‘’Hilversum in Gesprek’’ staat op het grote bioscoopscherm in Filmtheater Hilversum. Een geringd aantal groepje mensen neemt plaats in de groene stoelen van de bioscoop. De microfoons zijn gereed en voor het scherm staan twee stoelen klaar. Een voor interviewer Arjo Klamer, een voor Murat Isik, schrijver van het nieuw uitgebrachte boek ‘’Wees onzichtbaar’’, waarover hij onder andere vandaag geïnterviewd gaat worden.

Arjo Klamer heet iedereen van harte welkom. Klamer is zelf hoogleraar culturele economie en vertelt dat zijn ervaring is dat met in gesprek gaan met een kunstenaar altijd wat verwarring kan opleveren. ‘’Als wetenschapper wil je alles begrijpen en een kunstenaar heeft soms wel wat andere bedoelingen.’’ Dat ontkomt toch niet bij het boek dat kunstenaar Murat Isik gepubliceerd heeft: “Wees onzichtbaar’’. Bij de vraag hoeveel mensen in de zaal het boek hebben gelezen, steekt ongeveer de helft de vinger op. ‘’Dan moeten we maar af en toe een beetje uitleggen waar het over gaat’’, zegt Klamer.

Murat Isik is een schrijver van Zaza-Turkse afkomst. Hij is geboren in Turkije, maar verhuisd naar de Bijlmer in Amsterdam op tweejarige leeftijd. In mei is hij gestopt als jurist en fulltime schrijver geworden. Zijn boek ‘’Wees onzichtbaar’’, dat in mei eerder dit jaar verscheen, is gebaseerd op zijn eigen jeugd. Het boek is een epische roman dat gaat over een Turkse jongen die opgroeit in de Bijlmer, de strijd tegen een tirannieke vader en de groeiende veranderingen die in beide situaties plaatsvinden. Dit zijn ook de belangrijkste thema’s die Klamer vandaag graag wilt onderzoeken: hoe is het voor een Turkse Nederlander om op te groeien in Nederland? Hoe zit het met de belangrijke vader-zoon relatie? Wat betekent de Bijlmer voor Isik, aangezien hij op allerlei manieren in zijn boek aangeeft dat dit toch wel belangrijk is?

De mensen in de zaal luisteren aandachtig terwijl Isik uitgebreid antwoord geeft op de vragen. Als Klamer vraagt aan Isik hoe hij als verteller zijn eigen leven vertelt, richt hij de aandacht al vrij snel op het opgroeien in de Bijlmer. ‘’Dat is mijn thuis, de Bijlmer. Daar ben ik geworteld. Door te schrijven over de Bijlmer ben ik daardoor ook veel over mezelf te weten te komen. En zo ben ik er ook achter gekomen hoe belangrijk deze plek voor mij is.’’ Ook vertelt hij een kort verhaaltje over een journalist die eens aan hem vroeg of hij heimwee naar Turkije had, waarop Isik heel verbaast reageerde. ‘’Ik had helemaal geen heimwee naar Turkije, ik had heimwee naar de Bijlmer!’’, zegt hij. ‘’Ik vond het wel een interessante vraag, want hierdoor ging ik nadenken en besefte ik me hoe belangrijk de Bijlmer voor mij is, dat ik echt van die wijk hou.’’ Klamer verbaast zich toch niet over de vraag van die journalist. ‘’Je eerste boek gaat over Turkije, dus dan moet dat toch wel iets voor jou betekent hebben?’’ Waarop Isik antwoordt dat hij er nooit bewust gewoond heeft – hij was inmiddels twee jaar oud toen hij naar Nederland verhuisde – en het eigenlijk ziet als vakantieland. ‘’Het is dan heimwee naar iets waar ik nooit heb gewoond.’’

De Turkse achtergrond speelt volgens Isik dan ook geen rol in zijn nieuwe boek. Waar hij zich vooral op gericht heeft en waar het over gaat is de sociale klasse, hoe je je kunt ontworstelen aan je lot en om een tijdsbeeld van de jaren 80 en 90 te geven in een bepaalde wijk. ‘’Er zijn eigenlijk twee redenen voor dit boek’’, vertelt Isik tenslotte. ‘’Ten eerste om de schaamte voor mijn eigen jeugd te overwinnen. De schaamte dat ik werd gepest en in armoede opgroeide, door erover te schrijven. Het monster in de ogen kijken. Maar ook om dan al die ellende zin te geven en er een mooi boek over maken.’’

Als Klamer klaar geen vragen meer over heeft, vraagt hij de mensen in de zaal of ze nog iets willen vragen. Een vijftal mensen steken hun vinger op en komen een voor een aan de beurt. Isik neemt voor elk persoon de tijd om duidelijk antwoord te geven.

Het interview is afgerond, alle vragen zijn gesteld. De aanwezigen klappen en Klamer kondigt aan dat Murat Isik nog handtekeningen zal gaan uitdelen in de hal van het filmtheater. De zaal loopt langzaam leeg met de aanwezige Hilversummers nog vol met elkaar in gesprek over de avond.