Herdenkingsconcert in Evangelische Lutherse Kerk

Traditiegetrouw geeft het Toonkunstkoor Hilversum op 4 mei, na afloop van de twee minuten stilte, een herdenkingsconcert. Ondanks een enigszins rumoerig verloop wist dirigent Nico Philip Hovius het ook dit jaar in goede banen te leiden.

Na afloop van de twee minuten stilte bij het verzetsmonument in het Rosarium, loopt een grote groep mensen richting de Evangelisiche Lutherse Kerk, een paar meter verderop. Hier verzamelen ze zich om te gaan luisteren naar het koor.

De kleine kerk stroomt al snel vol. De meeste plekken zijn bezet, maar er blijven nog steeds mensen binnenkomen. Het koor maakt zich achterin de kerk klaar om te zingen. Gekleed in donkere kleding verzamelt het 75-koppige koor zich op het kleine podium in de Lutherse Kerk. Dirigent Hovius neemt plaatst op zijn verhoging en heet de gasten welkom: “Fijn dat jullie allen gekomen zijn.” Het koor zal drie werken gaan zingen van componist J.C. Rheinberger.

Nadat de dirigent de bezoekers heeft verwelkomd, blijft het nog even rumoerig. Een aantal mensen zoeken nog een plekje en de koorleden praten een beetje onderling. Als iedereen zijn plek heeft gevonden wordt het langzaam stil. Het geluid van het orgel, onder leiding van Henk van Zonneveld, weerklinkt in het kleine kerkje.

De koorleden zetten in en het publiek wordt meegenomen in de tonen van het eerste lied, Misere Mei. Een stuk gecomponeerd naar de boetepsalm van koning David, psalm 50. Het publiek luistert aandachtig naar de ingetogen noten van deze muziek.  Sopraan Arleen van Wijland begint vanaf het balkon van de kerk te zingen. Het publiek kijkt verrast naar de zangeres, die geheel solistisch zonder orgel en koor haar muziek zingt. Als haar couplet afgelopen is, zet het koor en het orgel weer in.

Dirigent Nico Philip Hovius is erg tevreden over zijn koor,
Camiel Beekers

Rumoer
In het kerkje is het nog steeds rumoerig. Mensen komen later binnen en er worden spullen verschoven. Als sopraan Van Wijland haar derde sologedeelte inzet wordt het rumoer steeds luider en is er een hard gebonk te horen. Het publiek reageert geïrriteerd en er is een luid gesis te horen om stilte. Dirigent Hovius reageert achteraf op het rumoer: “De mensen in de kerk en het koor vonden het vervelend. Het kerkje is natuurlijk heel klein en ieder jaar trekt het koor steeds meer publiek.” Hij vindt dat mensen die te laat zijn, niet meer naar binnen mogen. “Op een gegeven moment moet je de deuren sluiten en tegen mensen zeggen: ‘de kerk is vol’”

Ondanks het gestommel gaat het Toonkunstkoor onverstoord verder. De koorleden zijn erg gefocust en letten goed op de aanwijzingen van de dirigent. Het publiek luistert, ondanks de eerdere afleiding, aandachtig. Hier en daar hebben bezoekers hun ogen dicht, om extra goed te kunnen luisteren naar de muziek.

Na het eerste lied komt Van Wijland van het balkon naar beneden en neemt plaats naast het kleine koororgel. Vervolgens zingt ze het Ave Maria van Rheinberger. Onder begeleiding van het orgel zingt ze met hoge noten ‘Het Weesgegroet’, een gebed gericht aan de Heilige Maagd Maria. Ze sluit het muziekstuk af met het traditionele: “Amen” 

Het koor komt weer in beweging en de koorleden openen hun mappen. De bassen zetten in voor het laatste stuk, Stabat Mater. Een Latijns gedicht over Maria in haar smart om de gekruisigde Christus. Het publiek luistert aandachtig en sommige bezoekers bewegen mee op het ritme van de muziek.

De versies van Rheinberger zijn niet erg bekend. Dirigent Hovius heeft deze stukken bewust gekozen. “Dit is hele romantische lijdensmuziek, muziekstukken die echt geschreven zijn voor in de kerk. Deze stukken passen goed bij de sfeer van de Nationale Dodenherdenking.”

De dirigent is twintig jaar de leider van dit koor en ieder jaar kiest hij een ander repertoire. “Ik vind het ook leuk om eens een keer niet het geijkte repertoire te doen, zoals de muziek van Johan Sebastiaan Bach. Zodat het publiek ook kennis kan maken met andere muziek. Het koor vindt het een uitdaging om grenzen te verleggen.” 

Als de laatste tonen gezongen zijn, maakt de dirigent een buiging. Het publiek klapt enthousiast en een aantal bezoekers geven de koorleden een staande ovatie. Hovius bedankt het publiek: “Hartelijk bedankt voor het luisteren. Het wordt steeds drukker, dus misschien moeten we volgend jaar naar een grotere ruimte. Ik wens u nog een hele mooie en prettige avond.”

Maarten en Phita na afloop van het herdenkingsconcert.
Camiel Beekers

Reacties
De bezoekers achteraf zijn positief over het concert. Zo heeft Maarten (87 jaar) genoten van het laatste stuk. “Ik vond het Stabat Mater heel mooi. De koorleden vielen heel mooi in en de stemgeluiden waren goed op elkaar afgestemd.” Zijn echtgenote Phita (89) vond het wel vervelend dat er zo weinig plek was. “Ik vond het een beetje te krap. We kwamen wat later door de kranslegging op het rosarium. We konden nog net op het balkon een plekje vinden. Voor het geluid was het ook te klein. Het had in een grotere ruimte gemoeten”,  vertelt ze geërgerd.

Een oud-koorlid was teleurgesteld over de voorstelling. “De muziek was erg traag. Het past natuurlijk wel bij de Dodenherdenking, maar de stukken waren allemaal een beetje hetzelfde. Dat vind ik jammer.” Toch is ze wel van mening dat het koor mooi heeft gezongen. “Ik vond ook het orgel heel passend in deze situatie, bij dit koor en in deze kerk.”

Koorleden Hilda van Ooijen en en Josje Erkelens zijn heel tevreden over het concert. “Wij hebben heerlijk gezongen. We hebben veel tijd aan deze stukken besteed en dat kon je goed merken, dan zing je gewoon lekker. Deze muziek is prachtig voor een herdenkingsconcert.” Het rumoer hield de twee zangeressen niet uit hun concentratie. “We hebben gewoon doorgezongen.” 

Ook dirigent Hovius is tevreden over zijn voorstelling. “Ik vind dat mijn koor het heel goed gedaan heeft, ze hebben een mooie sfeer neergezet.” 

De Evangelische Lutherse Kerk voorafgaand aan het herdenkingsconcert.

Foto: Camiel Beekers