HILVERSUM - De opvoeding van een kind vergt veel tijd en energie van een ouder. Je bent niet alleen degene die een kind moet voeden, maar ook degene die zorgt voor een zo breed mogelijke ontwikkeling en geregeld taxichauffeur speelt. Al die drukte is voor sommige ouders te veel. Speciaal voor hen is het initiatief Steunouder het leven in geroepen. Jet van der Wal is kinderwerker bij Versa Welzijn en draagt sinds oktober 2018 ook de titel steunouder coördinator.

Het initiatief richt zich vooral op wat kwetsbaardere ouders die geen eigen netwerk hebben of overbelast zijn. Overbelast zijn kan zowel fysiek, mentaal als emotioneel. Die ouders worden gekoppeld aan een steunouder. Een kind gaat dan een of twee dagdelen in de week naar een vrijwilliger toe, waardoor de ouder even tijd heeft voor zichzelf. Soms om tot rust te komen, maar ook om naar therapie te gaan bijvoorbeeld. Van der Wal: “Het mooie aan een steunouder is ook dat het een uitwisseling van opvoedervaring is. Soms hebben de steunouders zelf ook kinderen. Dit kunnen jongere kinderen zijn of kinderen die al uit huis zijn. Die hebben natuurlijk ook de ervaring van het opvoeden van een kind. De leuke dingen, maar ook de moeilijke dingen.”

Hilversum heeft steunouders nodig
Twee jaar geleden had een collega van Van der Wal al over het initiatief gehoord. Toen ze dit deelde met haar collega’s waren de reacties positief, maar werd er nog niet aan gedacht om het idee ook naar Hilversum te halen. “Vorig jaar zomer kwam het onderwerp nogmaals aan bod. We zagen dat het een goede aanvulling zou zijn voor Hilversum. Vooral omdat het informeel is; je hebt nog geen professionele hulp nodig, maar echt dat stapje ervoor. Wij zagen veel ouders die dat wel nodig konden hebben, dus besloten we het gewoon te proberen. Niet alleen in Hilversum, maar ook in Wijdemeren en Gooische meren.”

In september vorig jaar was het plan rond. De laatste vraag die nog onbeantwoord bleef, was wie het ging doen. Al snel waren de initiatiefnemers het met elkaar eens. Aan Van der Wal de taak om de steunouders in Hilversum te koppelen aan de vraagouders en het kind. “Ik vond het zelf goed passen bij het kinderwerk dat ik doe, omdat ik toch al in het netwerk van kinderen en ouders zit. Daardoor kan ik ook makkelijk een link leggen met alle andere activiteiten die wij organiseren, die de kinderen eventueel nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan weerbaarheidslessen of knutselmiddagen.”

Het project opzetten
Het project Steunouder ontving in oktober 10.000 euro van een coöperatiefonds van de Rabobank om een start te maken. Dat geld is gebruikt voor de promotie en het opzetten van het project en om de vrijwilligers te trainen. De steunouders kunnen namelijk niet zomaar aan de slag. Ze volgen een training van twee dagdelen of drie avonden. “Het gaat dan niet zozeer over hoe je een kind opvoedt, want dat weten de meesten wel, maar meer over de veiligheid. Hoe stel je grenzen en hoe ga je om met een kind in je huis? Een kind is thuis een bepaalde structuur gewend, dus daar moet ook rekening mee worden gehouden. En hoe ga je om met ouders? Dingen die je tegenkomt in de praktijk worden tijdens de training aan bod gebracht.” Daarnaast moeten alle steunouders ook over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) beschikken voordat zij in contact komen met het kind.

Het koppelen van de ouders en het kind doet Van der Wal deels gevoelsmatig, maar ook op basis van een ingevuld inschrijfformulier van beide kanten. Hier staan vragen op als: hoe denk je over de opvoeding? Hoe denk je over roken? Over televisie kijken, het geloof? “Er zijn best wel veel vrijwilligers die zich hebben aangemeld om steunouder te zijn, maar ik moet wel echt kijken wie er qua profiel bij elkaar passen. Dus dat kan heel snel gaan. Soms duurt het vinden van een match een paar weken, maar soms duurt het een paar maanden. We doen het niet overhaast, want als het geen juiste match is dan is de kans groot dat het ook niet goed gaat”, legt ze uit.

