De Augustinusschool aan de Kloosterlaan in Hilversum geeft onderwijs vanuit een katholieke levenshouding, maar voor wie denkt dat alleen het katholieke geloof naar voren komt, heeft het mis. Arjanne Aarts werkt al zestien jaar als onderwijsassistent op de katholieke basisschool. “Het gaat niet alleen maar over het katholieke geloof, het is breder dan dat.”

“Ik ben hiervoor op een dovenschool in Zoetermeer werkzaam geweest als onderwijsassistent”, vertelt Aarts. “Het grote verschil is natuurlijk dat ik daar met dove kinderen heb gewerkt, maar het was ook een school waar voor mijn gevoel minder aandacht werd besteed aan het geloof.” Aarts heeft naar eigen zeggen niet bewust gekozen voor een baan op een basisschool met katholiek onderwijs. “Waar is werk en waar kan ik terecht, vroeg ik me af. Zodoende kwam ik op de Augustinusschool terecht.” Wat Aarts merkt van het verschil tussen beide scholen? “Dat we vieringen hebben in de kerk en dat we twee à drie keer in de week uit de bijbel lezen of spiegelverhalen vertellen. Spiegelverhalen zijn verhalen die geleend zijn aan verhalen uit de bijbel.”

“We hebben ieder schooljaar een openings- en slotviering. Dan gaan we met zijn allen naar de Emmaus, dat is de kerk waar wij als school bij aangesloten zijn. Daar vertellen we een bijbelverhaal met een thema en aan de hand van dat thema kiezen we eigentijdse liederen uit om met de kinderen te zingen”, gaat Aarts verder. Naast de jaarlijkse vieringen aan het begin en aan het einde van het schooljaar, heeft de basisschool ook kerkvieringen met Pasen en Kerst. Bovendien is er tijdens de lessen aandacht voor andere feestdagen van het katholieke geloof. “Via een digitaal programma maken wij bijvoorbeeld lessen over het Vasten of over Witte Donderdag, daar besteden we aandacht aan door het te laten zien in de klas.”

De Augustinusschool werkt met de methode Trefwoord. Dat is een methode voor levensbeschouwelijke vorming in de basisschool die zich richt op het begeleiden en ondersteunen van kinderen bij het verkennen, bewustmaken en verrijken van hun wereld. “Binnen die methode heb je allerlei lessen die je kunt volgen. Dat is onze houvast”, meent Aarts. Aan de hand van die methode ontstaan er gesprekken met de leerlingen over het geloof. Niet alleen is er tijdens die gesprekken aandacht voor het katholieke geloof, ook andere religies komen daarbij aan bod doordat sommige leerlingen een ander geloof hebben. “Je staat met beide benen in de wereld, dat geldt voor kinderen ook. Ze mogen gerust van alles wat meekrijgen, dat is juist de bedoeling. Dat wordt altijd bij de aanmelding van nieuwe kinderen aangegeven, zodat de ouders ook van tevoren weten waar ze mee instemmen.”

De vraag of religieus onderwijs nog wel van deze tijd is, staat steeds meer ter discussie, maar de Augustinusschool merkt daar niets van. “Sommige ouders kiezen bewust voor deze school omdat we katholiek zijn, andere ouders kiezen voor deze school om andere redenen.” Aarts schat de kans niet groot in dat het afschaffen van religieus onderwijs een vooruitzicht in de toekomst is. “Ik kan mij dat niet voorstellen, het religieus onderwijs heeft al zo’n lange geschiedenis. Ook dit onderwijs is met de tijd meegegaan.”