“Ooit werd ik uitgedaagd om een lezing te geven over wat ik niet goed vond aan het Bahá’í, dat deed ik. Niet veel later besloot ik mij aan te sluiten bij het geloof,” aldus Willem de Groot. Annelies van Randwijk (58), huisarts in Loosdrecht, en Willem de Groot (64), verpleegkundige in revalidatiecentrum Merem, wonen in Hilversum zuidoost en zijn aanhangers van het Bahá’í-geloof.

Het Bahá’í is een monotheïstische religie, gesticht in de negentiende eeuw. Het geloof heeft wereldwijd zo’n zeven miljoen aanhangers en is in Nederland niet erg bekend. De aanhangers van het geloof geloven in Bahá’u’lláh. Van Randwijk en De Groot spreken over hoe zij bij het geloof terecht zijn gekomen en wat voor deel het uitmaakt in hun dagelijks leven.

De Groot en Van Randwijk hebben beide geen gelovige achtergrond, maar zijn beiden in aanraking gekomen met het Bahá’í. “Ik voelde mij altijd wel aangetrokken tot idealisme, in welke vorm dan ook. Mijn ouders gingen heel bewust niet naar de kerk. Ik heb altijd gezocht naar iets diepers. Ik heb mij bijvoorbeeld een tijdje beziggehouden met het communisme,” aldus De Groot. Hij vertelt ooit eens een Bahá’í ontmoet te hebben, nog voor hij ooit van het geloof gehoord had. De Groot was erg kritisch over de religie. “De Bahá’í-lering daagde mij uit een lezing te geven over wat ik niet goed vond aan het geloof. Toen heb ik mij er enorm in verdiept. Ik kwam erachter dat ik het een mooi geloof vond,” vertelt De Groot, “Desondanks heb ik toch die lezing gegeven. Iets later heb ik mij aangesloten bij het geloof,” aldus De Groot. 

“Het uiteindelijke doel van het Bahá’í-geloof is wereldvrede,” vertelt Van Randwijk. Aanhangers van het geloof leren over alle grote goden, zoals Mohammed, Jezus, Abraham en Boeddha. Het principe van het geloof is iedereen begrijpen en als gelijken te zien. “Het belang van opvoeding is erg belangrijk binnen het geloof. Kinderen kunnen vanaf jongs af aan deelnemen aan de kinderklassen van het Bahá’í. Wijzelf hebben ook regelmatig geholpen bij deze kinderklassen. Kinderen zingen liederen en leren over alle geloven en de doelen van het Bahá’í,” zegt Van Randwijk. De kinderen van Van Randwijk en De Groot mogen er zelf voor kiezen of zij zich aansluiten bij het geloof. 

“Aanhangers van het Bahá’í geloven dat de essentie van ieder geloof gelijk is. De vormgeving van de religie is wel in ieder geloof anders,” aldus Van Randwijk. Bahá’u’lláh, de god waarin de aanhangers van de religie in geloven, heeft zelf boeken geschreven over hoe het geloof vormgegeven moet worden. “Dit is niet zoals in het Christendom, zoals Jezus, waar achteraf veel over geschreven is,” zegt Van Randwijk. “Dit is waarom wij denken dat het Bahá’í de religie van nu is. Het is een modern geloof zonder verschillende rangordes. Er bestaat wel een bestuur, maar zodra iemand daaruit is, heeft hij of zij weer dezelfde waarde als ieder ander,” benoemt Van Randwijk. “Het geloof is heel erg gericht op de gelijkwaardigheid. Tussen man en vrouw. Maar ook tussen alle geloven en culturen. Binnen het Bahá’í bestaat er geen verschil tussen een hoogleraar en een afwasser,” voegt De Groot toe. 

De Bahá’í gemeenschap in Hilversum is erg klein, ongeveer tien aanhangers. In Utrecht is het aantal aanhangers groter. “Wij zijn niet meer zo gebonden aan een stad. Wij maken wel deel uit van een gemeenschap binnen het geloof. De afgelopen tijd zijn wij niet erg actief geweest binnen het geloof, maar zijn wel van plan daar verandering in te brengen,” aldus Van Randwijk. De Groot voegt daaraan toe: “We zijn niet direct bezig geweest met het geloof, maar er zijn genoeg dingen in ons dagelijks leven die in het teken staan van het Bahá’í. Zo maak ik graag muziek met een achterliggend, vaak verbindend verhaal. Annelies gaat regelmatig naar Nepal om de gezondheid van vrouwen te verbeteren. Allemaal met het geloof in ons achterhoofd.” 

De belangrijkste speerpunten van het geloof zijn de gelijkwaardigheid, het vroeg aanleren van normen en waarden en het proberen te begrijpen van andere geloven. “In Nederland zijn vrouwen onderhand gelijk aan mannen, maar in het grootste deel van de wereld is dat niet zo. Als Bahá’í proberen wij over de hele wereld iets te doen aan dit beeld, om ervoor te zorgen dat er ooit overal net zoveel jongetjes als meisjes naar school gaan,” aldus Van Randwijk