HILVERSUM – Marieke Ridder kiest haar eigen weg in het leven, als liberale christen werkte ze als geestelijk verzorger in een hospice. Bij haar patiënten is het belangrijk dat ze luistert naar hun overtuigingen en haar eigen mening voor zich houdt. Ridder is christelijk, haar geloof staat euthanasie niet toe, maar hoe gaat zij als individu om met mensen die bewust besluiten uit het leven te stappen?

“Ieder mens mag dood willen, maar euthanasie is nooit een recht. Al denken mensen dat vaak wel”, stelt Marieke Ridder terecht. Euthanasie wordt steeds toegankelijker, helemaal gezien het nieuwe wetsvoorstel voor hulp bij zelfdoding, maar tot dusver heeft niemand recht op euthanasie.

Ridder zit soms bij mensen aan het bed die “het leven niet meer tot het einde toe willen uitzingen”. Een enkeling kiest voor euthanasie, als verlossing van het lijden. Ze stelt zichzelf dan de religieuze vraag: mag je zelf zo bewust actief besluiten het leven op een bepaald moment te beëindigen? De orthodoxe kerken zullen vrij stellig zeggen dat dat niet mag, vertelt ze. Omdat je leven hebt gekregen van God en God bepaalt wanneer het je tijd is. “Bij het laatste kan je een vraagteken zetten, want wij gaan voortdurend in tegen biologische processen met onze vaccinaties, antibiotica en noem maar op. Twee eeuwen geleden werden we gemiddeld veertig,” ze gelooft zelf in een God die heel begripvol is, die naar mensen kijkt en begrijpt wat er in mensen om gaat. Dus als iemand echt veel pijn heeft en het lijden zat is, zal God die reden aanvaarden.

Ze noemt zichzelf geen euthanisiasteling, “dat betekent dat je er heel enthousiast over bent, maar ik kan begrijpen dat sommige mensen de dood als uitweg zien”, aldus Ridder. Haar ervaring heeft haar geleerd dat vaak de mensen die euthanasie plegen de regie in handen willen hebben, tot aan het einde de controle willen hebben. Die mensen regelen dan alles rondom hun eigen uitvaart, van de muziek tot welke whisky er zal worden gedronken. En daartegenover de mensen die het laten gaan, vertrouwen hun familie voor hun eigen uitvaart. Die mensen plegen ook geen euthanasie.

Als je dagelijks zulke verhalen aanhoort, doet dat ook iets met jezelf. “Je gaat je afvragen wanneer zou ik euthanasie willen plegen”, legt Ridder uit, “Ik ben niet zo controle behoeftig, weet ik.” Daarnaast ziet ze ook wel nadelen van het hele verhaal. Ze vindt het lastig dat euthanasie zo georganiseerd is. De specifieke tijd wanneer je sterft wordt ingepland. Hoe raar is dat? “Zo’n dag zelf heeft iets heel bizars. Iedereen zit op de klok te kijken. De arts komt meestal aan het eind van de dag, dan kan hij daarna direct naar huis.”

Hoe ze zelf wil sterven? Het lijkt haar mooi om rustig in te slapen. “Laat ze mij maar pijnstilling geven en als het me te pittig wordt wat meer slaapmiddelen, zodat ik de tijd een beetje uitslaap en dan langzaam wegglijd.” Ze komt met een scherpe stelling: “Mensen zeggen vaak wat dapper dat iemand voor euthanasie kiest, maar het is net zo dapper om het niet te doen.”

Ridder zet haar kanttekeningen bij het wetsvoorstel voor zelfdoding bij zinloosheid en levensmoe. “Bij sommige ziektes is het zeker dat je sterft, maar levensmoe is niet per se afgeschreven. Je besluit dan om te stoppen met een leven, terwijl er misschien nog een stukje zou kunnen komen waarin nog iets bijzonders kan gebeuren.” Ze vindt het moeilijk dat de grenzen, waarbinnen euthanasie wordt gepleegd, steeds ruimer worden genomen en trekt een bedenkelijk gezicht bij onze “maakbare samenleving”. “De mogelijkheid van euthanasie, doet de vraag ook sneller opkomen”, zegt ze weloverwogen. Daarnaast zal er een leeftijdsgrens aan het wetsvoorstel komen, wat betekent dat iemand op 78-jarige leeftijd wel uit levensmoeheid euthanasie mag plegen, maar dat deze reden bij een jong iemand of sterker nog iemand van 72 niet wordt geaccepteerd. “Arbitrair”, vindt Ridder, “als het leven zinloos vinden genoeg is om dood te mogen, dan moet je ook zo flink zijn om iedereen over dezelfde kam te scheren.”

Dat we naar de hel gaan wanneer we euthanasie plegen, betwijfelt Ridder. Ze gelooft wel dat we bij God komen. “Ik denk dat de grens tussen dood en leven voor God vrij relatief is, dus als God nu bestaat voor mensen dan zal hij dan ook wel bestaan.”

“Je kunt mensen begeleiden in de laatste levensfase, maar je moet je heel erg bewust zijn dat die mensen ergens zijn waar jij nog niet bent. En dat je zelf nog niet weet hoe het is om daar te staan”, haar werk is een les, voor haar patiënt en misschien nog wel meer voor haar zelf.