Het museum Hilversum is verlicht, iedereen loopt naar binnen en neemt plaats in het café. Er is een mogelijkheid om koffie of thee te halen en vervolgens loopt iedereen de zaal van het museum in. Een half jaar lang hebben vijf fotografen gewerkt aan projecten met maatschappelijk relevante thema’s. Vanavond laten de fotografen de expositie zien en bespreken zij deze.

“Ik wilde samenwerken met de mensen die ik fotografeerde. Niet dat ik naar hun armoede keek en oordeelde, maar ik wilde hun stem laten zien”, geeft Annabel Oosteweeghel aan. Ze komt als eerste aan het woord en iedereen luistert aandachtig. De Louis Zaal Meesterklas wil fotografen stimuleren om op projectmatige basis maatschappelijk relevante thema’s vast te leggen. Oosteweeghel zag dit langskomen en was gelijk geïnteresseerd. “Heel veel armoede speelt in Nederland achter de deuren, waarvan je het niet weet.” Ze is naar voedselbanken gegaan en heeft kappers voor daklozen gevonden. Oosteweeghel heeft in totaal 20 mensen, die leven in armoede, geportretteerd. Als laatste geeft ze aan dat het doel was om de afstand te verkleinen tussen armoede en wijzelf.

Na de mooie aftrap van de avond door Oosteweeghel komt Anja Kortenbout aan het woord. In de foto’s van Kortenbout laat zij de bewoners van Heijplaat in beeld komen, een dorp dat nauw verbonden is aan de haven. Kortenbout is zelf ook opgegroeid met veel water om haar heen en zegt dat de ontdekking van de haven haar een andere wereld heeft getoond. Een wereld vol avontuur en toch zo dichtbij. Er wonen 1200 inwoners in Heijplaat en je ziet de haven overal. Kortenbout sprak inwoner Astrid en zij zei: “Ik weet niet of je met mij in gesprek moet gaan, ik kwam hier pas toen ik 9 was.” Astrid voelde zich nog steeds import. Kortenbout geeft aan dat de mensen super gastvrij waren en de meesterklas haar veel heeft gebracht.

Vervolgens komt Marijke Stroucken aan het woord. Stroucken mocht vroeger niet met een meisje uit haar klas spelen, want het meisje woonde op een woonwagenkamp en Stroucken was een burgermeisje. Toen de inschrijving van Louis Zaal meesterklas startte, dacht Stroucken aan het meisje en wilde ze weten hoe het met het haar was. Ze heeft haar opgezocht en gevonden. Haar deel van de expositie gaat over de bewoners van de kampen en de vooroordelen. Een groeiende groep mensen is noodgedwongen in huizen te gaan wonen, terwijl de wielen juist voor hun de laatste verbinding met de vrijheid zijn. “We zouden doodgaan in een huis”, is een citaat van één van de bewoners van het kamp. Na het bekijken van de foto’s van Stroucken volgt een korte pauze van een kwartier.

De pauze is voorbij en Duco de Vries komt aan het woord: “Ik was die wereld zat en ben er uitgestapt. Ik was nooit lid, maar ik had afstand gedaan.” Het gaat over de motorclubwereld. Vroeger had de Vries een vriend die inmiddels president is van een motorclub: de Rogues. In 1995 heeft hij de motorclub dertien jaar gevolgd en een boek uitgebracht. Toen zag hij de Luis Zaal meesterklas. De motorbendes zijn vaak negatief in het nieuws en zo wilde de Vries een andere kant laten zien van deze mannenwereld. Hij kwam in contact met Unknown Saints, een kleine motorclub uit Friesland en is hen gaan volgen. Zij zijn anders dan de andere clubs. Het zijn jongens rond de 20 die zoals andere groepen mensen bij elkaar komen, het gezellig hebben, sleutelen aan de motor en een biertje drinken. De komende vijf jaar gaat de Vries de groep volgen. Zo komt de avond tot zijn einde. De expositie is tot één december in het museum Hilversum te bewonderen. Er volgt een groot applaus voor de fotografen en de zaal loopt langzaam leeg.