè!” De jongen maakt zijn excuses. Later vertelt de man: ”We mogen dan wel een ‘niet-gelovige’ club zijn maar er zijn nog steeds normen en waarden waar je je aan moet houden. In het heetst van de strijd zeg je weleens dingen uit die je niet zo bedoelt, maar ik vind dat je diegene daar wel op moet aanspreken.”

Aan het einde van de wedstrijd zijn er teleurgestelde gezichten te zien rond het veld en in de kantine van de club. De thuisploeg verliest en de blikken van de supporters zijn gelaten. Het laatste fluitsignaal klinkt en de supporters verlaten het sportpark. De spelers lopen het veld af en bij het verlaten van het veld slaat nog één speler een kruisje.