Het kruispunt van de Oude Meentweg en de Leeuwenlaan, net buiten de borden van Hilversum, vormt een ontmoetingsplek van zo’n 15 tot 20 wandelaars met stevige wandelschoenen. De groep is bijeengekomen voor een twee uur durende, historische wandeling over landgoed Jagtlust, met verhalen over de familie Six, de voormalig bewoners. Een zeer actuele activiteit zo tijdens de week-van-de-erfgooier, omdat juist de erfgooiers ervoor hebben gezorgd dat Jagtlust in handen kwam van 's-Graveland. De frisse buitenlucht zorgt voor een blos op de glimlachende gezichten. Hier en daar worden praatjes gemaakt en een enkeling wisselt alvast vooraf opgedane informatie over Jagtlust uit.

Harm Klinkenberg (77 jaar), een lange man in een donkergroen Natuurmonumentenpak, gaat de groep voor over de Leeuwenweg, tot een imposant gebouw aan onze linkerhand opdoemt: Jagtlust. Klinkenberg, de gids, stopt op een grindpad naast het gebouw en wacht tot de groep zich om hem heen verzameld heeft. Omdat een aantal mensen onaangekondigd op is komen dagen, is de groep nu bomvol. Klinkenberg legt uit dat we niet in het gebouw en de tuinen mogen komen, omdat autistische kinderen in het gebouw leskrijgen. Na verdere praktische zaken te hebben benoemd, haalt hij het boek van Geert Mak uit zijn tas. Kort schetst hij de lijn van bewoners van Jagtlust. Bij het noemen van een van de bewoners met de naam Harm, kan een van de wandelaars het niet laten: “Mooie naam: Harm.” Gelach ten gevolge: de toon is gezet.

Een houten bruggetje bedekt met gaas leidt ons tussen een aantal donkere struiken door naar een grasvlakte. Het pad dat we bewandelen splitst zich daar in tweeën. Een van de afsplitsingen komt uit bij een achthoekig theehuisje, de ander bij Heilust, een miniatuur herenhuis. De meest nieuwsgierigen nemen nog even de tijd om bij het theehuisje door de raampjes te loeren en sluiten zich dan weer aan bij de groep, om de weg te vervolgen.

Achter het enorme landgoed staat een wit gebouw met rode afwerkingen. Er wordt al gegist wat de functie zal zijn geweest vroeger en wat de functie tegenwoordig is. Iemand oppert: “Ik denk dat het wordt bewoond.” En een volgende geint: “Dus hier woon jij, Harm?” Geen van beide heeft gelijk. Het voormalig koetshuis blijkt eveneens deel uit te maken van de school voor autistische kinderen. Vroeger werd het voorste gedeelte door een van de vrijgezelle vrouwelijke bewoners gebruikt als atelier.

Het pad buigt iets af naar links, verder het terrein op, naar een klein boerderijtje. Net iets voorbij het boerderijtje betreden we een ruime moestuin met kleine boompjes, bloemen en allerlei groen. Tegen de zwartgeverfde houten schutting die de moestuin ommuurt, kruipen druivenranken omhoog. Over het gras tussen de strookjes moestuin lopen we richting een vrouw die ons staat op te wachten. Als de groep langs een kleine wei met geiten loopt, rennen de beestjes nieuwsgierig naar de hekken. Daar waar vroeger de familie Six het land bewerkte, heeft nu deze wachtende vrouw, Mira Kool, de schone taak op zich genomen. Ze vertelt rustig over het werk dat zij en een aantal anderen doen met verschillende hulpbehoevende groepen. De wandelaars kuieren nog even op eigen houtje rond in de moestuin, tot Klinkenberg signaal geeft dat ze weer door gaan.

Gevallen herfstbladeren leggen een goudkleurige deken over het zandpad even verderop. Links en rechts strekken weilanden zich uit. De groep slaat linksaf. Een smal pad tussen de bomen laat nauwelijks ruimte voor wandelen met zo’n groot gezelschap. Onder het wandelen kletsen de wandelaars honderduit. Klinkenberg stopt om de zoveel meter, om een groepje bomen, een historische plek of een andere bezienswaardigheid aan te wijzen. Zo nu en dan stelt hij een vraag, om de algemene kennis van de groep te peilen. Een man uit de groep komt een aantal keer opvallend goed uit de verf. Het is een bekende van Klinkenberg en de gids waarschuwt hem dat hij niks meer voor mag zeggen. Bij de laatste bezienswaardigheid, een jonge boom, zegt Klinkenberg: “Als iemand de naam van deze boom weet, behoort diegene wat mij betreft tot de adellijke stand.” Prompt valt de kenner in met het juiste antwoord, waarna grijnzend: “Tja, een kans om tot de adellijke stand te worden verheven, kon ik niet aan me voorbij laten gaan!”