Dikke winterjassen, grijze haren en rollators, dat is het beeld op de Kerkbrink. De zon schijnt fel, maar zorgt voor weinig warmte. De deuren van de Grote Kerk zitten nog dicht, toch staan tientallen Hilversummers al klaar voor de jaarlijkse kerstvoorstelling van het Goois ouderen koor.

Om stipt half twaalf gaan de deuren open. Het publiek, dat voornamelijk bestaat uit 65+’ers, beweegt zich langzaam naar binnen. Een van de vrouwen uit het koor begroet het publiek met een brede glimlach. In het midden van de Grote Kerk zit het koor al klaar, met het boekje vol tekst nog gesloten in de hand kijken zij naar het binnenkomende publiek. De leden van het koor praten zacht met elkaar en zwaaien naar familie en vrienden in het publiek.

De banken tegenover het koor zijn al snel vergeven en het overige publiek moet genoegen nemen met een plaats aan de zijkant. “Het is druk zeg”, mompelt een vrouw, terwijl ze plaatsneemt op een bankje rechts van het koor. Om precies kwart voor twaalf begint een korte welkomsspeech. Het publiek geeft eerst pianist Henk van der Hoeven en dwarsfluitiste Lucia Komen een applaus, ook dirigente Alexandra d’Espinoza en het koor worden enthousiast onvangen. “Fijn dat er zo’n grote opkomst is, ik ben er trots op dat dit jaarlijkse kerstconcert een traditie is geworden.” Zegt de dirigente.

Dan wordt het eerste lied ingezet door Van der Hoeven. Bij de eerste piano klanken is het publiek muisstil, zodra de tekst van ‘wij komen tezamen’ klinkt, zingt een groot deel van het publiek dit zacht mee. Meezingen is niet verplicht, maar wordt wel aangemoedigt. Het koor bestaat uit mannen en vrouwen van 55+, opvallend is dwarsfluitiste Komen, die veel jonger is dan de rest van het koor.

“Ik ben blij dat wij hier voor u mogen zingen”, zegt dirigente d’Espinoza als het eerste nummer afgelopen is. Het publiek reageert met een applaus. Het tweede kerstlied klinkt, dit keer zingt het koor in het Duits. “Ik vraag me nu af waarom ik zoveel Duitse kerstliederen in één voorstelling heb gedaan”, zegt de leider van het koor lachend tegen het publiek. “Maar ze zijn wel erg sfeervol.” Na nog een kerstlied kondigt dirigente d’Espionza een solo van Van der Hoeven aan. Het koor gaat weer zitten en luistert aandachtig naar de solo van hun pianist.

“Alle kerstliedjes zijn geïmporteert, Nederland heeft geen originele kerstnummers”, vertelt de dirigente, “we hebben er maar één uit Nederland en die gaan wij nu zingen.” De klanken van ‘U zijt wellekome’ galmen door de Grote Kerk en het publiek zingt het zacht mee. Een aantal mensen uit het publiek tikt met zijn of haar voet mee op de maat. Leden van het koor kijken regelmatig op van hun boekje het publiek in, maar zingen ongestoort door. Op 5 mei gaat het koor zingen ter ere van de vrijheid. Ter voorbereiding daarvan hebben ze in het kerstconcert ook een lied ter ere van de vrijheid. “Dat is omdat wij tijdens de feestdagen ook vrede op aarde wensen”, legt d’Espinoza uit. Het publiek zingt terughoudend mee met ‘vrede op aarde.’

Ook de jonge dwarsfluitiste heeft een solo. Na even kort de dwarsfluit te stemmen kan ze beginnen. Begeleid door de piano fluit ze: “what child is this?”. “Ons laatste stuk gaat over onze goede wensen voor de kerst”, aldus d’Espinoza, “we wish you a merry Christmas and a happy new year.” En met die aankondiging begint het koor met zingen. Het luide applaus na afloop wordt onderbroken. “Dit was óns laatste stuk, nu is het uw beurt!” De dirigente draait zich om en dirigeert nu in plaats van het koor, het publiek. Zij zingen luidskeels mee met de bekende kerstliederen.

Na afloop klinkt luid applaus, mensen gaan staan en drie bosjes bloemen worden naar voren gebracht. De dirigente ontvangt de eerste bos bloemen, vervolgens krijgt ook pianist Van der Hoeve en dwarsfluitiste Koomen een bos. Bij de uitgang van de Grote Kerk staan twee vrouwen klaar voor de vrijwillige bijdrage van het publiek. Buiten reflecteert het publiek over het kerstconcert, “was het vorig jaar ook zo druk? Dat herinner ik me niet meer.” Zegt een vrouw terwijl ze haar fiets van het slot haalt.