Langzaam loopt de voormalige VARA radiostudio vol met muzikanten. Ieder heeft zijn eigen koffertje of tas bij zich, met daarin zijn of haar muziekinstrument en alle bijbehorende accessoires. ‘’Met de open repetities willen we bezoekers emotioneren en een kijkje geven in onze keuken,’’ vertelt dirigent Pierre Konings. In het Muziekcentrum van de Omroep vindt deze avond de open repetitie van het City Orkest Hilversum plaats.

Achterin de zaal staat een rij stoelen klaar voor de bezoekers. Een grote cirkel, gevormd met stoelen voor de orkestleden, neemt de rest van de studioruimte in beslag. Bladmuziek standaarden worden uitgeklapt en verschoven. De bezoekers ontvangen een warm welkom van de leden van het orkest. Ze schudden elkaar de hand, stellen zich voor en vertellen welk muziekinstrument hij of zij speelt. Dat alles met een brede glimlach. Mark Hendriks (49) is componist en arrangeur en bezoekt voor de eerste keer het City Orkest. ‘’Ik wil graag het niveau van het City Orkest zien, omdat het officieel een amateurorkest is.’’ Voor hem zitten een aantal blazers. ‘’Wij zijn wel beter dan amateurs hoor,’’ onderbreekt de trompettist hem met een knipoog. ‘’Het is een heel gezellig stel zo te zien,’’ voegt Hendriks er lachend nog aan toe.

Vanaf de bezoekersrij kun je de bladmuziek van de blazers voor je meelezen. De studio vult zich met geroezemoes. Uit verschillende hoeken klinken muziekinstrumenten die de orkestleden stemmen. Alles valt stil als Rody Franken, voorzitter van het City Orkest, het woord neemt. Ze stelt alle bezoekers nog eens centraal voor en vertelt over het verloop van de avond. ‘’Als het goed is hebben de bezoekers allemaal twee consumptiebonnen gekregen. In de pauze kunnen jullie daar wat te drinken van halen bij de bar. ‘’En voor ons dan?’’ roept een orkestlid door de kleine radiostudio. ‘’De bonnen zijn niet voor de orkestleden en al helemaal niet voor de blazers,’’ grapt Franken. 

Gilia Steffens (61) speelt tweede viool en had toen ze voor het eerst meespeelde met het orkest al twintig jaar niet meer gespeeld. ‘’Wat ik zo leuk vind, is dat je hier ook een soort les krijgt. Je wordt je bewust van andere spelers en leert luisteren naar de andere muziekinstrumenten. Ook kun je elkaar aanwijzingen geven.’’ Een deel uitmaken van dit orkest is voor Steffens extra leuk door de sociale contacten. ‘’Wij zijn gewoon echt een gezelligheidsorkest. We maken met elkaar een prachtig stuk muziek, wat in het begin nog voor geen meter klinkt. Dat is hartstikke leuk.’’

‘’We gaan beginnen met Moment for morricone,’’ spreekt dirigent Konings de orkestleden toe. De muzikanten schuiven hun stoelen wat heen en weer en bladeren door hun muziekstukken heen. Konings begint soepele armbewegingen te maken en beweegt met zijn lichaam mee op het ritme van de muziek dat het orkest maakt. De vloer trilt zachtjes door de voeten die op de maat van de muziek de grond aantikken. De violisten zetten hun kin op de kinsteun en de strijkstokken bewegen gelijkmatig op en neer. ‘’We gaan het de zaal even moeilijk maken, pak allemaal Somewhere in time erbij,’’ zegt Konings. De muziekbladeren vliegen nog net niet in het rond op zoek naar het goede muziekstuk. Zo nu en dan onderbreekt Konings het muziekstuk en geeft wat aanwijzingen. Voor de oren van een niet-muzikant klinkt het, ondanks het een repetitie is, prachtig.

Esmeralda Sitompul (52) zit op het puntje van haar stoel met verbijstering te luisteren. ‘’Ik vind het heel erg leuk. Ik houd van muziek en doe wel eens jamsessies, maar heb nog nooit in een band of orkest gezeten. Het is heel mooi en leerzaam om te zien hoe het orkest zo samenspeelt.’’ Sitompul is geïnspireerd om zelf ook mee te doen. ‘’Ik speel de alt-saxofoon, maar jammer genoeg hebben ze nog geen blazer nodig. Als er een positie vrijkomt, overweeg ik wel om mee te doen.’’