Toonkunst Bussum verzorgde gisteren in de namiddag een voorjaarsconcert in een zaal van het Muziekcentrum van de Omroep. Om het begin van het voorjaar te vieren werd onder meer de zesde symfonie ‘Pastorale’ van Beethoven uitgevoerd. En ze hadden geen mooiere lentedag kunnen uitkiezen.

Mensen komen binnen in de grote, witte concertzaal van Muziekcentrum van de Omroep. Twee grote vazen met bloemen zorgen voor een symmetrisch decor en muziekliefhebbers bestuderen hun concertboekje. Er zijn nog een paar plekken achterin vrij. Vooral mensen van middelbare leeftijd zijn aanwezig, maar ook een aantal jongere luisteraars. Op het podium zit een chique gekleed orkest van ruim veertig mensen.Het publiek is doodstil wanneer de dirigent aangeeft te willen beginnen.

Toonkunst Bussum omvat een koor en orkest die nauw met elkaar samenwerken. Ze treden ministens twee keer per jaar op. In 1883 voegde het gemengde koor Caecilia zich met het Toonkunst samen.

Het orkest begint in opperste concentratie aan het het eerste stuk. De hoge tonen snijden door de ruimte. Ritmisch schieten de strijkstokken van de violen omhoog en omlaag. De dirigent maakt een beweging met zijn dirigeerstok en de violisten volgen. Wanneer alle instrumenten te horen zijn smelt het geluid tezamen. Zodra de muziek stopt klinkt er geroezemoes vanuit de zaal.

Klaas (73) vertelt dat deze muziek niet per se zijn smaak is: ‘Ik ben er niet mee opgegroeid en het is iets té rustgevend voor mij. Het mag wat levendiger.’ Hij zit op de eerste rij, naast zijn vrouw.

Dirigent Yiorgo Moutsiaras is een man met donkergrijs haar en een snor. In het volgende stuk heeft de hobo een dominante rol. De bespeler van dit instrument beweegt mee op het ritme. Vervolgens valt de drummer in. Deze onheilspellende, harde muziek met gebonk klinkt heel anders dan de stukken hiervoor. De hobo klinkt hoog, als een gesuis in het oor. De dirigent maakt regelmatig een oké-teken met zijn hand of legt zijn vinger op zijn mond, om de muzikanten duidelijk te maken wat er van ze wordt verwacht. Na dit stuk verdwijnen publiek en orkest uit de zaal voor een kop koffie en een adempauze. Een paar mensen blijven zitten.

Klarinettist Jolanda (66) zit alweer vroeg op haar plek. ‘Ik ben klaar voor de volgende helft en als het moet, zou ik er zo nog eentje doen! Ik speel al vanaf 6-jarige leeftijd, maar er valt nog steeds zo veel te leren.’

Als de pauze voorbij is, komen de mensen weer binnen. Jolanda stemt haar instrument. Dit keer is het orkest versterkt door een koor. Nu bevinden er zich zo’n tachtig mensen op het podium. De mannen dragen een vlinderdas en de vrouwen zijn in het zwart, met de tekstboekjes in de hand. Eerst doodse stilte, gevolgd door geklap. Het koor begint te zingen en hun stemmen smelten samen. De dirigent playbackt mee. Het is opvallend dat de mannen in de minderheid zijn. Wanneer ze zingen gaan hun hoofden wild op en neer en staan hun monden wijd open.

Het tweede deel is korter en nadat alle liederen zijn gezongen bedanken de artiesten hun publiek. Ze ontvangen een staande ovatie die minimaal een minuut duurt. Vervolgens komt er nog een spreker op het podium; ‘Met trots kan ik vertellen dat onze dirigent komende maand gaat trouwen. En zijn verloofde is vandaag ook aanwezig.’ Het publiek is razend enthousiast en beloont hem met een nog harder applaus. Het liefdeskoppel neemt een bos bloemen in ontvangst. En dan komt de middag ten einde. Het publiek druppelt de zaal uit en loopt richting de uitgang. Het is prachtig weer en ook muzikante Jolanda gaat richting huis. Zowel artiesten als publiek hebben genoten van deze ontspannende, muzikale namiddag. Hans (88) vond de het optreden ‘prachtig’ en is ‘in hogere sferen.’