Het afgelopen jaar is er in Hilversum veel te doen geweest omtrent de LHBTI-gemeenschap. Zo ondertekende predikant, Willem Visscher, de Nashville-verklaring met boosheid tot gevolg. Ook belaagden de boeren online Hilversummer Jerry Braaksma, omdat nadat hij een spandoek van de boeren met de tekst “Held of homo” zag, reden genoeg zag om aangifte te doen van beledigen en haatzaaien.

De 56-jarige Hilversummer, zelf homoseksueel, is veel bezig met de leefbaarheid van de LHBTI-gemeenschap. Hij zit in een werkgroep, Hilversum Inclusief, die zich bezig houden met het beleid omtrent die leefbaarheid. Zelf komt hij uit Friesland en groeide op in een echt ondernemersgezin. Dat bracht verwachtingen met zich mee, zoals het overnemen van de zaak. Hij had een jongere broer die daar ook werkte en vlak voordat hijzelf uit de kast wilde komen, kwam zijn jongere broer uit de kast. De reactie van zijn vader schrikte Jerry af: “Toen dacht ik wel, ik wacht wel even.”

Hij leefde conform de verwachtingen van het gezin, hij nam de zaak over en trouwde met een vrouw. “Ik was zwaar ongelukkig en kon niet verder leven volgens die norm”, zegt hij hierover.
De zaak ging helaas failliet, maar voor hem was het een kans om Friesland te ontvluchten en zijn eigen leven te gaan leiden. “Ik ben gaan scheiden en naar Hilversum gegaan. Ik dacht: ik ga leven, zoals ik denk dat goed voor mij is.”

“Ik heb mijn coming-out pas op mijn 35e gehad. Ik had een heel stuk van mijn pubertijd gemist. Na mijn coming-out begon er een soort tweede pubertijd, ik beleefde alles opnieuw: een eerste vriendje enzovoorts. Ik hoop dat dit verhaal wellicht een aantal mensen het vertrouwen in zichzelf geeft om wel uit de kast te durven komen. Uiteindelijk pakte mijn familie het ook gewoon goed op. Vaak zit de angst vooral in jezelf. Je vraagt je af wat er gebeurt als ze je niet accepteren, gelukkig viel dat – in mijn geval – heel erg mee.Het is vaak ook de angst die in je eigen hoofd zit. Je vraagt je af wat er gebeurd als ze je niet accepteren. Ik kan mij bijvoorbeeld wel voorstellen dat als je uit een christelijk gereformeerd gezin komt, dat het veel lastiger is. Ik ken diverse mensen die dan niet echt welkom meer zijn.

Ik vind het heel moeilijk om een oplossing te bedenken tegen het onbegrip richting homo’s in onze samenleving. Als eerst moet dat gebeuren met voorlichting op scholen en de opvoeding van ouders thuis. Kinderen moeten van kleins af aan leren dat iedereen verliefd mag worden op wie hij of zij wil. Het probleem daarmee is dat er veel tijd overheen gaat om een hele generatie dat te leren, reken er maar op dat we dan vijftien jaar verder zijn. Het tweede probleem is de rol van de kerk, zoals bijvoorbeeld de Nashville-verklaring die werd ondertekend. Dan wordt je weer even met de neus op de feiten gedrukt dat je een tweederangsburger bent.

In 2017, toen ik nog raadslid was, heb ik samen met de SP een motie ingediend om van Hilversum een regenbooggemeente te maken. Die werd unaniem aangenomen. Maar ja, dan ben je een regenboog gemeente: en dan? Om het concreter te maken werd de taak ondergebracht in de portefeuille van de wethouder en daarbij kwam een werkgroep: Hilversum Inclusief, waar ik en Rebecca Timmer de kartrekkers van waren. Wij proberen de uitvoering van beleid te geven, met een aantal speerpunten: ontmoetingen, sociale acceptatie, zichtbaarheid, veiligheid en voorbeeldfunctie. Eén keer in de twee weken zaten we bij elkaar en maakten wij beleid om echt inclusief te zijn voor iedereen, dus niet alleen LHBTI+’ers, maar ook mensen met een migratie-achtergrond.

Persoonlijk heb ik ook de gebrekkige sociale acceptatie meegemaakt in één van mijn oude werkomgevingen. Bijvoorbeeld in een werk weekend waar je met iedereen even weggaat. Dan slaap je met elkaar in slaapzalen, maar kennelijk waren er een aantal mannen die zich ongemakkelijk voelden bij het idee dat een homo tussen hen in slaapt. Daardoor kreeg ik een aparte slaapkamer en dat stoorde mij verschrikkelijk, want ik voelde mij buiten de groep geplaatst. Ik zei er ook niks van, ik deed het gewoon en iedereen vond het normaal. Ik vond het niet normaal, maar ik hield mijn mond dicht, om het conflict te vermijden. Ik zocht uiteindelijk een andere baan en dan kom je ergens anders terecht.

Op die andere werkvloer werd vaak aan de koffieapparaat gesproken. En dan vertelde iedereen wat die had gedaan in het weekend en ik ook, maar ik vertelde dat ik een uitje had met mijn vriend. Al snel werd ik op het matje geroepen dat ik liever niet over mijn vriend moest spreken, omdat collega’s er moeite mee hadden dat ik het over mijn vriend had. Terwijl ik iets vertel, wat zij dan met hun vrouw ook doen, ik snap dat geklaag niet.

Het ergste was toch wel dat ik een baan later een nieuw contract aangeboden kreeg en bij het gesprek werd vertelt dat ze moeite hadden met mijn ‘zijn’. Ik herhaal: met mijn ‘’zijn’’! Toen ik vroeg wat hij bedoelde, vertelde hij mij dat hij homoseksuelen niet gewend is in zijn omgeving. Ik dacht bij mezelf: alsof ik hier met een handtas loop! De meeste mensen hebben niet eens door dat ik homo ben en zijn ook heel verbaast als ik het vertel. Ik verberg mijn geaardheid vaak, omdat het voor mijzelf zo normaal geworden is om het daar niet over te hebben door de dominante hetero maatschappij.

Uiteindelijk zei die baas dat hij kon begrijpen dat ik geraakt werd door zijn opmerking en heeft die mij voorgesteld om even naar huis te gaan en even later hield mijn contract op. Toen kwamen er instanties die mij wilden helpen om aangifte te doen, maar daar had ik toen geen zin in. Ik vond snel een baan bij de publieke omroep en daar – laten we wel wezen – is het wél volledig geaccepteerd.”