Aanmeldingen en matches
Tot nu toe zijn er 10 aanmeldingen vanuit de steunouders en 8 aanmeldingen vanuit de vraagouders. Hiervan zijn er 6 gematched. Wanneer er een match is gemaakt volgen er 3 afspraken. De eerste afspraak vindt plaats op een onafhankelijke plek, zoals het park of een speeltuin, om kennis te maken. De tweede afspraak wordt gehouden bij de vraagouder thuis, zodat het kind nog op een vertrouwde plek is. De steunouder kan dan ook zien in welke omgeving het kind opgroeit. De derde afspraak is bij de steunouder thuis. “Bij de eerste afspraak ben ik altijd aanwezig, bij de tweede en derde afspraak alleen op verzoek van de ouders. Wanneer beide ouders een goed gevoel hebben bij de match, tekenen ze een contract. Dit zodat je wel een soort van overeenkomst met elkaar hebt gesloten. Hierin staat dat je verbonden aan elkaar bent, de afspraken die je met elkaar maakt en een stukje verzekering.”

Iedereen kan zich aanmelden om steunouder te worden. Van der Wal: “Over het algemeen bestaan de vrijwilligers wel uit drie categorieën: mensen die zelf kleine kinderen hebben, mensen met kinderen die uit huis zijn en gepensioneerden, die het leuk vinden om af en toe toch nog voor een kind te kunnen zorgen. Wat deze drie groepen delen is hun liefde voor kinderen en de wil om hen iets extra’s te geven. Ik zeg wel altijd tegen steunouders: ‘ga niet te groot uitpakken door naar de dierentuin en de bioscoop te gaan, maar neem een kind gewoon mee in het normale leven.’ Het voordeel is dat het kind dan een plek krijgt waar hij of zij zichzelf kan zijn, een tweede thuis. En door middel van spelen draagt het ook veel bij aan de ontwikkeling van het kind.”

Steunouders zijn volgens Van der Wal nodig om zwaardere hulp te voorkomen. De ouder blijft zelf ouder en houdt de regie en touwtjes in handen, maar wordt alleen even ontlast. “Wat ik mooi vind is dat er zoveel informele hulp is, dat inwoners elkaar helpen. Een initiatief als deze draagt veel bij aan de sociale cohesie in Hilversum.”

 


 

Uit een onderzoek van de Franse universiteit ULC blijkt dat een combinatie van overbezorgde opvoeding, een verkeerd beeld van de intenties van een kind en een chaotische gezinsomgeving de grootste risicofactor is voor een ouderlijke burn-out. En die burn-out heef effect op een kind, blijkt uit de resultaten van een ander onderzoek, afgenomen door studenten van de opleiding Pedagogische Wetenschappen. Hieruit blijkt namelijk dat meer opvoedstress van moeders samenhangt met meer problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van peuters.

Stichting Steunouder Nederland wil voorkomen dat de opvoeding van een kind ouders te veel wordt, door ze te ontlasten met vrijwillige opvang van hun kinderen. Dat is de kerngedachte: Steunouder als beschermende factor voor kinderen in kwetsbare gezinssituaties. A. van Horssen, student aan Universiteit Utrecht, heeft interviews afgenomen met vraag- en steunouders die al een tijdje aan elkaar gekoppeld zijn, om onderzoek te doen naar de effectiviteit van het project Steunouder. Uit de resultaten blijkt dat steunouders voornamelijk praktisch steun bieden aan vraagouders, wat zorgt voor rust, tijd voor zichzelf en tijd voor andere gezinsleden. Zowel vraag- als steunouders gaven aan dat het kind met plezier naar de steunouder toe ging. Naar aanleiding daarvan kan in grote lijnen gezegd worden dat het kind zich (emotioneel) veilig voelde bij de steunouder. In sommige gevallen stelde het kind zich enigszins afstandelijk op richting de steunouder, maar naar verwachting van de steun- en vraagouders wordt deze afstand kleiner als er meer bezoeken zijn gebracht aan de steunouder. Daarnaast noemden vraag- en steunouders diverse meerwaarden van Steunouder voor het kind, zoals het ontvangen van aandacht, het beleven van een plezierige, ontspannen middag en het zijn in een andere omgeving. Het kind leert, doordat hij in de omgeving van de steunouder is, om te gaan met andere regels en structuren.